Alleen maar lieve mensen

Sinds jaar en dag mijden we restaurants waar men je al op straat probeert te ronselen.
Maar vandaag brengen een knagend hongergevoel en een wervende jongeman van de aller beminnelijkste soort ons aan het twijfelen en doet zijn hoopvolle blik ons uiteindelijk toch over de drempel stappen.
Neto, de dolenthousiaste werver/eigenaar?/jonge hond, troont ons mee naar een eersterangs tafeltje tegenover een Japanse gitarist die klassiekers zit te spelen.
Helaas bungelen daar mijn benen tien centimeter boven de grond en verkassen we naar twee rustieke fauteuils om de hoek; via de spiegel kunnen we de gitarist net nog zien.
Buiten ons zijn er twee jonge Amerikanen en een Japanse hippie die een immens bord eten naar binnen werkt en vermoedelijk bij de gitarist hoort, want aan het eind van elk nummer onderbreekt hij zijn schranspartij en applaudisseert uitbundig.
Moeders de vrouw komt de keuken uit, omhelst ons hartelijk en racet weer terug. Het maakt niet uit, Neto’s aanwezigheid telt voor twee.
Binnen geen tijd weten we dat: zijn vrouw een rasechte Malagueña is, de mensen hier vriendelijker zijn dan waar hij vandaan komt, hij weinig van wijnen weet maar ons wel het flesje kan aanraden dat hijzelf regelmatig door zijn keelgat giet, hij antropologie heeft gestudeerd, het leven in Málaga voor gewone mensen onbetaalbaar wordt…
José stopt zijn spraakwaterval. ‘Ik wil de vis- en schelpdierensoep wel.’
Ik herinner me mijn honger. ‘Voor mij ook, graag!’
Neto grijnst van oor tot oor en schiet de keuken in.
‘Het is hier wel erg stil, hé? Ik hoop maar dat het eten lekker is.’
‘Ach, het is nog vroeg voor Spaanse begrippen’ Onverstoorbaar knabbelt José van het brood.
‘Ja, maar toch… live muziek… je zou verwachten dat…’
Twee naar koriander geurende borden boordevol vis en schelpdieren onderbreken mijn twijfels.
Bij de eerste hap weet ik het: dit is een vissoep waar ze me wakker voor mogen maken.
Opeens snijdt een kattengejammer vanuit het niets door de kleine ruimte.
Ik krimp ineen en José laat van schrik zijn lepel vallen.
Het duurt even voor ik besef wat er aan de hand is. Maar dan proest ik het uit.
‘Nou weten we gelijk waarom Japanners en karaoke altijd zo op lachspieren werken,’ hik ik. ‘En waarom het hier zo stil is.’
Onze Japanse gitarist verlevendigt zijn spel nu namelijk met zijn stembanden.
Niet eerder heb ik iemand zo overtuigd vals horen zingen.
Ik dank mijn korte benen dat we niet meer vlak voor hem zitten.
‘Kan iemand hem alsjeblieft vragen op te houden,’ kreunt José.
Ik kijk om me heen.
De Amerikaanse jongens hebben zich, plots geboeid door hun papieren servetten, teruggetrokken in hun strategisch gekozen hoekje, de Japanse hippie steekt na elke twee happen beide duimen omhoog, Neto heeft opeens het werk op straat hervat en zijn vrouw die op het eersterangs plekje is gaan zitten lacht de artiest, haar ogen af en toe pijnlijk samenknijpend, bemoedigend toe.
Passanten die nieuwsgierig stoppen kiezen het hazenpad als de zang weer uithaalt.
Ik schud mijn hoofd. ‘Neto en zijn vrouw zijn te aardig om er iets van te zeggen.
Zelfs al kost het klanten…’
geldmandje-0276501Op dat moment zie ik het mandje met geld aan de voeten van de muzikant; en dat hij twee verschillende schoenen draagt.
Als zijn hongerige kameraad ook een gitaar pakt en geluidloos begint mee te spelen ontdek ik onder diens snor en baard ingevallen wangen.
Twee aan lager wal geraakte gitaarstudenten, ver van huis en familie, en twee zachtaardige en vriendelijke restauranthouders die hen onmogelijk kunnen weigeren wat eten en leeftocht bij elkaar te spelen zelfs als dat een lege toko betekent, het verhaal begint zich in mijn hoofd te vormen.
Wanneer we de laatste korrels rijst van ons bord vegen komen twee vrienden van Neto binnen. Ze babbelen wat, vragen om een fles wijn en vier glazen en halen de muzikanten daarna over om een pauze te nemen op het terras.
En dan geschiedt het wonder: de een na de andere klant stapt binnen en in een mum van tijd zijn alle tafeltjes bezet.
Ik kijk naar buiten en zie dat de Japanners absoluut nog niet aan hun volgend setje toe zijn: fles één heeft al plaats gemaakt voor nummer twee, het gesprek gaat zichtbaar over pluimen en muziek en voor het eerst zie ik onze gitarist een hapje eten.
Wanneer we het restaurantje verlaten en het groepje kersverse vrienden passeren stralen de muzikanten als gefêteerde popsterren door zoveel aandacht.
‘Dat is ook een manier,’ merkt José op. ‘Niemand gekwetst en de toko heeft toch een goede avond.’
‘Ja, wat een lieve mensen, hé? Maar ze zullen voorlopig wel geen wildvreemde muzikanten meer laten spelen.’

Wildvreemden niet, nee, als we de volgende dag weer langs lopen horen we onze Japanse Jut en Jul met hernieuwde energie de tweede helft voortzetten.
En het gekke is: van heinde en ver lijkt men op het exotische fenomeen af te zijn gekomen, de tent zit tot de nok toe vol.
‘Hoe zat het ook alweer met die zachtmoedigen die de aarde beërven?’ grinnikt José.
Een beetje vriendelijkheid legt duidelijk geen windeieren.

Wilt u de audio-ervaring van deze belevenis?

Geplaatst in Blog | 9 Reacties

De kookverslaving

In een oogwenk samurait de Japanse kok de berg kakelverse etenswaar tot de juiste stokjesvriendelijke proporties.
Ik zap door en zie nog net hoe de sympathieke Spaanse presentatrice een gloeiendhete Fresno-peper in de mond gestopt krijgt door een onschuldig uitziend Mexicaans omaatje. Gelukkig blijkt er genoeg zoetigheid voorhanden om de uitslaande brand te blussen: ondertussen weet ik dat Spanjaarden en picante geen goede combinatie vormen.
Terwijl ze hoestend en proestend weet uit te brengen dat de smaak van de peper een ervaring muy especial is, ga ik even naar de Spaanse versie van “First Dates”, een datingprogramma dat zich altijd afspeelt in… jawel in een restaurant, kijk vervolgens een minuut of vijf naar “Junior Master Chef” en dan wordt het tijd voor de nachtelijke afsluiter met de abuelas, de grootmoeders die hun traditionele gerechten met ingewanden, kilo’s suiker en anderszins inmiddels uitgebannen producten demonstreren.
Waren het vroeger kookboeken waarboven ik als ware het porno zat te kwijlen, nu vrees ik verslaafd te zijn aan programma’s waar het over eten gaat en helemaal aan Canal Cocina.
De klok geeft inmiddels een uur ’s nachts aan en ik moet echt naar bed.

Ik heb een buitengewone belangstelling (of is het een bijna-obsessie?) voor eten, mijn hele leven al.
Waarom? Misschien door het ranzige voer uit mijn kostschoolverleden of door mijn vader die op feestdagen de heerlijkste pot-au-feu of poulet Marengo maakte.
Maar het zou ook zomaar aan mijn hyperactiviteit en bijna twee meter lengte kunnen liggen dat ik zo vaak aan eten moet denken.
Hoewel, als ik alleen ben is het een stuk minder. Dus het kan ook de gezelligheid zijn van het gezamenlijk nuttigen van een heerlijke maaltijd.
Feit is in elk geval dat eten én koken als een rode draad door mijn leven lopen.
Zoals de befaamde Franse uiensoep uit mijn arme studententijd bijvoorbeeld: het ideale verjaarscadeau voor als je platzak bent, een uitstekende binnenkomer op vloeibare feestjes en een fantastisch anti-katermiddel voor erna. Mudden uien en liters bouillon zijn er in die dagen doorheen gegaan.
Dat samen eten dé manier is om sneller tot het innerlijk van de ander door te dringen (of beter gezegd: om de innerlijke processen van de ander eerder aan de oppervlakte te laten komen) is iets waar ook Renata over mee kan praten. Onze eerste drie dates vonden toevallig allemaal plaats op vrijdag, de dag die ik als vader van vier zonen zo’n beetje als peulvruchtendag bestempeld had.
Voor de eerste date maakte ik chili con carne, op de tweede kwamen we ‘per ongeluk’ terecht bij een Mexicaan en de derde keer besloot ik de Braziliaanse zwarte bonenstoof te maken waar mijn kinderen zo gek op zijn.
Het was erop-of-eronder (volgens Renata horen bonenschotels-met-overnachting pas plaatst te vinden in fase driehonderdvijftig van een relatie), maar dat we nu al twaalf jaar bij elkaar zijn schrijf ik toch stiekem toe aan die peulvruchtenschotels.
Ze waren namelijk heel lekker.
Ook het bouwen van mijn huis in Spanje stond in het teken van eten en gezelligheid. Er moest uitgebreid in gekookt, gebrouwen, gebakken én gegeten kunnen worden.
Door mijn reeds genoemde lengte van bijna twee meter en het voornemen dat eenpanshappen voorgoed tot het verleden gerekend moesten worden ging ik me te buiten aan ruimte, werkbladen, kasten en inrichting en werd mijn keuken het Mekka van een hobbykok met centraal een grote eettafel.
Genoten in het begin alleen bezoekende vrienden en familie van mijn culinaire experimenten, toen ik mijn huis ging verhuren aan vrienden- en vriendinnenclubjes en gezinnen en families smulden ook die ervan.
En de coaching groepen niet te vergeten, want waar gecoacht wordt moet ook goed gegeten worden.
Vegetariërs en veganisten, groentehaters, glutenvrijen, suikerlozen, in het begin bezorgden alle speciale wensen me een punthoofd.
Maar al gauw werd het een uitdaging, zo van: hoe krijg ik iets zo smakelijks op tafel dat zelfs de gasten zonder voedselallergie het water in de mond loopt.
Zo ontstonden het suikervrije chocolade ijs van sojamelk, pittige pastinaakpuree, de warme rode bieten salade, de zomerse paprikasoep, de groene hond en nog tientallen andere nieuwe gerechten.

zomerse paprikasoep

zomerse paprikasoep

pittige pastinaakpuree

pittige pastinaakpuree

koudgerookte jurel

koudgerookte jurel

Vaak kwam van het een het ander en op een gegeven moment kon ik moeiteloos een meergangen weekmenu samenstellen voor ontbijt, lunch en diner voor een groep van tien of twaalf personen met speciale wensen.

