Sinterklaas

Ik had voor de terugweg naar Spanje beter bij Sinterklaas op zijn stoomboot kunnen aanmonsteren, bedenk ik me wanneer ik de zoveelste vruchteloze poging onderneem om mijn lange benen ergens tussen mijn stoel en die van mijn voorbuurman te proppen. Waarschijnlijk politiek incorrect met al dat gedonder rond Piet, maar beslist aangenamer dan bijna drie uur opgevouwen in een vliegtuig doorbrengen.
Ik ga diagonaal zitten met mijn benen richting gangpad. Dat is een stuk beter maar bij iedere voorbij schuifelende medepassagier ben ik wel gedwongen mijn knieën zo’n beetje tegen de borst te vouwen.
‘Mag ik er even langs? Ik zit op stoel A, bij het raam.’
Een kolossale man wurmt zich met moeite tussen de stoelen door en weet zich met zijn zitvlak nog net op anderhalve stoel te nestelen.
Ben ik even blij dat er nog een stoel tussen ons in zit.
De vrouw die achter hem bijna in slaap is gevallen kijkt verschrikt op als de rugleuning voor haar ineens minstens 10 centimeter dichterbij komt.
Kreunend en steunend probeert de man zijn rugzak op zijn schoot te proppen.
‘U kunt die k daar nog kwijt, hoor,’ wijs ik naar het bagagerek.
‘Nee, nee, die heb ik onderweg nodig, die hou ik vast.’
‘¿Disculpe, puedo pasar?
Door alle commotie heb ik niet in de gaten dat er een slanke, chique geklede dame van onbestemde leeftijd naast me is komen staan.
Natuurlijk mag ze er langs.
Verbaasd kijk ik toe hoe ze moeiteloos op haar gehalveerde plaats glijdt.
Als ik zelf ook weer zit krijg ik een vriendelijk knikje waarna ze een dikke pil uit haar tas haalt, een bril opzet en begint te lezen.
Met een slinks oog probeer ik erachter te komen wát ze aan het lezen is. Zo te zien is het iets geschiedkundig, maar de letters dansen over mijn netvlies. Dus leun ik maar achterover en probeer wat te slapen.
Mijn gedachten fladderen weg en net op het moment dat ik helemaal wegzak klinkt er een gekraak en geknars van jewelste.
Als ik mijn ogen open doe en mijn hoofd richting het geluid draai zie ik hoe de man aan het raam een handvol pepernoten uit de rugzak schept, die in zijn mond propt en ze ritmisch en constant aan gruzelementen maalt.
Als het kraken ophoudt slikt hij alles met een pijnlijk gezicht door. Vervolgens verdwijnt zijn hand weer in zijn rugzak en begint alles weer van voor af aan.
Omdat mijn buurvrouw verbijsterd oogt wil ik het oer-Nederlandse snoepfenomeen aan haar uitleggen maar realiseer me ineens dat ik geen idee heb hoe pepernoten in het Spaans heten. Dus kom ik niet verder dan: ‘Pepernoten, San Nicolás.’
Si, si, peppernoten ¿Hablas español?’
Peppernoten? Zei ze dat nou echt?
Even helemaal confuus kan ik alleen maar knikken op haar vraag.
Que bien,’ lacht ze, ‘ik was bij de intocht van Sint-Nicolaas in Scheveningen. Op bezoek bij mijn nietas in Den Haag. Ik weet nu álles van peppernoten!’
Voor ik het weet zitten we kleindochterfoto’s met elkaar te vergelijken.
‘Toch wel een heel aparte traditie van jullie Nederlanders,’ vervolgt ze nadat we onze mobieltjes weer hebben opgeborgen. ‘Komt er per schip een man aan, gekleed in een rood gewaad met een mijter op zijn hoofd en een staf in zijn hand, en zeggen jullie dat het Sint-Nicolaas uit Spánje is!’
Haar perfect rood gestifte lippen krijgen een vermakelijke grijns. ‘Maar Sint-Nicolaas is nooit in Spanje geweest, die kwam uit Myra, en dat lag in Turkije, ik ben daar geweest. En die kleren… de man leefde in de 4e eeuw na Christus dus die heeft er echt niet bijgelopen als een bisschop van 1000 jaar later.’
De historische dikke pil op haar schoot indachtig geloof ik haar op haar prachtige bruine ogen.
‘En dan die zwarte pieten, waar in Nederland zoveel over te doen is. Zoals ze erbij lopen! Die muts, die kraag, dat hesje en die pofbroek, precies een Spaans tafereel uit de 16e eeuw. U moet het schilderij waarop de hertog van Alva met zijn mannen staat afgebeeld maar eens bekijken, dan weet u precies wat ik bedoel. Trouwens, die mannen van Alva werden vroeger als boeman voor stoute kinderen gebruikt en nu zijn het degene die peppernoten uitdelen. En cadeautjes natuurlijk! Jullie Nederlanders hebben van het Sint-Nicolaasfeest een aardig historisch rommeltje gemaakt.’
Haar lach overstemt met gemak het geluid van onze krakende buurman.
‘Trouwens, ook geografisch is het heel grappig. Op het schip stond met grote letters “MADRID”. Weet u hoe je van Madrid, dat midden in Spanje ligt en geen haven heeft, met een boot naar Scheveningen kan komen? Nou, ik niet. Maar dat heb ik maar niet tegen mijn kleindochters gezegd.’‘Ach,’ antwoord ik, ‘dat maakt voor kinderen helemaal niets uit. Als ze maar cadeautjes krijgen, dat is het belangrijkste.’
Ze knikt. ‘Daar heeft u gelijk in. De meisjes vonden het allemaal prachtig.’
‘U heeft geen zoons?’
‘Nee, ik heb twee dochters. En mijn drie kleindochters natuurlijk. We hebben echt een vrouwenfamilie; tenminste, nu nog wel. Mijn jongste dochter verwacht een zoontje. En u gelooft nooit hoe ze hem gaan noemen.’
¿Por que?
‘Mijn dochter is helemaal gek van de boeken van René Goscinny en dan vooral van het boek over dat stoute jongetje.’
 
‘U bedoelt Le Petit Nicolas?’
‘Ja, dat boek. En zo gaat hij ook heten: Nicolas. Dat wordt nog wat bij de intocht van Sinterklaas volgend jaar!’

Geplaatst in Blog | 2 Reacties

De huppelclub

Ik ben getrouwd met een schrijver op een berg, een het liefst blootlopende schrijver (blootlopen schijnt namelijk inspiratie bevorderend te zijn).
Ook een die soms zijn schrijversisolement (en zijn blootlopen) doorbreekt om gasten mee te laten genieten van de natuur, de rust, de ruimte en zijn kookkunsten.
En een die het niet erg vindt dat zijn gade wekelijks met muziekvrienden de berg doet schudden.
Af en toe passeert er op de berg een herder met zijn geiten, een streekgenoot op aspergejacht of een van de wandelroute gedwaalde toerist en voor die gevallen heeft mijn blootloper het gemak van de sarong ontdekt. Maar verder is er weinig dat dit idyllische plaatje doorbreekt.
Tot op een zonnige herfstdag.

De eerste barst in het plaatje rolt op zondagmiddag ons erf op, onder de ketting door. Het is een man op leeftijd, alle-kanten-op-piekend haar, een sportbroekje tot ver in de bilnaad  en de verdwaasde blik van iemand die het padje kwijt is.
Nog voor ik hem kan vragen wat hij in onze tuin doet duiken twee in Neon Spandex geperste veertigplussers eveneens onder de ketting door, nemen hem al keuvelend mee in hun slipstream en volgen de zwaartekracht dwars door onze olijfboomgaard.
Een paar minuten later stevent een groep bejaarde vriendinnen met Nordic Sticks achter de opvallende kleuren aan en besluit een roedeltje zich van de wandelaars losgemaakte honden onze zwerfkat Fritz op de patio de stuipen op het lijf te jagen.

2a7dd968-10d7-4c8a-8d9d-e88cc14d0cf9

Holler!’ wordt er geroepen. Tenminste, zo klinkt het. Als een kilometerslange kreet wordt het doorgegeven.
Terwijl ik de honden bij de kat wegjaag en een volgende kudde blindelings achter elkaar aan huppelende snelwandelaars, joggers en slenteraars  achter de ketting  probeer te houden realiseer ik me pas wat er gebeurt.
Het gaat hier niet over een paar champignonzoekers, wat wandelaars die te ver off-track zijn geraakt of verdwaalde reizigers: ik tel tientallen, wat? misschien wel honderd mensen die zich in een lint van meer dan een half uur door onze vallei begeven.
‘Help,’ roep ik naar José die binnen snel een broek aan het aantrekken is, ‘een invasie van de huppelclub!’
Toekomstvisioenen van Roparun-achtige toestanden, kleurkanonnen en alles vertrappende, vogels en wild verjagende hordes bewegingsmaniakken duiken op in mijn geest.
Is dit het begin van het einde van onze rust en ruimte?