11222109_10206223148890513_4604528792495346564_n11701193_10206223148730509_8859149794023584751_n

Waarbij ook nog eens bijna alle producten uit mijn biologische moestuin kwamen.
Als zo’n groep er was dook ik bij het ochtendgloren tussen de pannen en potten, produceerde een mise-en-place van meerdere vierkante meters, kwam slechts uit mijn kokkerelhol om groenten en kruiden te plukken of de deelnemers te verrassen met hapjes als cadeautjes en leefde me tot ’s avonds laat uit in mijn ideale keuken als een manische voedsel-Picasso.
En toen werd ik ziek en kwam er van koken en gasten lange tijd niets meer.

‘Hola José Antonio ¿conoces Alberto Chicote?’
Het is vriend en mede kookfanaat Fede van La Casa del Perro.
‘Euh… ja?’
Alberto Chicote ken ik wel, want zeg nu zelf, wie in Spanje kent die kok niet. De man is megabekend, in ieder geval bij de Canal Cocina verslaafden onder ons.

‘Solo la cocina, José Antonio, solo la cocina,’ had Julio de productieleider gezegd. ‘Y somos cinco.’
Inderdaad arriveerden er om twaalf uur vijf personen. De filmploeg, stuk voor stuk jonge mensen die die ochtend heel vroeg met de trein uit Madrid vertrokken zijn.
Een half uur later worden er echter nog twee mensen door een vader, oom of opa (?) bij de deur afgeleverd. Het blijken de poederdames te zijn.
En daarna volgen de figuranten, een assistent, een assistent van een assistent, een andere filmploeg om de omgeving op de plaat te zetten en uiteindelijk komt ook de grote Chicote.
Zover de afgesproken vijf personen.
En wat betreft de geplande locatie, oftewel mijn keuken?
Gaandeweg heeft de activiteit zich over de woonkamer, de terrassen en de moestuin uitgebreid, heeft Renata zich voor de veiligheid boven in haar werkkamer opgesloten en kijk ik dus nieuwsgierig toe vanuit mijn hangmat.
Ineens is iedereen stil. Er wordt opgenomen.
Ik laat mij uit de hangmat zakken en sluip naar de keuken.
Ana blijkt een natuurtalent, ze praat en beweegt als een volleerd actrice.
Wanneer de opname klaar is komt een heel series kijkende Julio naar me toe.
‘José Antonio, tengo dos problemas.’
Probleem één blijkt mee te vallen. Ze hebben straks voor de opname aan tafel graag iemand met grijs haar. Of ik dat wil doen.

chicote1Maar probleem twee is van een andere orde.
Tijdens de voorbespreking had Julio me gevraagd of ik misschien voor de crew zou kunnen koken. Na een dag opnames waren ze namelijk altijd erg moe en hadden nooit zin om op restaurant te gaan. Het moest iets zijn dat ik tevoren kon klaarmaken want de keuken zou veranderen in een filmset.
Omdat ze met zijn vijven waren had ik voor zeven personen, Renata en ik moeten tenslotte ook eten, een omgekeerde vistaart voorbereid.

omgekeerde-vistaartTot zover was alles in kannen en kruiken.
En nu vraagt Julio ineens of ik straks na de opnames voor iedereen hier kan koken… inclusief Alberto Chicote. Bij die laatste trekken mijn billen zich toch even samen.
Een grotere vistaart maken is geen optie, alles is al “gelaagd”. En voor iets anders moet ik naar de winkel en die vindt je in de campo niet naast de deur.
Terwijl ik naarstig zit na te denken over een oplossing komt Alberto naast me zitten en begint een praatje. Hoe fantastisch hij mijn keuken vindt en dat mijn woonkamer zo op die van hem in zijn nieuwe huis lijkt. Hij haalt zijn mobiel tevoorschijn en laat me de foto’s zien. Daarna hebben we het over moestuinen en moestuinieren, de ontspanning van het werken met vingers in de klei, iets wat hij nodig weer eens zou moeten doen, over het feit dat hij zo’n beetje geleefd wordt de laatste jarenm, dat dat niet goed is voor een mens, en … over lekker eten natuurlijk. Ondanks dat we qua uiterlijk tegenpolen zijn, hij is klein en stevig en ik ben lang en mager, hebben we veel gemeen en al kletsend vloeit alle spanning over het avondeten van me af.
Ik verzin wel wat straks.

Wanneer de avond valt en de laatste opname gemaakt is, komt Alberto naar me toe.
‘José Antiono, lo siento mucho, maar ik ben helemaal versleten. Dus ik eet niet mee maar ga meteen naar mijn hotel en naar bed. Maar ik beloof je dat ik binnenkort bij je kom eten.’
Hij geeft me een abrazo en vertrekt. En heel zijn gevolg volgt hem.
Een half uurtje later verorberen Renata en ik samen met de vijf leden van de crew onder het genot van een drankje de vistaart.

groene-hondAls verrassingstoetje heb ik een groene hond gemaakt. Wordt er eerst nog argwanend naar gekeken, na de eerste hap is iedereen verkocht.
‘Chicote weet niet wat hij mist,’ zegt Julio en met zijn vinger veegt hij het laatste restje uit zijn glas.
Als iedereen zijn bed heeft opgezocht drink ik nog een glaasje om de dag te overdenken.
Het heeft wel wat, al dat leven in de tent, ik merk dat ik dat gemist heb.
Dan kijk ik op de klok. Eén uur, ik moet nu echt naar bed.
Morgenochtend om half zes sinaasappeltjes persen voor de crew.

Geplaatst in Blog | 10 Reacties

Over boeken, moestuinieren, mañanamannen en chaos in het hoofd

Mijn hoofd loopt over en mijn moestuin idem dito.
Een rampzalige samenloop van omstandigheden, waarbij kop-staartverwarring zich tot het oneindige lijkt uit te strekken.
In ieder geval zolang de regenval blijft duren aan de ene kant, terwijl ondertussen de gedachtes zich blijven opstapelen omdat ik de laatste punt van mijn boek nog niet heb kunnen zetten.
Ik ben namelijk een fervent moestuinfullnes-beoefenaar.
Ontspannen met de vingers in de klei en in het hoofd slechts ruimte voor plantjes is mijn manier om in de “nothingbox” (zie vorige blog) te geraken en hét middel om mijn schrijversmodus op pauze te zetten en de personages, zinsconstructies en puntjes op i-en een halt toe te roepen.
Alleen gaat het hem dit keer niet worden, weet ik wanneer ik al na twee stappen tot de knieën in de modder zink.
Wat nu?
Hoe zet ik nu mijn zinnen om tot zennen?

Dan valt mijn oog op het appartement dat bij ons huis hoort. Het is de favoriete logeerplek van vrienden en familie maar gedurende de rest van het jaar doen we er niets mee.
En al jaren hikken we tegen het wel of niet verhuren ervan aan.
In schrijfmodus zijn we namelijk tamelijk “op onszelf” en om dan wildvreemde mensen in ons paradijsje toe te laten… je weet nooit wat voor vlees je in de kuip gaat krijgen.
Aan de andere kant: nieuwe mensen ontmoeten zorgt er wel voor dat we niet wegkwijnen als excentrieke zonderlingen op de campo. En wie weet krijgen we gasten die later tot markante karakters in een van de boeken kunnen worden geboetseerd.
“Elk nadeel heb se voordeel”, zoals Cruijff tenslotte altijd zei.
Al spelend met het idee stap ik daarom naar binnen en kijk om me heen. Douche, toilet, slaapruimte, een keukentje en woongedeelte, toch wel een fijn plekje. Lekker licht ook, en het uitzicht niet te versmaden: de Maroma, het golvende landschap, het stuwmeer, in de verte de zee…

dsc02768

Echt zonde dat we het zo weinig gebruiken.
Ik loop weer naar buiten en laat me op een ligstoel zakken. Op wat gekwetter van vogels na heerst er hier op het terras stilte.
Terwijl de zon mijn door het schrijven stram geworden botten verwarmt daalt er rust neer in mijn hoofd.
Rust!
Als door een bij gestoken vlieg ik overeind.
Natuurlijk! Ik ga er gewoon mee aan de slag. Verstand op nul en de boel opknappen: mindfull verven werkt beslist zo goed als tuinieren.
Maar ik moet wel even uitzoeken hoe dat verhuren precies in zijn werk gaat, en eigenlijk mag dat ene plekje wel gestuukt worden, en misschien een ander tafeltje in het zitgedeelte, en als ik nu gelijk ook eens werk maak van die vloerverwarming en –koeling?
Vol nieuwe energie en plannen ga ik aan de slag, vergetend dat het in Spanje met zijn mañanamannen wel eens anders loopt dan verwacht.

Zo kan de vrachtwagen die spullen komt brengen bijvoorbeeld een lekke band voor je huis in de campo krijgen.  En omdat de chauffeur toevallig zijn reserveband is vergeten ben je even later twee uur onderweg om die op te halen.dsc02753Of komt de fontanero doodleuk drie keer niet opdagen om, als hij er dan eindelijk is, precies dat ene verbindingsstuk niet bij zich te hebben wat nodig is.
En dat als hij eindelijk de klus geklaard heeft de verbinding twee dagen later blijkt te lekken ik dit in feite had kunnen verwachten.
Een griepgolf die de ene helft van de mañanamannen uit het veld slaat, regenval waardoor de andere helft halverwege ons huis vast komt te zitten in de barro, leidingen die door weersomstandigheden dan wel eerdere “bedrijfsongelukjes” het loodje leggen: uiteindelijk is het niet veel meer dan wat er in een gemiddeld winterseizoen op de campo aan de hand kan zijn.
Over het vergunning aanvragen voor een officiële casa rural bij de Junta de Andalucia en de papierwinkel die daarbij hoort zal ik het daarom maar niet hebben.
Kortom, een fantastisch plan om straks het appartement te gaan verhuren maar van de gehoopte rust komt niet veel. In plaats daarvan wordt mijn hoofd bevolkt door problemen, obstakels en alle beren die ik daar zelf nog eens bovenop gooi.
Maar wonder boven wonder, toch lukt het me om mijn nieuwe roman op tijd af te krijgen. Ik hoef alleen nog maar een synopsis te maken en dan kan het manuscript naar de uitgever.
En geloof het of niet, uiteindelijk is ook het appartement (verhuur)klaar. Het enige wat nog ontbreekt is een groot expansievat voor de vloerverwarming cq koeling dat ik besteld heb.
‘Een levertijd van maximaal een week,’ sprak de leverancier met volle overtuiging.
Het is nu drie weken en even zoveel bezoeken aan de zaak later, maar een expansievat? Nada.
Voor de vierde keer klop ik aan bij een baliemedewerker.
‘Sorry, hoor, maar de fabriek heeft wat leveringsproblemen.’
Tja, dat heb ik meer gehoord. ‘Maar wanneer komt hij dan,’ vraag ik.
‘Geen idee.’ De knul schokschoudert en gaat verder met artikelen prijzen. ‘Over een week si tienes suerte (als je mazzel hebt).’
Of het nu door het suerte komt of omdat mijn zen gevoel al weken ver te zoek is, weet ik niet, maar ineens ontplof ik.
‘¡Suerte! Wat heeft suerte daar nu mee te maken. Jullie moet dat gewoon regelen!’
Ik kan het coño nog net op tijd inslikken.
Weer een schokschouder: ‘Sin problemas.’
De man loopt naar de kassa, haalt daar mijn aanbetaling uit en smijt het geld op de toonbank.
‘Dan is hierbij uw bestelling geannuleerd,’ zegt hij en scheurt de bestelbon in stukken.
Ik sta zo met mijn mond vol tanden dat hij openvalt.
Dan herinner ik me de woorden van Jorge, mijn buurman en beste vriend hier in Spanje.
‘José, als je écht ergens een probleem hebt, of het nu in een restaurant is of in een winkel, vraag gewoon naar het libro de reclamaciones.’downloadDus veeg ik de papiersnippers bij elkaar, stop ze in mijn zak en zeg: ‘Prima, en mag ik dan ook meteen het libro de reclamaciones van je ?’
‘Ja hoor, ik ga het meteen voor u halen.’ En weg is de baliemedewerker.
Nou Jorge, denk ik, dat libro de reclamaciones is iets van vroeger of zo want aan de reactie van deze man te zien vindt hij het absoluut niet erg dat ik erom vraag.
Maar als er even later opeens een keurige heer in kostuum voor me staat die me beleefd vraagt of ik even mee naar zijn kantoor wil komen, voel ik dat Jorge misschien toch gelijk gaat krijgen.
‘Sorry, sorry, sorry mijnheer, dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren,’ begint de man als ik plaats genomen heb. ‘Natuurlijk krijgt u van mij het klachtenboek als u daarop staat, maar misschien kunnen we samen eerst proberen of we niet tot een oplossing kunnen komen.’
En jawel hoor, na een aantal telefoongesprekken vindt de directeur, want dat staat onder zijn naam op het bordje, een expansievat voor me dat gegarandeerd binnen een week geleverd kan worden. Het is wel drie keer zo groot dan het vat dat ik heb besteld, maar eerlijk gezegd komt me dat best goed uit.
‘En de prijs?’ vraag ik.
‘Minuutje,’ antwoordt de directeur. Hij pakt een rekenmachine uit de lade en begint er driftig op te tikken. Als hij daarmee klaar is laat hij me het resultaat zien.
En Jorge heeft gelijk, het libro de reclamaciones is een wondermiddel in Spanje. Echt het beste boek dat er is.
Alhoewel, ik hoop natuurlijk dat mijn nieuwe boek dat straks blijkt te zijn.
En mocht u het appartement willen boeken, er ligt een libro de reclamaciones.
Al weet ik zeker dat u het niet nodig zult hebben.

Geplaatst in Blog | 4 Reacties

Van vissers en vakjesgeesten

Zoals wel vaker vertoont de inhoud van mijn hoofd vandaag overeenkomsten met een gemiddeld damestasje. Alles, maar dan ook werkelijk álles zit er in: verdwaald, verstrengeld, verloren, vergeten, in de knoop of op enige andere wijze door elkaar gehusseld. Belangrijke en onbelangrijke dingen zijn onnavolgbaar in de grote hoop verdwenen en rollen meestal onverwacht en niet ter zake doend weer naar buiten.
Het is de dag na mijn verjaardagsfeestje, familie op bezoek, een laat etentje, teveel wijntjes en te weinig slaap.
Geen excuus maar wel de reden dat ik me dit keer echt minstens een jaar ouder voel.
Ik open de gordijnen en het zware wolkendek vertelt me dat ik daar geen opklaring hoef te verwachten.
Het is de hoogste tijd om uit te gaan waaien op het strand.

Op het strand van Benejarafe zijn geen badgasten te bekennen. Ik zie slechts een paar wandelaars, een enkele hondenbezitter en wat verwante zielen die net als ik hun zaterdagavondkater de vrije loop laten.
En… de plaatselijk hengelsportvereniging: langs de waterlijn staan op iedere vijf meter een of twee hengels, een klapstoel en een koelbox. In de gauwigheid tel ik zo’n twintig vissers op een rijtje. Allemaal mannen, geen vrouw te bekennen.
In de berm, onder de rook van het doorgaande verkeer, probeert een enthousiaste pyromaan met draconische middelen een barbecue in de hens te steken en iets verder het strand op zijn drie tonronde mannen in de weer met het opzetten van een partytent terwijl twee puberjongens af en aan lopen met de ene na de andere gevulde plastic tas.
Ik hoor een paar zeemeeuwen, het gekraak van klapstoelen, een vloek wanneer de partytent dreigt in te storten en het verwaaide geluid van een blaffende hond.
Verder doet iedereen er het zwijgen toe.
‘Laten we even gaan zitten tot ze iets vangen,’ stelt José voor.
Ik herken een visverleden in zijn voorstel en mijn brakke staat van zijn vindt neerploffen op het zand een uitstekend idee.
‘Heeft u al wat gevangen,’ vraag ik aan de man op het stoeltje twee meter voor ons.
‘Neuh… nou ja, eentje.’ Zijn vingers duiden een formaatje goudvis aan.
José gebaart naar de eindeloze opstelling van hengelend volk. ‘Toch moet er hier veel vis zitten… het hele strand staat vol hengelaars.’
De man kijkt hem verbijsterd aan: ‘Hier? Dit is een rotstek. Er zwemt hier amper vis!’
Hoofdschuddend draait hij zijn hoofd terug richting de zee, de blik wederom op oneindig.
Ik begrijp er niks van. Een rotstek? Amper vis? Wat doen al die hengelaars dan hier?
José snapt het blijkbaar wel, want als ik me naar hem toedraai zie ik de blik van niksigheid van de visser op zijn gezicht weerspiegelt.
Hoe doen mannen dat toch?

De situatie doet me denken aan een filmpje met Mark Gungor waarin hij het verschil uitlegt tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein.
Wat hij zegt komt kortweg hierop neer: mannen bergen alle onderwerpen des levens keurig op in aparte ‘boxes’. Een doosje voor het werk, een doosje voor de echtgenote, weer een andere voor de auto, een voor geld enzovoort, enzovoort.
De belangrijkste regel om dit mannelijke dozensysteem te laten werken is dat die dozen elkaar nooit of te nimmer mogen raken.
En er is een heel speciale doos. Het is de favoriete van elke man, want hij is namelijk… leeg, totaal leeg. Hij heet heel toepasselijk The nothingbox.
Wanneer een man in zijn ‘nothingbox’ zit denkt hij aan … helemaal niks!
Onbegrijpelijk voor ons vrouwen omdat volgens meneer Gungor het vrouwenbrein altijd “aan” staat en alle onderwerpen met elkaar verbonden zijn door een elektrisch circuit van gevoelens, hormonen en emotie.
Gelijk een statisch bord spaghetti. Of een overvol damestasje.
En nu ik om me heen kijk zie ik dat Mark Gungor niet liegt. De “nothingbox” voor mannen bestaat echt, het bewijs staat op de twintig-plus-een gezichten om me heen geschreven.