De campo waar wij wonen bestaat uit een aaneenschakeling van stukken grond waartussen je zelden hekken tegenkomt. De spaarzame afrasteringen zijn er meestal om vee of huisdieren binnen de perken te houden of duiden op een zeldzame enkeling die zijn bezit met paal en perk wil verduidelijken.
De stukken grond worden van oudsher van elkaar gescheiden door een linde, een natuurlijke overgang in het terrein die aangeeft waar jouw land ophoudt en dat van de buurman begint.
Voor de rest zorgen een beetje fatsoen, beleefdheid, respect voor de omgeving, Andalusische verdraagzaamheid en spieken bij de buren ervoor dat we al jaren genieten van de rust en ruimte.
Maar wat te doen als je tuin een favoriet huppeltraject dreigt te worden?
De officiële regels er maar eens op nagelezen.

Wanneer mag je niet over iemands land:
1. als er een huis op staat (en je kunt dit duidelijk zien)
2. als het land gecultiveerd/bewerkt is, bijvoorbeeld een (moes)tuin of een (olijf)boomgaard
3. als er een hek omheen staat.

Wanneer mag je iemands grondstuk níet betreden, dus ook niet via een oprit of toegangsweg:
1. als de weg of oprit is afgesloten met een ketting, hek, poort of anderszins.

Wanneer mag je wel over iemands land:
1. als de officiële weg erdoorheen loopt. Onder officiële weg vallen ook aangegeven wandelroutes, b-wegen, zandwegen en de zogenaamde caminos reales, de wegen die vroeger alleen voor de koning waren bedoeld
2. als het land niet gecultiveerd/bewerkt is maar puur natuur
3. als je toestemming hebt van de eigenaar.

Opgelucht haal ik adem. De kans dat onze olijfboomgaard voor een officiële trail run gebruikt mag gaan worden is dus nul.
Maar hoe houd ik die enorme hoeveelheid renners cq. (snel)wandelaars een volgende keer tegen?

eukicks

‘… ze bleven maar komen, tilden gewoon de ketting op, kropen eronderdoor en deden alsof ze me niet zagen,’ vertel ik mijn Engels/Spaanse buurvrouw Chloë. ‘Zo’n horde bergafwaartse mensen valt niet te stoppen! Nog een geluk dat José snel een broek aan kon trekken.’
‘Het waren Engelsen, toch?’ vraagt Chloë.
‘Ik denk het wel… ik heb in elk geval heel wat Engels gehoord.’
‘Nou, dan is de oplossing toch simpel: zorg de volgende keer dat José geen broek aantrekt. Zijn ze zo weg!’

Geplaatst in Blog | 17 Reacties

Een grote boodschap

‘Op school zeiden ze al dat Roberto een heel bijzonder kind was dat alles kon worden wat hij wilde. Hij was slim en een uitstekende voetballer bovendien. De vrouw en ik hadden hoge verwachtingen van onze jongen en hebben er alles aan gedaan om hem te laten studeren. En wat waren wij trots toen hij uiteindelijk voor de ayuntamiento ging werken. Tot hij op een dag thuiskwam, zijn moeder bonbons gaf en vertelde dat hij promotie had gemaakt…
En wat voor promotie. “Mi trabajo consiste en escarbar en la mierda,” zegt hij nu tegen iedereen die het horen wil.
Mijn zoon is een poepambtenaar!’

‘Mijn Manuel is vorige week aangeklaagd omdat hij geen badge of registratie kon laten zien voor zijn honden. Maar die jongen heeft het gewoon heel druk met zijn baan. Anders had hij er heus wel werk van gemaakt. Nu hoor ik net dat zij van de bakker een boete van 217 euro heeft gekregen voor haar hond. En Manuel heeft er maar liefst drie!
Die boete kan hij straks nooit betalen van zijn hongerloontje.’

‘Mijn achterkleinkinderen plagen me weleens dat ik zo krom ben geworden omdat ik altijd naar de grond loop te staren. En ik denk dat ze daar best eens gelijk in kunnen hebben. Ook al wordt er ’s avonds schoongemaakt, iedere morgen word ik weer verrast door een nieuw mijnenveld regalos, ligt de stoep weer vol vers gelegde cacas. Ik heb heel wat oude mensen hier in de straat in de poep zien stappen of erop uit zien glijden.
De meeste hondenbezitters zijn echte guarros!’

‘De verordening “Welzijn, Bescherming & Verantwoordelijkheid” voor dieren is gewoon een nieuwe manier om ons, Malagueños, geld uit de zak te kloppen. Ik heb vijf honden en die hebben een fantastisch leven bij mij.
Maar waar haal ik zomaar 175 euro vandaan?’

‘Het beste werk ik met feces van twee, drie dagen oud. Is het ouder dan vier dagen dan wordt het ingewikkeld. We zijn altijd met twee man, een gemeenteambtenaar en ikzelf. Want omdat hondeneigenaars de gekste dingen verzinnen om onder de boete uit te komen is er een getuige nodig bij het maken van de foto’s van de plaats delict, het prikken van het specimen en het verzegeld opsturen naar de landelijke DNA-database.’

‘Bruno is gek op kinderen. En de kinderen zijn allemaal gek op Bruno. Moet je kijken hoe hij springt naast dat meisje op de schommel! Natuurlijk is er af en toe een ongelukje, maar kinderen maken zich toch altijd al vies. Dus wat maakt dat uit?
Ik kan me toch onmogelijk in tweeën delen: met de ene helft op de kinderen letten, terwijl de andere helft met Bruno op het poepveldje zit?’

‘Het echte probleem, het welzijn van de dieren, wordt niet aangepakt. Al die honden op de campo die worden verwaarloosd, mishandeld of worden achtergelaten, hoe gaan ze die ooit in kaart brengen?
Dat kunnen ze helemaal niet.
Maar waar ik écht een probleem mee heb is het afnemen en opslaan van het DNA van duizenden onschuldige huisdieren. Bij mensen mag pas DNA worden afgenomen als iemand een misdrijf heeft gepleegd, maar bij honden…
Het zou aanhangig gemaakt moeten worden bij het Europese Hof voor dierenrechten!’

‘… in het geval van verlating of een ander anoniem misdrijf kunnen we aan de hand van het DNA-profiel eenvoudig het moederdier opsporen. Gaan de boetes voor het herhaaldelijk niet opruimen van hondenpoep tot 1500 euro, bij verwaarlozing of achterlating van honden kan het zomaar oplopen tot 15.000 euries. Dus bij deze verordening is wel degelijk gedacht aan het welzijn van huisdieren.’

‘Natuurlijk ruim ik de cacas van mijn hondje op; zelfs op het strand. Ik weet niet hoe het in het buitenland zit, maar hier is Spanje ben je altijd al verplicht geweest je poep en troep op te ruimen. Dat is toch niet meer dan normaal? Alleen is het tegenwoordig inderdaad wel een vieze boel op straat. Mensen hebben geen fatsoen meer, houden zich niet meer aan de regels. Ik denk dat het komt door de vele toeristen. Die gooien alles maar op straat! Maar daar bedoel ik jou natuurlijk niet mee, guapa.

‘Ik ben in januari al met Bor naar de dierenarts geweest. En wat denk je? Ik zit nog steeds op het plaatje en het hondenpaspoort te wachten! Je zal zien, dit wordt weer zo’n plan wat ergens in de papiermolen vermalen raakt. En ondertussen zijn we allemaal weer een hoop dinero armer.’

Het gemeentelijk poepbeleid houdt de gemoederen in Málaga flink bezig. Maar of de maatregelen echt werken is de vraag. Nog steeds loop ik het risico om net als voornoemde overgrootmoeder een bochel te kweken door mijn scannen van de stoep.
Wel zie ik steeds meer gevulde poepzakjes in het straatbeeld. Maar vaak zijn ze achteloos weggesmeten in hoeken en portieken. Weten mensen misschien niet hoe het werkt? Of zijn er te weinig vuilnisbakken?poep-0290401Toen ik daarnet een veilig opgeborgen waarschuwingsbord (er verdwijnen er namelijk regelmatig) probeerde te fotograferen stapte ik achterwaarts in het gedeeltelijk antwoord op mijn vragen.
De bolus waar ik met mijn teenslipper in wegzonk moet van een hond formaatje pony zijn. Minstens.
Die grote boodschap is me in ieder geval duidelijk: draconische boetes, poepambtenaren en rechtszaken ten spijt, er zijn nog steeds mensen die er kak aan hebben.

Renata Oosterveen

Geplaatst in Blog | 10 Reacties

Een simpel hapje

‘Het is hier beslist geen Barcelona of Madrid… zeg, help eens een handje.’
De voluptueuze dame stapelt een eindeloze hoeveelheid winkeltassen op naast haar tafelgenoot. Zelfs met zijn iele verschijning blijft er voor hem nu bar weinig te manoeuvreren over.
Zuchtend laat ze zich op een stoel vallen. ‘In Madrid… daar kan je pas winkelen! Maar in Málaga… ik heb me rot lopen zoeken.’
‘Je hebt toch nog aardig wat leuke dingen kunnen vinden, Ans,’ piept de man vanuit zijn benarde positie.
‘Tja, ach, uiteindelijk, in dat winkelcentrum. Nou niet bepaald gezellig. Belachelijke prijzen ook en veel te ver uit de loop…’
De camarero komt langs; de wapenstilstand duurt precies even lang als het opnemen van de bestelling van de drankjes.
‘En van het strand moet je het ook niet hebben. Allemaal kwallen en zo’n harde wind dat ik de komende tien jaar geen scrub-behandeling meer nodig heb. Weet je, Gerrit, ik had me er zó op verheugd even lekker een kleurtje op te doen. Zonde van mijn vakantiedagen!’
Het mannetje lijkt zowaar nog verder te krimpen. ‘Ik dacht dat je het leuk vond om je broertje te zien.’
‘Natuurlijk vind ik het fijn om bij je op bezoek te komen, gekkerd.’ Opzij leunend neemt ze hem in zo’n vlezige omhelzing dat hij er een tel later volledig verkreukeld uit tevoorschijn komt.
Ze pakt de menukaart op. ‘Laat me eens even rustig kijken, ik barst van de honger.’
‘Ja, Ans.’
Een moment stilte.
‘Het is hier wel stil, hé?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Jij vond die andere tent te lawaaierig. En de toiletten te vies.’
‘O ja, hier is het gelukkig netjes… maar wel een beetje stil.’
‘Het is ook nog geen twee uur. Beetje vroeg voor de meeste mensen in Spanje.’
‘Niet waar! Op het plein van daarnet was het hartstikke druk en ik zag genoeg mensen eten.’
‘Maar daar wilde jij niet dood gevonden worden, weet je nog? Teveel toeristen, zei je.’
‘Ja, maar waarom zijn we dan niet ergens anders buiten gaan zitten? Lekker in het zonnetje, met een beetje uitzicht…’
Gerrit veegt zijn hoofd af met een papieren servetje. ‘Je vond het te warm, had last van lawaai, een gribus, te weinig schaduw, je had geen zonnebrand bij je, de drukte, teveel verkeer… moet ik nog even doorgaan?’
‘Oké, oké, je hoeft niet zo geïrriteerd te doen, hoor. Jeetje, ik dacht dat jij in Spanje was gaan wonen omdat je er relaxt van werd. Nou, daar merk ik weinig van. Laten we bestellen, volgens mij moet er nodig iets aan jouw bloedsuikerspiegel worden gedaan.’
Ze verdiept zich weer in het menu.
‘Ik zie overal prijzen bij staan, bij de dagmenu’s, bij de gerechten, de hapjes… Japans had je gezegd maar ik kan nergens all you can eat vinden.’
All you can eat? Een simpele lunch zei je, niet te zwaar en niet te duur zodat je die laarzen nog kon kopen. Het dagmenu hier kost maar een euro of zeven en voor een paar euro meer krijgt je er zelfs nog sashimi of sushi bij. Daar kan ik wel een tijdje op vooruit, hoor. Weet je wat, als je straks niet genoeg hebt bestel je gewoon nog wat bij…’
‘Nee nee, ik ben maar een kleine eter! We hebben niet allemaal jouw stofwisseling, broertje. Maar ja, jij maakt je dan ook druk om alles.’
Gerrit aankijkend geeft ze de kaart terug aan de wachtende camarero.
‘Bestel jij voor mij? Ik wil het dagmenu met salade, gyoza, bami en gebakken kip.’
‘Oké.’
Met een vriendelijke glimlach kwijt Gerrit zich van zijn taak.anitanoles2‘Weet je zeker dat je voor die paar euro’s extra geen sashimi of sushi bij wil? Want ik neem dat wel, hoor.’
‘Nee, echt niet! Vanavond gaan we toch ook uit eten? Al hoop ik wel dat je dan iets meer Spaans dan…’ haar kinnen klokken door de ruimte, ‘… dít weet te vinden.’
‘We zaten aanvankelijk toch in een echt Spaans restaurant? Veel Spaanser dan daar zal je in Málaga moeilijk vinden.’
‘Er hingen stierenkoppen aan de muur! Dacht je nu echt dat ik een hap door mijn keel krijg als die arme beesten op me neer kijken? Trouwens, ze hadden bijna alleen maar vlees op de kaart en ik ben zo goed als vegetarisch.’
‘En je bestelde net kip! Dat is toch ook een dier?’
‘Kip is wat anders.’
‘Nietes.’
‘Welles.’
‘Nietes. En kijk, daar is het eerste deel van ons eten al. Gracias señor.’
Hongerig valt Gerrit aan
‘Mmm, lekker deze zeewiersalade. Zeg, waarom heb je eigenlijk kip besteld, je had toch zin in vis?’
‘Doe niet zo flauw, Gerrit! Ik ben het vergeten, nou goed? Mag ik een van jouw sushi’s proeven?’
‘…’
‘Mmm, die zijn lekker…’
‘Eentje, Ans! Je hoeft ze niet allemaal op te eten.’
‘Nou ja zeg, wat kan jij overdrijven…’

Restaurante japonés OISHI
Plaza María Guerrero, 5
29013 Málaga
tel. 0034 951 24 93 32
Open: 12.00-16.00 uur; 19.30-00.00 uur
 
Genietadvisor: Oishi

 

Geplaatst in Blog | 10 Reacties

Een traditie om in ere te houden

Goede tradities zijn er om in ere te houden, daarom is de nacht van San Juan op 23 juni voor ons tot een jaarlijks terugkerende belevenis verheven.
Maar wel ieder jaar op een andere plek.
Werden we twee jaar geleden op het strand van Malagueta overspoeld met populaire dj-muziek voor jongens en meisjes die je in een gemiddelde Malagueño discotheek aantreft, het jaar daarop zaten we op een rave-party van hippies en andersoortige vrije geesten op een geheim strandje bij Benalmádena.
Dit jaar besluiten we “oldskool” te gaan in Málaga, op het Playa de La Misericordia.
“Oldskool’ omdat hier het feest van San Juan nog steeds gevierd schijnt te worden zoals het altijd gevierd werd, nl. als een feest voor de barrio.
Heb ik al gezegd dat er niets mis is met een goede traditie?