Een klein kwartier later, zonder dat er een aanleiding voor is, staan de hengelaars op uit hun klapstoeltjes, sjorren hun afgezakte broeken op heuphoogte, inspecteren hun hengel en begeven zich simultaan richting partytent.

sobremalagaDaar aangekomen pakt ieder een biertje en iets te eten van de nu uitgestalde waar.
Een van de pubers wordt eropuit gestuurd om twee jonge, blijkbaar nog fanatieke vissers bij hun hengel vandaan te sleuren om ook aan het ritueel deel te nemen.
Drinkend en kauwend kijkt even later heel de zondagse hengelsportvereniging met eendere lege blik naar de zee.
Als de lege bierblikjes en etensresten in een afvalzak gegooid zijn en de broeken nogmaals opgehesen keren de mannen terug naar hun stek.
Opnieuw volgt er eerst een hengelinspectie voor men terugkeert naar de klapstoelpositie en het luchtledige.
Hoewel, voor de dichtstbijzijnde hengelaars blijkt er een probleem te zijn ontstaan: hun lijnen zijn met elkaar verstrikt geraakt.
Een grom. Een boer.
Met engelengeduld proberen de twee mannen de lijnen te ontwarren.
Een schreeuw.
De lijn van een derde hengelaar iets verderop zit ook verstrengeld in de kluwen.
De lege blikken maken nu plaats voor zichtbare frustratie: drie ‘nothingboxes’ die met elkaar in de knoop liggen, dat moet zoiets zijn als een man die in een vrouwenbrein verstrikt is geraakt! In mijn brein bijvoorbeeld, waar gedachten, plannen en problemen nog steeds chaotische buitelingen maken.
Ik concentreer me op het drietal en kijk toe hoe ze met langzame en weloverwogen bewegingen de lijnen van elkaar los proberen te pulken.
Het is net of daarmee de rust in mijn eigen hoofd neerdaalt.
Eindelijk lukt het en kunnen de mannen terug naar hun stoeltjes, zwijgend.
En ook mijn vrouwenbrein is eindelijk stil.
Ik leun achterover en geniet. De niksigheid van het vissen is zo verkeerd nog niet.

Wanneer we het strand verlaten hebben de mannen zich al voor een vierde of vijfde keer in de partytent verzameld. Drinkend, kauwend en peinzend, en zo te zien innig tevreden.
De pyromaan is nog steeds druk met het vuur, in afwachting van gevangen vis die waarschijnlijk nooit zal komen. Ook hij heeft een uitdrukking van absolute niksige tevredenheid.
Mannen en hun nothingboxes: het wordt tijd dat ze er een voor vrouwen uitvinden.

Geplaatst in Blog | 14 Reacties

Kaarslicht en groene biermannetjes

Wie is niet ooit met liefdesverdriet, een fles wijn en een rap leeg rakende zak chips rond het middernachtelijke uur op de begripvolle stem van Jan Veen gestuit?
Dan begrijp je waarom de naam van restaurant La Luz de Candela onmiddellijk associaties met het Nederlandse radioprogramma Candlelight bij me oproept.
Positieve in dit geval, we zijn op zoek zijn naar een rustige plek om met vrienden bij te praten. Een heikele klus in Málaga omdat hier in de meeste gelegenheden het gemiddeld aantal decibellen een flink stuk hoger ligt dan bijvoorbeeld in Nederland. Maar met een restaurant dat de naam Kaarslicht draagt kunnen we aardig op de goede weg zitten.
‘Is het een beetje betaalbaar,’ vraag ik aan een over recensiepagina’s surfende José.
Niet onbelangrijk, straks belanden we in een uitgestorven sterrenrestaurant en moeten we na afloop aan de afwas om de rekening te voldoen.
‘Zo te zien is het goed te doen. En ze hebben veel streek- en seizoenproducten en een ruime wijnkeuze. Goede recensies ook.’
‘Is er ook wat vegetarisch?’
‘Niet superveel, maar er zijn wel volop visgerechten. En het is Frans georiënteerd, weer eens wat anders.’
Kaarslicht, een vleugje la Douce, lekkere wijn en goed gezelschap.
¿Que más quieres?
 
Nou ja, een goed snookercafé wellicht. Sinds er snookerkampioenschappen over het beeldscherm sukkelen krijg ik José ’s avonds amper nog de deur uit. Maar dit terzijde.
‘Je hebt om halfacht gereserveerd?’ hijg ik verbaasd terwijl ik hem probeer bij te houden en tegelijkertijd een vergeten rits omhoog werk. ‘Dat is wel megavroeg.’
‘Dat leek me handig. Ruud en Marije moeten daarna nog een uur terug naar huis rijden.’
Daar zit wat in. En in elk geval hoeven we zo niet bang te zijn voor een eventuele halfzeven hongerklop. Veel Nederlandse vrienden weten niet dat de meeste keukens in Málaga pas om halfnegen opengaan.

images-2
Als we in Calle Dos Aceras de drempel overstappen worden we hartelijk begroet door de eigenaar. Vanwege het gedempte licht denk ik even dat we daadwerkelijk bij kaarslicht zullen dineren, maar dan gaan de dimmers omhoog, klinkt er een relaxt jazzy muziekje op en blijken we in een sfeervolle en toch ook gelijk een beetje huiskamerachtige ruimte te staan. Originele kunst aan de muren, boeken (op de ruggen zie ik veel titels van de grote Franse keukenmeesters en ze zien er veelvuldig gebruikt uit; een goed teken voor smulpapen) en heel veel flessen wijn.
Ik maak net een verkenningsrondje langs de tekeningen en schilderijen als onze vrienden arriveren, met in hun kielzog nog wat gasten.
De sfeer is uitstekend, de muziek staat niet te hard, we hebben een mooi centraal tafeltje, kortom alles is perfect, tot we de kaart voor ons neus krijgen en niet kunnen kiezen.
Het wordt nog ingewikkelder als we te horen krijgen dat er buiten de kaart om nog een aantal gerechten zijn. Stuk voor stuk klinken ze spannend, exotisch of met combinaties van ingrediënten die we minstens willen proeven.
‘Waarom nemen jullie niet meerdere gerechten para compartir,’ reageert de eigenaar op onze keuzestress.
Samen lopen we de kaart door. Uiteindelijk besluiten we een stuk of tien hele en halve raciones met elkaar te gaan delen.
Ook de wijnkeuze is niet eenvoudig. Maar na er een paar geproefd te hebben blijkt een wijntje uit het wat duurdere segment de paar extra euro’s meer dan waard.

download-1download

We smullen van het ene na het andere gerecht dat op tafel komt, praten alsof we elkaar jaren niet gezien hebben en smeren de keel met slokjes fruitige, soepele wijn.
Af en toe kijk ik om me heen en zie dat de andere gasten het eveneens uitstekend naar de zin hebben.
Niet opdringerig maar wel heel alert lopen de twee mannen die bedienen af en aan om een nieuw gerecht te brengen, wijn bij te schenken of gewoon om te checken of alles goed zit.

images-1Na een heerlijk toetje en de onvermijdelijke chupito nemen we even later op straat afscheid van ons gezelschap.
En dan zie ik ineens een groen bierflesje op en neer springen, een deur of drie verder.
Het is dan wel geen roze olifant, maar voor de zekerheid knijp ik toch maar in mijn arm.
‘José, zie jij wat ik zie?’
‘Dat is de buurman, een heel aardige man.’ De eigenaar van La Luz de Candela is achter ons opgedoken.
Ik kijk wat beter naar het rondhuppelende flesje Heineken en zie inderdaad een gezicht, twee benen en twee armen uit het schuimrubber steken. En die armen zwaaien naar ons.
‘Zijn zaak is net open. Ga even een kijkje nemen, hij vindt dat vast heel leuk.’
Inderdaad, als we een stap in zijn richting doen gaat het bierflesmannetje nog harder tekeer; door het kleine hoofd dat uit het kolossaal schuimrubberen pak steekt heeft hij iets weg heeft van een enthousiaste kabouter.

ingangEenmaal bij hem worden we de trap op geloodst naar binnen en dan zijn we in een spiksplinternieuwe op een Irish Pub lijkende kroeg beland.
Nou ja, kroeg. Als we het eerste deel van de toog en de nisjes en zitjes zijn gepasseerd, blijkt dat we nog maar een derde van het geheel hebben gezien.
De totale ruimte is werkelijk enorm. Ik zie een podium en bedenk dat hier makkelijk een paar honderd mensen een concert zouden kunnen bijwonen.

julioOndertussen vertelt Julio, het bierflesje heeft onze uitbater intussen uitgedaan, over de wilde plannen die hij voor zijn toko in petto heeft. Concerten, feesten, het WK-voetbal op een groot scherm, noem het en hij organiseert het.
‘En wat vinden jullie van het thema van de kroeg?’
Nu pas valt me op dat het hier wel een pub-achtig geheel is, maar dat je tevens het gevoel krijgt met een tijdmachine naar het koloniale Afrika te zijn gezonden. De oude foto’s, kaarten en attributen lijken regelrecht uit het begin van het 20e eeuwse donkere, dan wel lichte Afrika te zijn gekomen en wanneer ik al rondkijkend dichter naar het podium dwaal beland ik zomaar in het Egypte van die oude Lawrence of.