‘Playa de La Misericordia, por favor.’
De tamelijk gezette taxichauffeur kijkt me verwonderd aan. Blijkbaar is dat niet de plek waar op San Juan de guiris normaal gesproken naar toe gaan.
Dan verschijnt er een grote grijns op zijn gezicht.
Mi barrio,’ zegt hij vol trots en zijn zakelijke terughoudendheid is op slag verdwenen.
Hoewel het al na elven is en zijn dienst van 12 uur er bijna op zit begint hij toch muy alegre te vertellen over de buurt waarin hij is opgegroeid, de nieuwe ontwikkelingen en het volkse gevoel wat men hier toch nog steeds weet te behouden, de zorg voor elkaar in de steeds snellere wereld, maar ook over de waardering voor muziek en cultuur die in zijn wijk tenminste voor la gente behouden blijft.
‘Kennen jullie La Térmica?’
Natuurlijk.
‘En La Cochera?’
Vanzelfsprekend. Waar kan je anders in Málaga nog een beetje concert voor een redelijke prijs bijwonen?
Zijn spraakwaterval is onstuitbaar. De wijk, de buren, zijn vrouw en zoontje, wat het per maand kost om taxi te mogen rijden, hoe het systeem in Málaga is opgebouwd om alle taxistas een even grote kans te geven om te overleven, dat 60 uur werken veel is maar dat hij geen ander baantje zou willen, mijn oren tuiten van het ratelende andaluz als we uiteindelijk uitstappen.
Maar ik sta wel gelijk in de malagueño modus.
En helemaal als ik de massa mensen zie, het lijkt wel of driekwart van de stad hier is.dsc02983Al van ver zie ik een felverlicht blauw metershoog bouwwerk waarbij brandweerlui af en aan lopen en waarop iedereen zijn blik heeft gericht.
Het is de júa van dit jaar en stelt een piratenboot voor; het thema van San Juan 2018 is de drugshandel aan de Costa del Sol. Om twaalf uur wordt deze ellende in de hens gestoken en zijn de drugssmokkelgeesten weer voor de komende twaalf maanden bezworen.
Ik kijk op mijn mobiel en zie dat we nog een kwartier hebben, ruim de tijd om een mooi plekje met goed zicht op te zoeken.dsc02980Terwijl we door de menigte zigzaggen valt het me voor de zoveelste keer op hoe goed Malagueños kunnen wachten: ondanks de spanning en drukte staat men gezellig te kletsen, er wordt niet geduwd of getrokken en het is geen enkel probleem dat wij er met vier personen tussen schuiven.
Zo kan het dus ook. Wel zo relaxt en claustrofobische gedachtegangen zijn ver te zoeken.
Als we een prima stek gevonden hebben blijk ik naast een klein kind dat me vanuit de armen van haar moeder met grote ogen aanstaart te staan.
Die wil ik nog wel even op de foto voor alles losbarst.
Maar zover kom ik niet, want een kreet van de menigte en een plotse hitte die me tegemoet slaat doet me opkijken: shit, ik heb het moment suprème gemist, de júa brandt al als een fakkel.dsc02989Snel schiet ik nog een paar plaatjes om in elk geval iets vastgelegd te hebben.
‘Zo, dat fikt,’ zegt Hans, mijn vriend de fotograaf die heel verstandig zijn camera thuis heeft gelaten.
Renata knikt. ‘Afval, ik las dat de júas van afval worden gemaakt.’
‘Nou, dan kunnen ze er morgenochtend nog wel een paar in elkaar knutselen.’ Ik gebaar naar de mensen, de partytenten, de tafeltjes met eten en drinken, de boodschappentassen, koelboxen en…
Dan val ik stil.
Vuilniszakken? Hier? In Spanje? Tijdens een feest? Ja, toch echt! En ze worden nog gebruikt ook.
Opgeschoten tieners, vriendenclubjes, jonge ouders en bejaarde buurtbewoners, allemaal bergen ze hun rotzooi netjes op. Op de grond valt geen bierflesje of plastic zak te bespeuren.dsc02996‘Dat zijn de betere tradities,’ zegt Renata als ze mijn verbaasde blik ziet.
Ik knik. Daar ga ik dan met mijn oer-Hollandse vooroordelen, ik moet dit in Nederland op koningsdag of tijdens een festival nog tegenkomen.dsc02999Dit hier is duidelijk een familiefeestje, zij het dan eentje met 20.000 gasten, en het schoonhouden van de barrio is voor iedereen blijkbaar net zo vanzelfsprekend als wanneer het bezoek een gastheer niet in de troep laat zitten.
Ik leun achterover op het strand en geniet van het vuurwerk nadat ik mijn lege flesje netjes heb opgeborgen, in mijn tas natuurlijk. Gezelligheid, spektakel en goed gezelschap: ik voel me uitstekend.

En dat blijft zo als we na het vuurwerk tussen de dansende, etende en drinkende menigte door op ons dooie gemakje over de Paseo Antonio Banderas richting stadscentrum wandelen. Nergens een greintje agressiviteit, geen dronken gelal, gewoon een enorme hoeveelheid Malagueños – met af en toe een paar verdwaalde buitenlanders zoals wij – die het samen enorm naar hun zin hebben.
Wat een volksfeest! Een verademing!dsc03003Naarmate we dichter bij het centrum komen maken de families op het strand plaats voor grote groepen jongeren en vliegen de hormonen je om de oren. Maar nog steeds hangt er die sfeer van gemoedelijkheid en… nog steeds heeft iedereen zijn afval opgeruimd en is het strand schoon.
Des te groter is het contrast als we eenmaal in het centrum een stel tamelijk agressieve dronken Engelsen tegenkomen die hun lege blikjes bier gewoon op straat gooien.
Spanjaarden mogen dan wel de naam hebben veel rotzooi te maken, soms ligt het toch allemaal wat genuanceerder.strand-scheveningen-afgelopen-dinsdag

Zo zag bijvoorbeeld het Scheveningse strand er 26 juli 2012 uit na een dagje strandweer.

Nee, ik kan alleen maar zeggen:  ‘Wat was het een heerlijke San Juan dit jaar. Een traditie om in ere te houden.’

 

Geplaatst in Blog | 8 Reacties

Alleen maar lieve mensen

Sinds jaar en dag mijden we restaurants waar men je al op straat probeert te ronselen.
Maar vandaag brengen een knagend hongergevoel en een wervende jongeman van de aller beminnelijkste soort ons aan het twijfelen en doet zijn hoopvolle blik ons uiteindelijk toch over de drempel stappen.
Neto, de dolenthousiaste werver/eigenaar?/jonge hond, troont ons mee naar een eersterangs tafeltje tegenover een Japanse gitarist die klassiekers zit te spelen.
Helaas bungelen daar mijn benen tien centimeter boven de grond en verkassen we naar twee rustieke fauteuils om de hoek; via de spiegel kunnen we de gitarist net nog zien.
Buiten ons zijn er twee jonge Amerikanen en een Japanse hippie die een immens bord eten naar binnen werkt en vermoedelijk bij de gitarist hoort, want aan het eind van elk nummer onderbreekt hij zijn schranspartij en applaudisseert uitbundig.
Moeders de vrouw komt de keuken uit, omhelst ons hartelijk en racet weer terug. Het maakt niet uit, Neto’s aanwezigheid telt voor twee.
Binnen geen tijd weten we dat: zijn vrouw een rasechte Malagueña is, de mensen hier vriendelijker zijn dan waar hij vandaan komt, hij weinig van wijnen weet maar ons wel het flesje kan aanraden dat hijzelf regelmatig door zijn keelgat giet, hij antropologie heeft gestudeerd, het leven in Málaga voor gewone mensen onbetaalbaar wordt…
José stopt zijn spraakwaterval. ‘Ik wil de vis- en schelpdierensoep wel.’
Ik herinner me mijn honger. ‘Voor mij ook, graag!’
Neto grijnst van oor tot oor en schiet de keuken in.
‘Het is hier wel erg stil, hé? Ik hoop maar dat het eten lekker is.’
‘Ach, het is nog vroeg voor Spaanse begrippen’ Onverstoorbaar knabbelt José van het brood.
‘Ja, maar toch… live muziek… je zou verwachten dat…’
Twee naar koriander geurende borden boordevol vis en schelpdieren onderbreken mijn twijfels.
Bij de eerste hap weet ik het: dit is een vissoep waar ze me wakker voor mogen maken.
Opeens snijdt een kattengejammer vanuit het niets door de kleine ruimte.
Ik krimp ineen en José laat van schrik zijn lepel vallen.
Het duurt even voor ik besef wat er aan de hand is. Maar dan proest ik het uit.
‘Nou weten we gelijk waarom Japanners en karaoke altijd zo op lachspieren werken,’ hik ik. ‘En waarom het hier zo stil is.’
Onze Japanse gitarist verlevendigt zijn spel nu namelijk met zijn stembanden.
Niet eerder heb ik iemand zo overtuigd vals horen zingen.
Ik dank mijn korte benen dat we niet meer vlak voor hem zitten.
‘Kan iemand hem alsjeblieft vragen op te houden,’ kreunt José.
Ik kijk om me heen.
De Amerikaanse jongens hebben zich, plots geboeid door hun papieren servetten, teruggetrokken in hun strategisch gekozen hoekje, de Japanse hippie steekt na elke twee happen beide duimen omhoog, Neto heeft opeens het werk op straat hervat en zijn vrouw die op het eersterangs plekje is gaan zitten lacht de artiest, haar ogen af en toe pijnlijk samenknijpend, bemoedigend toe.
Passanten die nieuwsgierig stoppen kiezen het hazenpad als de zang weer uithaalt.
Ik schud mijn hoofd. ‘Neto en zijn vrouw zijn te aardig om er iets van te zeggen.
Zelfs al kost het klanten…’
geldmandje-0276501Op dat moment zie ik het mandje met geld aan de voeten van de muzikant; en dat hij twee verschillende schoenen draagt.
Als zijn hongerige kameraad ook een gitaar pakt en geluidloos begint mee te spelen ontdek ik onder diens snor en baard ingevallen wangen.
Twee aan lager wal geraakte gitaarstudenten, ver van huis en familie, en twee zachtaardige en vriendelijke restauranthouders die hen onmogelijk kunnen weigeren wat eten en leeftocht bij elkaar te spelen zelfs als dat een lege toko betekent, het verhaal begint zich in mijn hoofd te vormen.
Wanneer we de laatste korrels rijst van ons bord vegen komen twee vrienden van Neto binnen. Ze babbelen wat, vragen om een fles wijn en vier glazen en halen de muzikanten daarna over om een pauze te nemen op het terras.
En dan geschiedt het wonder: de een na de andere klant stapt binnen en in een mum van tijd zijn alle tafeltjes bezet.
Ik kijk naar buiten en zie dat de Japanners absoluut nog niet aan hun volgend setje toe zijn: fles één heeft al plaats gemaakt voor nummer twee, het gesprek gaat zichtbaar over pluimen en muziek en voor het eerst zie ik onze gitarist een hapje eten.
Wanneer we het restaurantje verlaten en het groepje kersverse vrienden passeren stralen de muzikanten als gefêteerde popsterren door zoveel aandacht.
‘Dat is ook een manier,’ merkt José op. ‘Niemand gekwetst en de toko heeft toch een goede avond.’
‘Ja, wat een lieve mensen, hé? Maar ze zullen voorlopig wel geen wildvreemde muzikanten meer laten spelen.’

Wildvreemden niet, nee, als we de volgende dag weer langs lopen horen we onze Japanse Jut en Jul met hernieuwde energie de tweede helft voortzetten.
En het gekke is: van heinde en ver lijkt men op het exotische fenomeen af te zijn gekomen, de tent zit tot de nok toe vol.
‘Hoe zat het ook alweer met die zachtmoedigen die de aarde beërven?’ grinnikt José.
Een beetje vriendelijkheid legt duidelijk geen windeieren.

Wilt u de audio-ervaring van deze belevenis?

Geplaatst in Blog | 11 Reacties

De kookverslaving

In een oogwenk samurait de Japanse kok de berg kakelverse etenswaar tot de juiste stokjesvriendelijke proporties.
Ik zap door en zie nog net hoe de sympathieke Spaanse presentatrice een gloeiendhete Fresno-peper in de mond gestopt krijgt door een onschuldig uitziend Mexicaans omaatje. Gelukkig blijkt er genoeg zoetigheid voorhanden om de uitslaande brand te blussen: ondertussen weet ik dat Spanjaarden en picante geen goede combinatie vormen.
Terwijl ze hoestend en proestend weet uit te brengen dat de smaak van de peper een ervaring muy especial is, ga ik even naar de Spaanse versie van “First Dates”, een datingprogramma dat zich altijd afspeelt in… jawel in een restaurant, kijk vervolgens een minuut of vijf naar “Junior Master Chef” en dan wordt het tijd voor de nachtelijke afsluiter met de abuelas, de grootmoeders die hun traditionele gerechten met ingewanden, kilo’s suiker en anderszins inmiddels uitgebannen producten demonstreren.
Waren het vroeger kookboeken waarboven ik als ware het porno zat te kwijlen, nu vrees ik verslaafd te zijn aan programma’s waar het over eten gaat en helemaal aan Canal Cocina.
De klok geeft inmiddels een uur ’s nachts aan en ik moet echt naar bed.

Ik heb een buitengewone belangstelling (of is het een bijna-obsessie?) voor eten, mijn hele leven al.
Waarom? Misschien door het ranzige voer uit mijn kostschoolverleden of door mijn vader die op feestdagen de heerlijkste pot-au-feu of poulet Marengo maakte.
Maar het zou ook zomaar aan mijn hyperactiviteit en bijna twee meter lengte kunnen liggen dat ik zo vaak aan eten moet denken.
Hoewel, als ik alleen ben is het een stuk minder. Dus het kan ook de gezelligheid zijn van het gezamenlijk nuttigen van een heerlijke maaltijd.
Feit is in elk geval dat eten én koken als een rode draad door mijn leven lopen.
Zoals de befaamde Franse uiensoep uit mijn arme studententijd bijvoorbeeld: het ideale verjaarscadeau voor als je platzak bent, een uitstekende binnenkomer op vloeibare feestjes en een fantastisch anti-katermiddel voor erna. Mudden uien en liters bouillon zijn er in die dagen doorheen gegaan.
Dat samen eten dé manier is om sneller tot het innerlijk van de ander door te dringen (of beter gezegd: om de innerlijke processen van de ander eerder aan de oppervlakte te laten komen) is iets waar ook Renata over mee kan praten. Onze eerste drie dates vonden toevallig allemaal plaats op vrijdag, de dag die ik als vader van vier zonen zo’n beetje als peulvruchtendag bestempeld had.
Voor de eerste date maakte ik chili con carne, op de tweede kwamen we ‘per ongeluk’ terecht bij een Mexicaan en de derde keer besloot ik de Braziliaanse zwarte bonenstoof te maken waar mijn kinderen zo gek op zijn.
Het was erop-of-eronder (volgens Renata horen bonenschotels-met-overnachting pas plaatst te vinden in fase driehonderdvijftig van een relatie), maar dat we nu al twaalf jaar bij elkaar zijn schrijf ik toch stiekem toe aan die peulvruchtenschotels.
Ze waren namelijk heel lekker.
Ook het bouwen van mijn huis in Spanje stond in het teken van eten en gezelligheid. Er moest uitgebreid in gekookt, gebrouwen, gebakken én gegeten kunnen worden.
Door mijn reeds genoemde lengte van bijna twee meter en het voornemen dat eenpanshappen voorgoed tot het verleden gerekend moesten worden ging ik me te buiten aan ruimte, werkbladen, kasten en inrichting en werd mijn keuken het Mekka van een hobbykok met centraal een grote eettafel.
Genoten in het begin alleen bezoekende vrienden en familie van mijn culinaire experimenten, toen ik mijn huis ging verhuren aan vrienden- en vriendinnenclubjes en gezinnen en families smulden ook die ervan.
En de coaching groepen niet te vergeten, want waar gecoacht wordt moet ook goed gegeten worden.
Vegetariërs en veganisten, groentehaters, glutenvrijen, suikerlozen, in het begin bezorgden alle speciale wensen me een punthoofd.
Maar al gauw werd het een uitdaging, zo van: hoe krijg ik iets zo smakelijks op tafel dat zelfs de gasten zonder voedselallergie het water in de mond loopt.
Zo ontstonden het suikervrije chocolade ijs van sojamelk, pittige pastinaakpuree, de warme rode bieten salade, de zomerse paprikasoep, de groene hond en nog tientallen andere nieuwe gerechten.

zomerse paprikasoep

zomerse paprikasoep

pittige pastinaakpuree

pittige pastinaakpuree

koudgerookte jurel

koudgerookte jurel

Vaak kwam van het een het ander en op een gegeven moment kon ik moeiteloos een meergangen weekmenu samenstellen voor ontbijt, lunch en diner voor een groep van tien of twaalf personen met speciale wensen.

11222109_10206223148890513_4604528792495346564_n11701193_10206223148730509_8859149794023584751_n

Waarbij ook nog eens bijna alle producten uit mijn biologische moestuin kwamen.
Als zo’n groep er was dook ik bij het ochtendgloren tussen de pannen en potten, produceerde een mise-en-place van meerdere vierkante meters, kwam slechts uit mijn kokkerelhol om groenten en kruiden te plukken of de deelnemers te verrassen met hapjes als cadeautjes en leefde me tot ’s avonds laat uit in mijn ideale keuken als een manische voedsel-Picasso.
En toen werd ik ziek en kwam er van koken en gasten lange tijd niets meer.

‘Hola José Antonio ¿conoces Alberto Chicote?’
Het is vriend en mede kookfanaat Fede van La Casa del Perro.
‘Euh… ja?’
Alberto Chicote ken ik wel, want zeg nu zelf, wie in Spanje kent die kok niet. De man is megabekend, in ieder geval bij de Canal Cocina verslaafden onder ons.