2aceras-0246504‘Renata, kom eens!’ Een zeer enthousiaste kreet van José.
Ik tref hem in het achterste deel van de zaal aan bij een dartbord en een pooltafel.

poolJulio staat naast hem en de onderhandelingen zijn al begonnen.
‘Je zou hier perfect kunnen snookeren. Er is genoeg ruimte.’ Met zijn lange benen meet José de meters uit die voor een snookertafel noodzakelijk zijn. ‘Ik weet zeker dat je daar extra klanten mee trekt. Mij heb je in elk geval binnen.’
Julio lijkt het duidelijk geen slecht plan te vinden. Samen bekijken de mannen nog even de mogelijkheden van twee andere locaties om dan toch weer bij deze plek uit te komen.
Er vindt hier iets bijzonders plaats. Een mannending. Een snookerding. Twee paar ogen glimmen van pret bij het vooruitzicht: Julio ruikt de mogelijkheden, José eveneens.
En nu ik er beter over nadenk ontvouwen zich voor mij ook de nodige perspectieven. Nooit meer naar die ellenlange en saaie snookerkampioenschappen op televisie hoeven kijken en de beste wortel die er bestaat om mijn gade de deur uit te krijgen: zijn eigen snookertafel, omringd door fris schuimend bier.

 

 

Geplaatst in Blog | 5 Reacties

De januari-dip

Het is de eerste echte warme dag van januari en Juan Antonio, de sous-chef van het strandrestaurant, heeft het moeilijk.
Het is de januari-dip bedenkt hij wanneer hij nogmaals zijn beslagen brillenglazen oppoetst. Maar dan met nog wat extra complicaciónes.
Was het eerst de buitensporige drukte van de feestdagen die in Spanje tot 6 januari (Reyes) duren, daarna kwamen het slechte weer en de rukwinden waardoor de helft van het terrasmeubilair voor de zoveelste keer in zee dreigde te eindigen en er zelfs van een

photoopinionde-malagagoede nacht slaap weinig is terecht gekomen. En terwijl de helft van de horeca in Málaga de deuren heeft gesloten om te genieten van een welverdiende pauze, staat hij hier met de helft van het bedienend- en keukenpersoneel geveld door de nieuwjaarsgriep, een chef met een kater, stagiaires die denken dat het vakantie is en een keukenhulp die een langzaamaanactie voert.
En daar bovenop zit het terras bomvol uitgelaten families, echtparen, geliefden en opgeschoten vriendengroepjes en bestellen uitgerekend vandaag maar liefst zeven tafels de vis-in-zout!

bar_croute_de_sel_non_cuit_tEen trabajo de mierda om te serveren en normaal heeft hij hier een speciaal mannetje voor, maar ja … de griep … en iemand moet het doen.
Negen paar ogen kijken hem verwachtingsvol aan wanneer hij met de schaal de tafel nadert. Mobieltjes liggen binnen handbereik en twee dames komen al overeind als hij de vis-in-zout op de serveertafel plaatst.
Weten ze dan niet dat niemand het leuk vindt om op de vingers gekeken te worden?
Hij geeft een eerste tik op de zoutkorst.
¡Jodér! Hij valt in gruis uit elkaar. De keuken is vergeten eiwit door het zout te doen. Op deze manier krijgt hij dit visje nooit fatsoenlijk uit zijn jas.
Klik. Klik. Klik.
Er staan nu al drie dames met hun mobieltje in de aanslag om hem heen.
Hij kijkt op en haalt zijn beste grijns tevoorschijn in de hoop dat de dames het hierbij zullen laten. Verspilde moeite: zes ogen zijn gekluisterd aan de hoop zout in de verwachting dat daar bij toverslag een vis onder vandaan zal komen.
Nou, als ze een goochelaar willen, kunnen ze er een krijgen!
Met een nonchalante gebaar drapeert hij zijn servet over de zoutkorst en besluit dat het er professioneler uitziet als hij er afgemeten met zijn lepel op slaat – een tikje hier, een tikje daar – en onderwijl met zijn andere hand ongezien de zoutkorst probeert te decimeren.
¡Funciona! Hij voelt het onder zijn servet verder afbrokkelen. Er loopt een zweetdruppel in zijn ogen, maar hij kijkt wel uit die nu weg te gaan vegen.
Zo, dit moet genoeg zijn. Hij meet zich een ‘kijk-zo-doe-je-dat’-air aan en met een elegante zwier trekt hij het servet weg. Wonder boven wonder, de vis komt er onbeschadigd en perfect onder vandaan.
Eerste honk gehaald, nu de rest nog.
Terwijl camarera Ana een stapel gloeiendhete borden en de groentegarnituur naast hem neer zet, haalt hij voorzichtig aan een kant een stuk vel eraf.
¡Que suerte! De vis is gaar, en dat ondanks de slechte zoutkorst.

bar_croute_de_sel_cuit_tOpgelucht kijkt hij op.
Hé, waar is Ana nu opeens gebleven? Een tafel van negen personen, die kan hij toch niet alleen…
Dan ziet hij haar tien meter verder tussen de tafels flitsen. Hij roept haar, maar ze reageert niet.
¡Jodér! Wat een dag! Dan zelf maar. Hij legt een stuk vis op het bovenste bord, drapeert er wat van de zompig gekookte groenten naast en beent naar de verst wachtende gast.
Als hij het volgende stuk vis opschept en weg wil leggen stoot Jorge, een van de stagiaires, hem aan. De vis valt nog net op de rand van het bord maar ook de zijkant van zijn hand komt in aanraking met het hete porselein.
‘¡Jjjj..!’ Hij weet de vloek nog net in te slikken. Maar het doet wel verdomde pijn.
‘Deze biefstuk is te rauw zegt die mevrouw.’ Jorge gebaart met zijn hoofd naar een tafeltje achter hem en schokschoudert onnozel.
Madre mia, ook dat nog. Juan Antonio verbijt de pijn in zijn hand, zet zijn officiële sous-chef gezicht op en wendt zich tot de betreffende dame.
‘U wilt hem natuurlijk graag mas a su punto hebben señora?’
De dame knikt, duidelijk gecharmeerd dat ze serieus genomen wordt.
Hij wijst richting keuken. ‘De nuevo,’ zegt hij tegen Jorge, om de schijn op te houden. Want niks geen nieuwe biefstuk. Dezelfde lap vlees gaat terug de pan in en dan krijgt ze hem terug zoals ze hem hebben wil: de klant is immers koning. Wat extra bonenslierten en weer een probleem opgelost.
Na de hele vis uitgeserveerd te hebben – een paar klanten zeuren dat de eerste stukken door de hete borden droog zijn geworden, maar dan hadden ze maar niet op de rest moeten wachten met eten – wil hij net naar zijn speciale rustige plekje gaan om even snel een cigarillo te roken als hij ruw aan zijn mouw getrokken wordt.
‘The toilet is dirty, piss everywhere on the floor. And there are no paper towels anymore.’
De vetzak voor hem heeft een rode neus en een drankkegel die je achterover doet slaan.
‘Oké Sir, thanks,’ zegt hij in een ademteug. ‘I will deal with this.’
¡Que borracho! Te vet om over zijn pens te kijken, te bezopen om raak te mikken en wij kunnen de zooi schoonmaken.
Dan ziet hij Ana met de volgende vis-in-zout aankomen en slaakt een diepe zucht: zijn sigaretje kan hij wel vergeten.
Zeven zoute vissen (hoe zou Jesus die klus met de vissen ooit geklaard hebben?), een overdaad aan klachten zoals een niet helemaal goed schone tafel, een volle asbak en wat het-eten-is-te-flauw / het-eten-is-te-pikant / het-eten-is-te-gaar / het-eten-is-te-rauw klanten later heeft hij het wel gehad.
En helemaal als José, de bedrijfsleider die altijd zijn snor drukt, hem bij een stuk ik-zit-al-een-half-uur-te-wachten-ongeduld en passant toesist: ‘Hou de klant tevreden en geef hem altijd gelijk. Zeg hem dat het onvergeeflijk is dat hij een half uur op zijn eten heeft moeten wachten en biedt hem een toetje van het huis aan. Dat verreken ik straks wel met de fooienpot.’
Pas wanneer Juan Antonio bij de het-eten-is-te-flauw klant de gepeperde rekening op tafel kan leggen en diens verbijsterde gezicht ziet terwijl hij zijn portemonnee trekt, voelt hij zich weer wat beter.
Het mooiste terras aan zee van Málaga kent zijn goede en slechte dagen.
 
Aviso:
Alle personages en situaties in dit blog zijn ontsproten aan de hersenkronkels van de schrijvers, genietend van de zon en het uitzicht op het terras van een historisch strandpaviljoen op dinsdag 16 januari tussen 14.30 – 16.15 uur .