‘Solo la cocina, José Antonio, solo la cocina,’ had Julio de productieleider gezegd. ‘Y somos cinco.’
Inderdaad arriveerden er om twaalf uur vijf personen. De filmploeg, stuk voor stuk jonge mensen die die ochtend heel vroeg met de trein uit Madrid vertrokken zijn.
Een half uur later worden er echter nog twee mensen door een vader, oom of opa (?) bij de deur afgeleverd. Het blijken de poederdames te zijn.
En daarna volgen de figuranten, een assistent, een assistent van een assistent, een andere filmploeg om de omgeving op de plaat te zetten en uiteindelijk komt ook de grote Chicote.
Zover de afgesproken vijf personen.
En wat betreft de geplande locatie, oftewel mijn keuken?
Gaandeweg heeft de activiteit zich over de woonkamer, de terrassen en de moestuin uitgebreid, heeft Renata zich voor de veiligheid boven in haar werkkamer opgesloten en kijk ik dus nieuwsgierig toe vanuit mijn hangmat.
Ineens is iedereen stil. Er wordt opgenomen.
Ik laat mij uit de hangmat zakken en sluip naar de keuken.
Ana blijkt een natuurtalent, ze praat en beweegt als een volleerd actrice.
Wanneer de opname klaar is komt een heel series kijkende Julio naar me toe.
‘José Antonio, tengo dos problemas.’
Probleem één blijkt mee te vallen. Ze hebben straks voor de opname aan tafel graag iemand met grijs haar. Of ik dat wil doen.

chicote1Maar probleem twee is van een andere orde.
Tijdens de voorbespreking had Julio me gevraagd of ik misschien voor de crew zou kunnen koken. Na een dag opnames waren ze namelijk altijd erg moe en hadden nooit zin om op restaurant te gaan. Het moest iets zijn dat ik tevoren kon klaarmaken want de keuken zou veranderen in een filmset.
Omdat ze met zijn vijven waren had ik voor zeven personen, Renata en ik moeten tenslotte ook eten, een omgekeerde vistaart voorbereid.

omgekeerde-vistaartTot zover was alles in kannen en kruiken.
En nu vraagt Julio ineens of ik straks na de opnames voor iedereen hier kan koken… inclusief Alberto Chicote. Bij die laatste trekken mijn billen zich toch even samen.
Een grotere vistaart maken is geen optie, alles is al “gelaagd”. En voor iets anders moet ik naar de winkel en die vindt je in de campo niet naast de deur.
Terwijl ik naarstig zit na te denken over een oplossing komt Alberto naast me zitten en begint een praatje. Hoe fantastisch hij mijn keuken vindt en dat mijn woonkamer zo op die van hem in zijn nieuwe huis lijkt. Hij haalt zijn mobiel tevoorschijn en laat me de foto’s zien. Daarna hebben we het over moestuinen en moestuinieren, de ontspanning van het werken met vingers in de klei, iets wat hij nodig weer eens zou moeten doen, over het feit dat hij zo’n beetje geleefd wordt de laatste jarenm, dat dat niet goed is voor een mens, en … over lekker eten natuurlijk. Ondanks dat we qua uiterlijk tegenpolen zijn, hij is klein en stevig en ik ben lang en mager, hebben we veel gemeen en al kletsend vloeit alle spanning over het avondeten van me af.
Ik verzin wel wat straks.

Wanneer de avond valt en de laatste opname gemaakt is, komt Alberto naar me toe.
‘José Antiono, lo siento mucho, maar ik ben helemaal versleten. Dus ik eet niet mee maar ga meteen naar mijn hotel en naar bed. Maar ik beloof je dat ik binnenkort bij je kom eten.’
Hij geeft me een abrazo en vertrekt. En heel zijn gevolg volgt hem.
Een half uurtje later verorberen Renata en ik samen met de vijf leden van de crew onder het genot van een drankje de vistaart.

groene-hondAls verrassingstoetje heb ik een groene hond gemaakt. Wordt er eerst nog argwanend naar gekeken, na de eerste hap is iedereen verkocht.
‘Chicote weet niet wat hij mist,’ zegt Julio en met zijn vinger veegt hij het laatste restje uit zijn glas.
Als iedereen zijn bed heeft opgezocht drink ik nog een glaasje om de dag te overdenken.
Het heeft wel wat, al dat leven in de tent, ik merk dat ik dat gemist heb.
Dan kijk ik op de klok. Eén uur, ik moet nu echt naar bed.
Morgenochtend om half zes sinaasappeltjes persen voor de crew.

Geplaatst in Blog | 10 Reacties

Over boeken, moestuinieren, mañanamannen en chaos in het hoofd

Mijn hoofd loopt over en mijn moestuin idem dito.
Een rampzalige samenloop van omstandigheden, waarbij kop-staartverwarring zich tot het oneindige lijkt uit te strekken.
In ieder geval zolang de regenval blijft duren aan de ene kant, terwijl ondertussen de gedachtes zich blijven opstapelen omdat ik de laatste punt van mijn boek nog niet heb kunnen zetten.
Ik ben namelijk een fervent moestuinfullnes-beoefenaar.
Ontspannen met de vingers in de klei en in het hoofd slechts ruimte voor plantjes is mijn manier om in de “nothingbox” (zie vorige blog) te geraken en hét middel om mijn schrijversmodus op pauze te zetten en de personages, zinsconstructies en puntjes op i-en een halt toe te roepen.
Alleen gaat het hem dit keer niet worden, weet ik wanneer ik al na twee stappen tot de knieën in de modder zink.
Wat nu?
Hoe zet ik nu mijn zinnen om tot zennen?

Dan valt mijn oog op het appartement dat bij ons huis hoort. Het is de favoriete logeerplek van vrienden en familie maar gedurende de rest van het jaar doen we er niets mee.
En al jaren hikken we tegen het wel of niet verhuren ervan aan.
In schrijfmodus zijn we namelijk tamelijk “op onszelf” en om dan wildvreemde mensen in ons paradijsje toe te laten… je weet nooit wat voor vlees je in de kuip gaat krijgen.
Aan de andere kant: nieuwe mensen ontmoeten zorgt er wel voor dat we niet wegkwijnen als excentrieke zonderlingen op de campo. En wie weet krijgen we gasten die later tot markante karakters in een van de boeken kunnen worden geboetseerd.
“Elk nadeel heb se voordeel”, zoals Cruijff tenslotte altijd zei.
Al spelend met het idee stap ik daarom naar binnen en kijk om me heen. Douche, toilet, slaapruimte, een keukentje en woongedeelte, toch wel een fijn plekje. Lekker licht ook, en het uitzicht niet te versmaden: de Maroma, het golvende landschap, het stuwmeer, in de verte de zee…

dsc02768

Echt zonde dat we het zo weinig gebruiken.
Ik loop weer naar buiten en laat me op een ligstoel zakken. Op wat gekwetter van vogels na heerst er hier op het terras stilte.
Terwijl de zon mijn door het schrijven stram geworden botten verwarmt daalt er rust neer in mijn hoofd.
Rust!
Als door een bij gestoken vlieg ik overeind.
Natuurlijk! Ik ga er gewoon mee aan de slag. Verstand op nul en de boel opknappen: mindfull verven werkt beslist zo goed als tuinieren.
Maar ik moet wel even uitzoeken hoe dat verhuren precies in zijn werk gaat, en eigenlijk mag dat ene plekje wel gestuukt worden, en misschien een ander tafeltje in het zitgedeelte, en als ik nu gelijk ook eens werk maak van die vloerverwarming en –koeling?
Vol nieuwe energie en plannen ga ik aan de slag, vergetend dat het in Spanje met zijn mañanamannen wel eens anders loopt dan verwacht.