Geplaatst in Blog | 8 Reacties

21 december

Hola José Antonio, mucho tiempo, no?
??? Geen idee wie het is. Dus antwoord ik aarzelend: ‘Si…, si…
‘Ik ben het, Paco. ¿Cómo estás?
Paco? Welke Paco? Ik ken er minstens een stuk of tien, als het er geen twintig zijn.
‘Pablo zei dat hij gisteren bij je langs was geweest.’
Aha, nu weet ik welke Paco het is. Want ik ken er maar één in combinatie met de naam Pablo. Het is Paco el electricista, de vader van Pablo el electricista! En het is inderdaad mucho tiempo, ik kan me niet meer herinneren wanneer ik hem voor het laatst gesproken heb .
‘Ja, dat klopt. Er was een fase uitgevallen. Hoe gaat het met jou?’
‘Met mij gaat het prima. Zeg, morgen val ik voor Pablo in en zit de hele dag duimen te draaien op kantoor. Heb je zin om langs te komen? Kunnen we bijkletsen.’
Toevallig ben ik van plan de volgende dag boodschappen te gaan doen.
‘Lijkt me hartstikke leuk. Een uur of elf?’
‘Afgesproken, ik zie je dan. Hasta mañana.’

Vriend Paco verdient een nadere introductie.
Ik ken hem al ruim vijftien jaar, hij is een van eerste Spanjaarden die ik hier heb leren kennen. Via via hoorde ik dat hij een betrouwbare en kundige elektricien was. En als je een huis gaat bouwen is zo iemand onontbeerlijk.
Ik weet nog goed dat ik voor het eerst bij hem op kantoor kwam: een kleine, vriendelijk lachende man met een beetje een bol hoofd aan een groot bureau, aan de muur her en der kalenderfoto’s van schaars geklede dan wel voluptueuze dames zoals je die meestal in werkplaatsen aantreft én ernaast… de grootste verzameling Christelijke spreuken die ik in mijn leven gezien heb!
(Voor diegene die mij een beetje kent hoef ik niet uit te leggen dat ik voor dat laatste ietwat “allergisch” ben; lees anders mijn boeken Pater Noster of Eeuwige Stilte maar)
In het begin was ik dan ook wat terughoudend, maar dat bleek niet nodig. Het werd me al snel duidelijk dat Paco gewoon een ontzettend aardige man was, ruimdenkend en uiterst respectvol naar vrouwen toe, en het geloof bracht hij geen enkele keer te berde (ik weet zelfs nu nog niet van welke Christelijke stroming hij is).
Bovendien was hij nieuwsgierig naar de mening van een ander. En in het bijzonder van een buitenlander als ik.
Ondanks mijn toen nog haperende Spaans hebben we na die eerste ontmoeting samen heel wat uurtjes de wereldpolitiek doorgenomen. Als ik in Velez moest zijn en zag dat hij er was, stopte ik als ik tijd had altijd om even een praatje te maken. En dat even kon dan soms een uur of meer uitlopen.
Een kleine drie jaar geleden ging hij met pensioen. Zijn zoon Pablo nam de zaak over en hijzelf ging in zijn huisje op de campo wonen bij zijn aguacates y mangos.
Sindsdien heb ik hem niet meer gesproken.
Tot bovenstaand telefoontje dus.

We zitten al ruim anderhalf uur te kletsen als het woord Catalunya valt.
Nu weet ik dat je in Spanje heel voorzichtig moet zijn met je mening geven over de Spaanse politiek – voor je het weet is een vriend ineens je vijand geworden – maar met Paco durf ik het risico wel aan. Zij het voorzichtig.
‘Wat vind jij van die hele toestand daar,’ vraag ik, de bal voor de veiligheid eerst bij hem leggend. ‘Begrijp jij er iets van?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Tja, dat is nu eenmaal Spanje. Zo zitten wij Spanjaarden in elkaar. Vind jij dat ze zich af moeten scheiden?’
Inwendig schiet ik in de lach. Echt Paco, meteen het balletje weer terugkaatsen.
‘Geen idee, gelukkig ben ik geen Catalaan. Maar het gedrag van Rajoy is me echt een raadsel. Als hij via de media door deskundigen had laten uitleggen wat de gevolgen van onafhankelijkheid zouden zijn, bijvoorbeeld geen Champions League meer voor FC Barcelona, dan denk ik niet dat de meerderheid bij een referendum vóór had gestemd en hadden Puigdemont en zijn vrienden hun biezen kunnen pakken.’
Paco knikt. ‘Dat zou best wel eens kunnen, ja. Maar er speelt hier nog iets heel anders. Namelijk Franco, ook al is die al 40 jaar dood. De Partido Popular is ergens de erfgenaam van de franquistas en helemaal in de ogen van de separatisten daar in Catalunya. Waarom denk je dat ze het referendum op 1 oktober hielden? Omdat dat onder Franco de Día del Caudillo was, omdat hij op die dag tot staatshoofd werd benoemd. Een duidelijke opgestoken middelvinger dus.’

download-1‘Dus Rajoy is nog steeds een aanhanger van Franco, bedoel je? En daarom reageert hij zo?’
Lachend schudt Paco zijn hoofd. ‘Nee, nee, nee, dat zeg ik niet. Ik heb geen idee hoe Rajoy over Franco denkt. Ik wíl het ook niet weten! Net zomin als ik wil weten hoe mijn buurman daarover denkt. De meeste mensen van mijn leeftijd praten daar niet over.’
Ik kijk hem vragend aan. ‘Jij ook niet?’
‘Ik? Met mijn buurman? Geen denken aan.’
‘En met mij?’
‘Ook niet. Maar ik zal je in plaats daarvan wel een verhaal vertellen.’ Paco leunt achterover in zijn bureaustoel. ‘Vroeger was het meeste land in Spanje van de adel. Hier, in dit gedeelte van Andalucía, van de Marquis de Larios.

images-2Negentig jaar geleden, in een dronken bui, heeft mijn grootvader in de kroeg iets negatiefs over die man gezegd en kon sindsdien elke nacht in de campo doorbrengen. Anders hadden de mannen van de markies hem vermoord. Dus toen Franco kwam en hij eindelijk weer thuis kon slapen was hij heel blij. Maar om mijn abuelo om die reden een aanhanger van Franco te noemen… dat is heel wat anders.’
‘Je bedoelt…’
‘Dat het hier in Spanje allemaal zó ingewikkeld is, dat er zóveel dingen uit het verleden meespelen, dat je nooit precies zult weten wat er gaat gebeuren.’
‘Dus op 21 december, als die verkiezingen zijn in Catalunya…?’
Voor de tweede keer haalt Paco zijn schouders op.
‘Joh, een dag later is het de trekking van El Gordo, de grootste loterij van het jaar.

imagesDat vinden de meeste Spanjaarden een veel belangrijkere gebeurtenis. En drie dagen daarna is het Kerst. Dan ben je met de hele familie samen. Daar gaat het in het leven toch om?’
Hij knikt naar het kersttafereel op zijn bureau. De maagd Maria in volle glorie, vader Jozef, het kindeke Jezus in zijn mandje, een engel in de gloria ….

Geplaatst in Blog | 6 Reacties

Málaga blijft altijd Málaga

Een man heeft soms iets goed te maken.
Als hij de favoriete panty van vrouwlief als oliefilter gebruikt heeft bijvoorbeeld.
Zo’n actie die op het moment zelf een subliem idee lijkt, maar achteraf opeens een heel stuk minder blijkt te zijn.
‘Zeg, hier zat toch het kousenwinkeltje?’ Renata wijst naar het pandje op de hoek van de Plaza de los Mártires .
Inderdaad, dat zat er, alleen heeft het nu een make-over ondergaan van kousen naar … schoenen!
En wat voor schoenen. Stuk voor stuk zijn ze prachtig, kleurrijk en zo te zien van uitstekend materiaal. Maar als ik de cijfers zie die me naast al het voetenfraais toegrijnzen moet ik toch even slikken. Een beetje genoegdoening is leuk, maar dit…
Nog voor ik Renata op andere gedachten kan brengen is ze binnen. Ik hou mijn hart vast.
Gelukkig vindt uiteindelijk zelfs deze schoenverslaafde al het moois ietwat aan de prijzige kant.
‘Ik ben bang dat ik eerst nog een tijdje moet sparen,’ schudt ze mismoedig het hoofd.
‘Zullen we kijken of La Casa de Grund open is?’ opper ik, hopend dat een hapje met het meest spectaculaire uitzicht van Málaga haar stemming weer een beetje op zal krikken.

diariosur

De wisseling van de wacht in het pandje verbaast me overigens niet. Dingen verschijnen en verdwijnen momenteel in zo’n rap tempo in Málaga dat het niet meer bij te houden is. Elke keer als ik door de stad loop zie ik weer nieuwe winkeltjes en restaurantjes.
De crisis mag dan niet helemaal voorbij zijn in Spanje, hier in Málaga is de ondernemersgeest duidelijk uit de fles.
Of het nu door de vaart der volkeren, de toestroom van toeristen of een toename van draagkrachtige investeerders komt, geen idee, maar op elke trend wordt ingehaakt.
Was een natuurvoedingswinkel tien jaar geleden nog een abstract fenomeen en gelijk de spreekwoordelijke speld in een hooiberg, nu heeft iedereen een eigen herborsteria binnen handbereik om tofu, voedingssupplementen en prijzige theetjes op te scharrelen.
En wat te denken van bier? Vroeger uitsluitend het terrein van alternatieve bierbrouwerijtjes, nu is er in elke straat van betekenis wel een speciaalbierwinkel of -café te vinden.
De hamburguesa heet opeens hamburguer, het café-restaurante een gastrobar en het zou me niet verbazen zomaar een boqueron verpakt in sushirijst voor mijn neus gezet te krijgen.
Niks mis mee natuurlijk, die verandering, maar wel ingewikkeld.
Want hoe kom je erachter of die zogenaamde trend of nieuwe formule niet een manier is om snel geld te verdienen in plaats van een lekkere spannende hap?
Het kan namelijk vriezen en dooien heb ik gemerkt.
De nieuwe gastrobar aan calle Carreteria valt wat mij betreft onder de eerste noemer, Mainake op de hoek van de Pasaje de Campos daarentegen is beslist ‘een lekkere hap’.
Maar dit terzijde.