Zo kan de vrachtwagen die spullen komt brengen bijvoorbeeld een lekke band voor je huis in de campo krijgen.  En omdat de chauffeur toevallig zijn reserveband is vergeten ben je even later twee uur onderweg om die op te halen.dsc02753Of komt de fontanero doodleuk drie keer niet opdagen om, als hij er dan eindelijk is, precies dat ene verbindingsstuk niet bij zich te hebben wat nodig is.
En dat als hij eindelijk de klus geklaard heeft de verbinding twee dagen later blijkt te lekken ik dit in feite had kunnen verwachten.
Een griepgolf die de ene helft van de mañanamannen uit het veld slaat, regenval waardoor de andere helft halverwege ons huis vast komt te zitten in de barro, leidingen die door weersomstandigheden dan wel eerdere “bedrijfsongelukjes” het loodje leggen: uiteindelijk is het niet veel meer dan wat er in een gemiddeld winterseizoen op de campo aan de hand kan zijn.
Over het vergunning aanvragen voor een officiële casa rural bij de Junta de Andalucia en de papierwinkel die daarbij hoort zal ik het daarom maar niet hebben.
Kortom, een fantastisch plan om straks het appartement te gaan verhuren maar van de gehoopte rust komt niet veel. In plaats daarvan wordt mijn hoofd bevolkt door problemen, obstakels en alle beren die ik daar zelf nog eens bovenop gooi.
Maar wonder boven wonder, toch lukt het me om mijn nieuwe roman op tijd af te krijgen. Ik hoef alleen nog maar een synopsis te maken en dan kan het manuscript naar de uitgever.
En geloof het of niet, uiteindelijk is ook het appartement (verhuur)klaar. Het enige wat nog ontbreekt is een groot expansievat voor de vloerverwarming cq koeling dat ik besteld heb.
‘Een levertijd van maximaal een week,’ sprak de leverancier met volle overtuiging.
Het is nu drie weken en even zoveel bezoeken aan de zaak later, maar een expansievat? Nada.
Voor de vierde keer klop ik aan bij een baliemedewerker.
‘Sorry, hoor, maar de fabriek heeft wat leveringsproblemen.’
Tja, dat heb ik meer gehoord. ‘Maar wanneer komt hij dan,’ vraag ik.
‘Geen idee.’ De knul schokschoudert en gaat verder met artikelen prijzen. ‘Over een week si tienes suerte (als je mazzel hebt).’
Of het nu door het suerte komt of omdat mijn zen gevoel al weken ver te zoek is, weet ik niet, maar ineens ontplof ik.
‘¡Suerte! Wat heeft suerte daar nu mee te maken. Jullie moet dat gewoon regelen!’
Ik kan het coño nog net op tijd inslikken.
Weer een schokschouder: ‘Sin problemas.’
De man loopt naar de kassa, haalt daar mijn aanbetaling uit en smijt het geld op de toonbank.
‘Dan is hierbij uw bestelling geannuleerd,’ zegt hij en scheurt de bestelbon in stukken.
Ik sta zo met mijn mond vol tanden dat hij openvalt.
Dan herinner ik me de woorden van Jorge, mijn buurman en beste vriend hier in Spanje.
‘José, als je écht ergens een probleem hebt, of het nu in een restaurant is of in een winkel, vraag gewoon naar het libro de reclamaciones.’downloadDus veeg ik de papiersnippers bij elkaar, stop ze in mijn zak en zeg: ‘Prima, en mag ik dan ook meteen het libro de reclamaciones van je ?’
‘Ja hoor, ik ga het meteen voor u halen.’ En weg is de baliemedewerker.
Nou Jorge, denk ik, dat libro de reclamaciones is iets van vroeger of zo want aan de reactie van deze man te zien vindt hij het absoluut niet erg dat ik erom vraag.
Maar als er even later opeens een keurige heer in kostuum voor me staat die me beleefd vraagt of ik even mee naar zijn kantoor wil komen, voel ik dat Jorge misschien toch gelijk gaat krijgen.
‘Sorry, sorry, sorry mijnheer, dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren,’ begint de man als ik plaats genomen heb. ‘Natuurlijk krijgt u van mij het klachtenboek als u daarop staat, maar misschien kunnen we samen eerst proberen of we niet tot een oplossing kunnen komen.’
En jawel hoor, na een aantal telefoongesprekken vindt de directeur, want dat staat onder zijn naam op het bordje, een expansievat voor me dat gegarandeerd binnen een week geleverd kan worden. Het is wel drie keer zo groot dan het vat dat ik heb besteld, maar eerlijk gezegd komt me dat best goed uit.
‘En de prijs?’ vraag ik.
‘Minuutje,’ antwoordt de directeur. Hij pakt een rekenmachine uit de lade en begint er driftig op te tikken. Als hij daarmee klaar is laat hij me het resultaat zien.
En Jorge heeft gelijk, het libro de reclamaciones is een wondermiddel in Spanje. Echt het beste boek dat er is.
Alhoewel, ik hoop natuurlijk dat mijn nieuwe boek dat straks blijkt te zijn.
En mocht u het appartement willen boeken, er ligt een libro de reclamaciones.
Al weet ik zeker dat u het niet nodig zult hebben.

Geplaatst in Blog | 4 Reacties

Van vissers en vakjesgeesten

Zoals wel vaker vertoont de inhoud van mijn hoofd vandaag overeenkomsten met een gemiddeld damestasje. Alles, maar dan ook werkelijk álles zit er in: verdwaald, verstrengeld, verloren, vergeten, in de knoop of op enige andere wijze door elkaar gehusseld. Belangrijke en onbelangrijke dingen zijn onnavolgbaar in de grote hoop verdwenen en rollen meestal onverwacht en niet ter zake doend weer naar buiten.
Het is de dag na mijn verjaardagsfeestje, familie op bezoek, een laat etentje, teveel wijntjes en te weinig slaap.
Geen excuus maar wel de reden dat ik me dit keer echt minstens een jaar ouder voel.
Ik open de gordijnen en het zware wolkendek vertelt me dat ik daar geen opklaring hoef te verwachten.
Het is de hoogste tijd om uit te gaan waaien op het strand.

Op het strand van Benejarafe zijn geen badgasten te bekennen. Ik zie slechts een paar wandelaars, een enkele hondenbezitter en wat verwante zielen die net als ik hun zaterdagavondkater de vrije loop laten.
En… de plaatselijk hengelsportvereniging: langs de waterlijn staan op iedere vijf meter een of twee hengels, een klapstoel en een koelbox. In de gauwigheid tel ik zo’n twintig vissers op een rijtje. Allemaal mannen, geen vrouw te bekennen.
In de berm, onder de rook van het doorgaande verkeer, probeert een enthousiaste pyromaan met draconische middelen een barbecue in de hens te steken en iets verder het strand op zijn drie tonronde mannen in de weer met het opzetten van een partytent terwijl twee puberjongens af en aan lopen met de ene na de andere gevulde plastic tas.
Ik hoor een paar zeemeeuwen, het gekraak van klapstoelen, een vloek wanneer de partytent dreigt in te storten en het verwaaide geluid van een blaffende hond.
Verder doet iedereen er het zwijgen toe.
‘Laten we even gaan zitten tot ze iets vangen,’ stelt José voor.
Ik herken een visverleden in zijn voorstel en mijn brakke staat van zijn vindt neerploffen op het zand een uitstekend idee.
‘Heeft u al wat gevangen,’ vraag ik aan de man op het stoeltje twee meter voor ons.
‘Neuh… nou ja, eentje.’ Zijn vingers duiden een formaatje goudvis aan.
José gebaart naar de eindeloze opstelling van hengelend volk. ‘Toch moet er hier veel vis zitten… het hele strand staat vol hengelaars.’
De man kijkt hem verbijsterd aan: ‘Hier? Dit is een rotstek. Er zwemt hier amper vis!’
Hoofdschuddend draait hij zijn hoofd terug richting de zee, de blik wederom op oneindig.
Ik begrijp er niks van. Een rotstek? Amper vis? Wat doen al die hengelaars dan hier?
José snapt het blijkbaar wel, want als ik me naar hem toedraai zie ik de blik van niksigheid van de visser op zijn gezicht weerspiegelt.
Hoe doen mannen dat toch?

De situatie doet me denken aan een filmpje met Mark Gungor waarin hij het verschil uitlegt tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein.
Wat hij zegt komt kortweg hierop neer: mannen bergen alle onderwerpen des levens keurig op in aparte ‘boxes’. Een doosje voor het werk, een doosje voor de echtgenote, weer een andere voor de auto, een voor geld enzovoort, enzovoort.
De belangrijkste regel om dit mannelijke dozensysteem te laten werken is dat die dozen elkaar nooit of te nimmer mogen raken.
En er is een heel speciale doos. Het is de favoriete van elke man, want hij is namelijk… leeg, totaal leeg. Hij heet heel toepasselijk The nothingbox.
Wanneer een man in zijn ‘nothingbox’ zit denkt hij aan … helemaal niks!
Onbegrijpelijk voor ons vrouwen omdat volgens meneer Gungor het vrouwenbrein altijd “aan” staat en alle onderwerpen met elkaar verbonden zijn door een elektrisch circuit van gevoelens, hormonen en emotie.
Gelijk een statisch bord spaghetti. Of een overvol damestasje.
En nu ik om me heen kijk zie ik dat Mark Gungor niet liegt. De “nothingbox” voor mannen bestaat echt, het bewijs staat op de twintig-plus-een gezichten om me heen geschreven.