Waar iets nieuws verschijnt, verdwijnt meestal ook iets en in de wijk Soho, waar we nu op weg naar La Casa de Grund lopen, merk je dit het beste.
De ontwikkelingen volgen elkaar hier in golven op, waarbij iedere nieuwe de voorgaande grotendeels teniet doet.
Was het eerst een rosse buurt, daarna werd het een creatief epicentrum van kunstenaars en alternatieve zaakjes, en nu barst het er van de boetiekhotels, sterrenhotels, luxe, trendy restaurants en speciaalzaken, stuk voor stuk gericht op een overvolle portemonnee.
Gelukkig zie ik dat de eeuwenoude club “De Konijntjes” zich tussen al dit gentrificatiegeweld moedig staande weet te houden.
Maar de dichtgetimmerde voorgevel van café Lolita verteld weer een ander verhaal.

flamenco-show-lolita‘Dat was een leuk tentje, hé?’
‘Zeker weten,’ beaam ik.
Wat heb ik er genoten. Het was een café waar je buurvrouw spontaan in zingen kon uitbarsten en een dronkenlap zich ontpopte tot een onontdekte Paco de Lucia; als er iets de alma van flamenco uitademde was het deze stek wel. De sluiting heeft iets te maken met burengerucht, gemeentelijke verordeningen en concurrerende toeristententen, zegt men. Het zal wel, ja.
Ongemerkt slaak ik een diepe zucht
‘Kom op, joh, niet zo somber! Hier is Grund al.’
Renata sleurt me de deur in.
La Casa de Grund is een van onze geheimpjes. Het is geen restaurant maar een multidisciplinair gemeenschapscentrum in een werkelijk schitterend gebouw.

mymadnessEr wordt hier van alles georganiseerd op het gebied van kunst, cultuur en gezondheid. Artiesten kunnen er exposeren, er zijn allerlei workshops, zoals yoga, tai chi maar ook Afrikaanse dansen, kortom: een bruisende plek. yoga_by_charoEn… eens in de week, toevallig vandaag dus, kan je er op het dakterras voor tien euries heerlijk veganistisch eten, met het voornoemde fantastische uitzicht dus.

Beduusd lopen we twee uurtjes later via de Passeo del Muelle Uno terug naar huis.
Niet vanwege het eten, dat was als vanouds heerlijk.
Ook niet vanwege de ambiance, die was om je vingers bij af te likken.
Nee, vanwege het feit dat het onze laatste keer in La Casa de Grund was. Als toetje kregen we namelijk te horen dat ze gaan sluiten.
‘Nou, de snelle jongens met de bakken geld zullen wel klaarstaan om die tent over te nemen.,’ zeg ik, balend als een stekker. ‘Ik hoop niet dat dit met alle fijne plekken gaat gebeuren. Dan wordt het hier één grote toeristenfuik, een tweede Barcelona. En dan ben ik weg.’diario-sur
Mijn oog valt op de enorme cruiseschepen die aan het eind van de haven voor anker liggen. Ik tel er zes, de ene nog groter en imposanter dan de andere.
Oei, het zou weleens sneller kunnen gaan dan me lief is.

Bijna thuis klinkt ineens muziek uit een zijstraatje. Zo te horen is het live.
‘Zullen we even gaan kijken?’ Voor Renata werkt muziek als een rode lap.
Even later staan we voor de deur van een voor ons totaal nieuwe gelegenheid.
Nog voor we kunnen besluiten of we wel of niet naar binnen zullen gaan, komt er een man naar buiten.
Hola chicos! Entra, entra!!’ Met zachte dwang loodst hij ons snel naar binnen.
Het kost ons tien minuten om bij de bar te komen voor een glas wijn en nog eens vijf om een vrij plekje tegen een muur te vinden vanwaar we de muzikanten goed kunnen zien, zo druk is de tent met Malagueños, zowel jong als oud. De sfeer is uitgelaten, iedereen heeft het duidelijk super naar zijn zin.
En wij ook.
Want één ding staat voor ons nu als een paal boven water: Málaga blijft altijd Málaga, hoe druk het er ook wordt.
Hooguit verplaatst alles zich een beetje.

Geplaatst in Blog | 7 Reacties

Rust roest

‘Wat een relaxt land is Spanje toch,’ verzucht Jan, die bleekneuzig, stijf van de stress en compleet uitgewoond op de campo aankwam en nu, na een week haperend internet, zon, rust en goede zorgen weer volledig opgeladen terug naar het noorden gaat.
‘Spanjaarden weten tenminste hoe ze moeten leven! Alles tranquilo. En dan die siësta, dat moeten ze in Nederland ook invoeren,’ mijmert Astrid, die in de hangmat ligt te soezen met een mojito binnen handbereik.
‘Geweldig toch, dat mañana-gevoel,’ zwijmelt Wim aan het ontbijt, wanneer onze arbanil voor de derde dag op rij niet op komt dagen. ‘Nooit haast, gewoon komen wanneer je er zin in hebt …’
‘Echt waar? Hebben kinderen hier twéé maanden zomervakantie?’ vraagt Ineke fluisterend, bang dat haar kinderen het horen en niet meer terug naar Nederland willen .
‘Moet je kijken, aan de overkant, die lui daar in pak!’ Vol ongeloof schudt Sjors met zijn derde biertje voor zijn neus zijn hoofd. ‘Zitten al zeker anderhalf uur uitgebreid te lunchen. Moeten ze niet eens terug naar kantoor? Dat hoef ik bij mijn baas niet te flikken: ik krijg net genoeg tijd om een paar boterhammen achter de computer weg te schrokken.’

Spanje is luilekkerland.
En het zijn niet alleen de vakantiegangers die daarvan overtuigd zijn, ook in de media duikt deze mening om de haverklap op: een ontspannen levensstijl in combinatie met een Mediterraan dieet zorgt ervoor dat Spanjaarden langer en gezonder leven dan de gemiddelde wereldburger.
Rust is dus goed voor een mens.

Als de eerste nazomerse zonnestralen over de bergrug kruipen hoor ik de auto van Roberto aankomen; het gehijg en gepuf van de motor is onmiskenbaar.
Roberto onderhoudt ons terrein. Hij maait het onkruid, snoeit de bomen en plukt de olijven en amandelen. Als betaling houdt hij de oogst.
De hele dag zie ik hem zich rondom in het zweet werken en net als ik even voor zonsondergang besluit dat het niet te gek moet worden, pakt hij zijn biezen en racet naar huis om nog boodschappen te kunnen halen met moeders de vrouw.
De volgende dag voltrekt zich volgens hetzelfde schema.
En de dagen daarop ook.
Tot de zondag, want die staat in het teken van de schoonfamilie.
Zes dagen per week elf tot twaalf uur werken – oké, eerlijk is eerlijk, met inderdaad een onderbreking van anderhalf uur voor een middaghap/siësta – en op zondag de familie afschuimen: het klinkt niet als luilekkerland.
En uit ervaring met andere harde werkers zoals onze arbanil en fontanero weet ik dat het ritme van Roberto geen uitzondering is.
De beroemde ontspannen Spaanse levensstijl moet dus in de overige twaalf uren van de dag verborgen zitten.
Na aftrek van reistijd, huishouden, kinderen en boodschappen doen stel ik me half Spanje voor met een pot bier voor de buis.
En dan op tijd naar bed om er de volgende dag weer tegenaan te kunnen.
Zoiets moet het zijn. Het kan niet anders.
Waar haalt de Spanjaard anders de rust vandaan om aan het Mediterrane plaatje te beantwoorden?

Mijn zelfbeeld vertelt me dat ik over een redelijke conditie van nachtbraker/feestbeest beschik: dansfeestjes van tien uur ’s avonds tot in de kleine uurtjes of thuiskomen bij het eerste krieken van de zon, ik draai er mijn hand niet voor om.
In Nederland, tenminste.
Maar hier in Málaga ligt het allemaal net even anders.
Ik ben er al weken niet in geslaagd om die ene muziekkroeg op dinsdag te checken en moet schoorvoetend bekennen dat dit komt omdat ik rond hun openingstijd al half in slaap ben gesukkeld.
Vandaag ben ik er echter van overtuigd dat het me gaat lukken. Zoon Jahua komt laat in Málaga aan, met eeuwige honger dus moet eerst gevoederd worden en zo vullen de uren zich als vanzelf.
Een eind na middernacht vallen we bij de jamsessie binnen.
Alleen, het café is bijna leeg, de boel wordt nog opgebouwd.
Twee uur en een paar peperdure drankjes later komen we tot de slotsom dat je voor leven in de brouwerij hier toch echt pas na drieën binnen moet vallen.
Omdat de portemonnee inmiddels leeg is en mijn accu ook (mijn zelfbeeld als nachtbraker is daarentegen een deuk rijker) druipen we af naar huis.
En dat terwijl er in het weekend een dansfeest aan zit te komen…

Ik hang over het balkon van de Casa del Perro, mijn favoriete restaurantje, en leg Ana mijn nachtbrakersprobleem voor.
‘Zaterdag willen we naar een 24-urig dansfeest en de deuren gaan om één uur ’s nachts open. Maar eer zo’n feestje een beetje op gang komt is het al gauw drie, vier uur… hoe blijven Malagueños in godsnaam wakker en fris tot die tijd?’
‘Niet thuis zitten! Gewoon de stad in gaan. Een terrasje, een hapje eten, maar nooit thuis gaan zitten, dat is mortal.’
Dat is duidelijk. En Ana heeft genoeg ervaring, weet ik.
Dan valt mijn blik op de eeuwig gesloten deuren van de kroeg naast het restaurant.
‘Een ander vraagje: gaat het café hiernaast wel eens open? Ik heb er nog nooit iemand gezien.’
‘Natuurlijk wel. Maar pas om zes uur in de morgen. Het is een café voor mensen die aan het eind van de nacht nog een afzakkertje willen. Als wij hier om elf uur ’s ochtends aankomen om de lunch voor te bereiden rollen die vaak als halve zombies naar buiten. Die hebben er dan een aardig nachtje op zitten.’

Zaterdagavond half elf.

Er is een kinderdisco op straat. Naast groepjes giechelende tienermeisjes en stoere puisterige tienerjongens zijn er ouders met peuters en kinderwagens. Ook oma doet een dansje.

termica-01377
Half twaalf.
Een grote tafel twintigers maakt zich op voor de maaltijd, de meiden fris in de make-up, de jongens keurig in pak.
Achter hen rollen een vijftal Engelse dames reeds dronken over de straat.
Half een.
De straten zijn nog steeds gevuld met flanerende en voor het weekend opgedofte mensen. Onder de passanten herken ik mijn tachtigjarige overbuurvrouw, mét echtgenoot en een koppel vrienden dat haar zo te zien in leeftijd nog overtreft.
De normaal enigszins kromgebogen en vermoeide vrouw oogt midden in de nacht vief en fit, in ieder geval nog lang niet klaar voor een nacht achter de gebreide broek.
Het valt me nu pas op: er lopen opvallend veel oudere mensen tussen het flierefluitende uitgaanspubliek.
Dat moet dat mediterrane dieet zijn.
Half twee.
We zijn ondertussen een café ingedoken, het is er stampvol.
Ondanks het kabaal van rinkelende glazen, schreeuwende mensen en muziek weet ik een enorme geeuw niet te onderdrukken.
Even later begin ik te knikkebollen en hang/sta halverwege de bar en een barkruk.
‘Kom op, ma, we gaan naar huis,’ oppert zoon kordaat en sleept me mee de frisse buitenlucht in.
‘Misschien kan je beter ’s ochtends bij zo’n feestje inhaken,’ fluistert hij wanneer hij me even later instopt.
De volgende dag zet ik mijn zelfbeeld van nachtbraker bij het grofvuil.

c4eae1bbd7c56d2015591499318b8b6d-no-sleep-go-to-sleep
En die Spaanse ontspannen levensstijl? Het blijkt gewoon keihard werken onder het motto: rust roest en slapen doen we nog wel een keer.

Geplaatst in Blog | 8 Reacties

Papieren tijgers

‘¿Hola? Josefoes Antonioes Hennekam? ¡Escucha! U heeft een schuld van 500 euro bij ons uitstaan. We gaan nú juridische stappen ondernemen, dus daar komt nog een flinke boete bovenop.’
‘Sorry, maar met wie spreek ik?’
‘Met Carlos G., advocaat van de parkeerplaats.’
‘Huh? Advocaat van de parkeerplaats?’
‘Ja…’ een diepe zucht blaast in mijn oor, ‘… die onder het voetbalveld.’ Punt. ‘Waar u een parkeerplaats hebt.’ Punt. ‘Volgens Señora Maria J. bent u de nieuwe eigenaar van no. xxx.’ De laatste nadrukkelijke stilte wordt gevolgd door nog een zucht.
Muchas gracias, dan weet ik nu tenminste waar het over gaat. Ik ben inderdaad de eigenaar van no. xxx.’
‘Ja en u heeft nog nooit betaald voor onderhoud, personeelskosten en administratie en de schuld is ondertussen opgelopen tot boven de 500 euro. Die gaan we nu innen via het gerecht met een boete die…’
‘Hé, hé, hé, wacht eens even. Ik betaal daar toch elke maand voor?’
‘Nee hoor, u heeft nog nooit betaald.’
‘Hoe kan dat nou? Ik heb u toch toen ik de parkeerplaats kocht alle gegevens voor automatische betaling gemaild?’
‘Nee hoor, wij hebben nooit een email van u ontvangen.’
‘Nou, volgens mij wel. Maar goed, daar gaat het nu niet om. Ik heb dus blijkbaar nooit betaald. Alleen wist ik dat niet. Automatische betalingen gaan van een rekening waar ik verder zelden naar kijk. Maar ik zal het nakijken en als het zo is, betaal ik natuurlijk.’
¿Qué?… U betaalt de 500 euro???’
‘Ja natuurlijk, dat zeg ik toch.’
‘En wanneer dan?’
‘Zo snel ik het heb nagekeken. Zal ik u mijn mailadres geven zodat u mij de gegevens kunt sturen?’
Si, si, por favor.’
‘Ik zal het spellen, dat voorkomt fouten.’
Ik spel mijn email-adres letter voor letter volgens het Spaanse alfabet. Ik heb daar ondertussen zoveel ervaring mee dat ik het zelfs slapend kan.
‘Heeft u het?’
‘Ja hoor, ik stuur u nú de gegevens.’
‘Oké. Dan kijk ik er meteen naar.’
Ik beëindig het gesprek.
Voor de zekerheid controleer ik mijn rekening en ontdek dat er na de eerste betaling nooit meer een bedrag is afgeschreven.

Zes uur later, aan het eind van de middag: nog steeds geen mail van mijn grote vriend Carlos G.
Ik sms hem voor de zekerheid mijn mailadres nog een keer.
Vijf minuten zie ik dat hij de eerste keer een “n” vergeten is. Maar nu heb ik alle gegevens binnen.
Denk ik.
Het nummer van mijn parkeerplaats met alle details staat erop. Mijn totale schuld idem. En natuurlijk dat er direct/meteen/per omgaande betaald dient te worden want anders zullen zwaarwegende juridische stappen mijn deel zijn…
Alleen… er staat nergens hoe ik kan betalen.
De geërgerde zucht die mijn strottenhoofd verlaat klinkt als een kopie van die van grote vriend Carlos G., dus besluit ik eerst drie blokjes om te gaan alvorens hem een mail te sturen.
Dat ik een IBAN nummer nodig heb. Om het bedrag over te maken.
Mijn intussen opgediepte mailwisseling van meer dan twee jaar geleden voeg ik erbij. Dan kan hij zien dat de fout toch echt niet bij mij ligt.
Per omgaande krijg ik een rekeningnummer toegestuurd.
Ik log meteen in bij mijn bank. Want ik wil er vanaf, stante pede en vandaag nog.
Ik tik het nummer in, vul de rest van de gegevens in en druk op enter.
‘Ongeldig IBAN-nummer’ verschijnt er op mijn scherm en de overboeking verdwijnt.
Shit, nu moet ik alles opnieuw invullen.
Weer vul ik het nummer cijfer voor cijfer in en controleer het voor de zekerheid twee keer. Dit keer moet het goed gaan.
‘Ongeldig IBAN-Nummer.’
Knippen en plakken dan maar.
‘Ongeldig IBAN-Nummer.’
Carlos G. heeft me dus een verkeerd nummer gestuurd.
Ik pak mijn mobiel.
‘Carlos, het nummer dat je me hebt gestuurd klopt niet.’
‘Dat kan niet. Noem het eens op.’
‘ES00817448…’
‘¡Alto! Die 8 moet een 9 zijn. Foutje van mijn secretaresse, ze is hier nog maar net. Adios!’
‘Wacht… wacht… misschien beter de rest ook…’
Maar hij heeft al opgehangen.
Je raadt het al. Ook dit keer geen geldig IBAN-nummer.
Dus bel ik weer.
Was Carlos hiervoor kort aan de kar, nu klinkt hij geïrriteerd.
‘Wat nú weer, José Antonio?’
‘Het nummer klopt nog steeds niet Carlos.’
‘Dat kan niet. Ik ken mijn eigen banknummer toch zeker wel.’
‘O, ik dacht dat jouw secretaresse…’
Bruusk breekt hij me af.
‘Noem me het nummer nog maar een keer!’
Dit keer moet een 3 aan het eind een 4 zijn en ben ik net op tijd om hem te zeggen dat hij aan de telefoon moet blijven tot de overboeking gelukt is.
En dat laatste gebeurt. Eindelijk.
Wanneer ik ’s avonds in bed kruip ben ik blij dat deze dingen niet dagelijks gebeuren.De volgende morgen open ik mijn post en schrik me het apelazerus: een aanmaning voor een bekeuring! En omdat de postbode de brief twee keer vergeefs heeft aangeboden en diverse uiterste betaaldata zijn verstreken, blijkt het bedrag te zijn opgelopen tot… 300 euro.
Ik vervloek mijn te zware voet, mijn onvermogen om het bureaucratische Spaans te ontcijferen en een mankerend geheugen om het waar, waarom en wanneer boven water te krijgen.
Er volgt een dag in het gezelschap van een vertaalmachine, mijn collectie woordenboeken en een dikke wolk chagrijn.
Tot er in de avonduren als ik weer een naar de 99 km die er staat kijk ineens een lichtje bij me opgaat.
Snel schiet ik in de kleren, overbrug de afstand piso – parkeergarage in sneltreinvaart en daar, in het dashboardkastje, vind ik het betaalbewijs van een half jaar terug!
Opgelucht kruip ik even later in bed.
Nu maar hopen dat er morgen geen papieren tijger op mijn pad komt.computable-papieren-tijger

Geplaatst in Blog | 6 Reacties