Een klein kwartier later, zonder dat er een aanleiding voor is, staan de hengelaars op uit hun klapstoeltjes, sjorren hun afgezakte broeken op heuphoogte, inspecteren hun hengel en begeven zich simultaan richting partytent.

sobremalagaDaar aangekomen pakt ieder een biertje en iets te eten van de nu uitgestalde waar.
Een van de pubers wordt eropuit gestuurd om twee jonge, blijkbaar nog fanatieke vissers bij hun hengel vandaan te sleuren om ook aan het ritueel deel te nemen.
Drinkend en kauwend kijkt even later heel de zondagse hengelsportvereniging met eendere lege blik naar de zee.
Als de lege bierblikjes en etensresten in een afvalzak gegooid zijn en de broeken nogmaals opgehesen keren de mannen terug naar hun stek.
Opnieuw volgt er eerst een hengelinspectie voor men terugkeert naar de klapstoelpositie en het luchtledige.
Hoewel, voor de dichtstbijzijnde hengelaars blijkt er een probleem te zijn ontstaan: hun lijnen zijn met elkaar verstrikt geraakt.
Een grom. Een boer.
Met engelengeduld proberen de twee mannen de lijnen te ontwarren.
Een schreeuw.
De lijn van een derde hengelaar iets verderop zit ook verstrengeld in de kluwen.
De lege blikken maken nu plaats voor zichtbare frustratie: drie ‘nothingboxes’ die met elkaar in de knoop liggen, dat moet zoiets zijn als een man die in een vrouwenbrein verstrikt is geraakt! In mijn brein bijvoorbeeld, waar gedachten, plannen en problemen nog steeds chaotische buitelingen maken.
Ik concentreer me op het drietal en kijk toe hoe ze met langzame en weloverwogen bewegingen de lijnen van elkaar los proberen te pulken.
Het is net of daarmee de rust in mijn eigen hoofd neerdaalt.
Eindelijk lukt het en kunnen de mannen terug naar hun stoeltjes, zwijgend.
En ook mijn vrouwenbrein is eindelijk stil.
Ik leun achterover en geniet. De niksigheid van het vissen is zo verkeerd nog niet.

Wanneer we het strand verlaten hebben de mannen zich al voor een vierde of vijfde keer in de partytent verzameld. Drinkend, kauwend en peinzend, en zo te zien innig tevreden.
De pyromaan is nog steeds druk met het vuur, in afwachting van gevangen vis die waarschijnlijk nooit zal komen. Ook hij heeft een uitdrukking van absolute niksige tevredenheid.
Mannen en hun nothingboxes: het wordt tijd dat ze er een voor vrouwen uitvinden.

Geplaatst in Blog | 14 Reacties

Kaarslicht en groene biermannetjes

Wie is niet ooit met liefdesverdriet, een fles wijn en een rap leeg rakende zak chips rond het middernachtelijke uur op de begripvolle stem van Jan Veen gestuit?
Dan begrijp je waarom de naam van restaurant La Luz de Candela onmiddellijk associaties met het Nederlandse radioprogramma Candlelight bij me oproept.
Positieve in dit geval, we zijn op zoek zijn naar een rustige plek om met vrienden bij te praten. Een heikele klus in Málaga omdat hier in de meeste gelegenheden het gemiddeld aantal decibellen een flink stuk hoger ligt dan bijvoorbeeld in Nederland. Maar met een restaurant dat de naam Kaarslicht draagt kunnen we aardig op de goede weg zitten.
‘Is het een beetje betaalbaar,’ vraag ik aan een over recensiepagina’s surfende José.
Niet onbelangrijk, straks belanden we in een uitgestorven sterrenrestaurant en moeten we na afloop aan de afwas om de rekening te voldoen.
‘Zo te zien is het goed te doen. En ze hebben veel streek- en seizoenproducten en een ruime wijnkeuze. Goede recensies ook.’
‘Is er ook wat vegetarisch?’
‘Niet superveel, maar er zijn wel volop visgerechten. En het is Frans georiënteerd, weer eens wat anders.’
Kaarslicht, een vleugje la Douce, lekkere wijn en goed gezelschap.
¿Que más quieres?
 
Nou ja, een goed snookercafé wellicht. Sinds er snookerkampioenschappen over het beeldscherm sukkelen krijg ik José ’s avonds amper nog de deur uit. Maar dit terzijde.
‘Je hebt om halfacht gereserveerd?’ hijg ik verbaasd terwijl ik hem probeer bij te houden en tegelijkertijd een vergeten rits omhoog werk. ‘Dat is wel megavroeg.’
‘Dat leek me handig. Ruud en Marije moeten daarna nog een uur terug naar huis rijden.’
Daar zit wat in. En in elk geval hoeven we zo niet bang te zijn voor een eventuele halfzeven hongerklop. Veel Nederlandse vrienden weten niet dat de meeste keukens in Málaga pas om halfnegen opengaan.

images-2
Als we in Calle Dos Aceras de drempel overstappen worden we hartelijk begroet door de eigenaar. Vanwege het gedempte licht denk ik even dat we daadwerkelijk bij kaarslicht zullen dineren, maar dan gaan de dimmers omhoog, klinkt er een relaxt jazzy muziekje op en blijken we in een sfeervolle en toch ook gelijk een beetje huiskamerachtige ruimte te staan. Originele kunst aan de muren, boeken (op de ruggen zie ik veel titels van de grote Franse keukenmeesters en ze zien er veelvuldig gebruikt uit; een goed teken voor smulpapen) en heel veel flessen wijn.
Ik maak net een verkenningsrondje langs de tekeningen en schilderijen als onze vrienden arriveren, met in hun kielzog nog wat gasten.
De sfeer is uitstekend, de muziek staat niet te hard, we hebben een mooi centraal tafeltje, kortom alles is perfect, tot we de kaart voor ons neus krijgen en niet kunnen kiezen.
Het wordt nog ingewikkelder als we te horen krijgen dat er buiten de kaart om nog een aantal gerechten zijn. Stuk voor stuk klinken ze spannend, exotisch of met combinaties van ingrediënten die we minstens willen proeven.
‘Waarom nemen jullie niet meerdere gerechten para compartir,’ reageert de eigenaar op onze keuzestress.
Samen lopen we de kaart door. Uiteindelijk besluiten we een stuk of tien hele en halve raciones met elkaar te gaan delen.
Ook de wijnkeuze is niet eenvoudig. Maar na er een paar geproefd te hebben blijkt een wijntje uit het wat duurdere segment de paar extra euro’s meer dan waard.

download-1download

We smullen van het ene na het andere gerecht dat op tafel komt, praten alsof we elkaar jaren niet gezien hebben en smeren de keel met slokjes fruitige, soepele wijn.
Af en toe kijk ik om me heen en zie dat de andere gasten het eveneens uitstekend naar de zin hebben.
Niet opdringerig maar wel heel alert lopen de twee mannen die bedienen af en aan om een nieuw gerecht te brengen, wijn bij te schenken of gewoon om te checken of alles goed zit.

images-1Na een heerlijk toetje en de onvermijdelijke chupito nemen we even later op straat afscheid van ons gezelschap.
En dan zie ik ineens een groen bierflesje op en neer springen, een deur of drie verder.
Het is dan wel geen roze olifant, maar voor de zekerheid knijp ik toch maar in mijn arm.
‘José, zie jij wat ik zie?’
‘Dat is de buurman, een heel aardige man.’ De eigenaar van La Luz de Candela is achter ons opgedoken.
Ik kijk wat beter naar het rondhuppelende flesje Heineken en zie inderdaad een gezicht, twee benen en twee armen uit het schuimrubber steken. En die armen zwaaien naar ons.
‘Zijn zaak is net open. Ga even een kijkje nemen, hij vindt dat vast heel leuk.’
Inderdaad, als we een stap in zijn richting doen gaat het bierflesmannetje nog harder tekeer; door het kleine hoofd dat uit het kolossaal schuimrubberen pak steekt heeft hij iets weg heeft van een enthousiaste kabouter.

ingangEenmaal bij hem worden we de trap op geloodst naar binnen en dan zijn we in een spiksplinternieuwe op een Irish Pub lijkende kroeg beland.
Nou ja, kroeg. Als we het eerste deel van de toog en de nisjes en zitjes zijn gepasseerd, blijkt dat we nog maar een derde van het geheel hebben gezien.
De totale ruimte is werkelijk enorm. Ik zie een podium en bedenk dat hier makkelijk een paar honderd mensen een concert zouden kunnen bijwonen.

julioOndertussen vertelt Julio, het bierflesje heeft onze uitbater intussen uitgedaan, over de wilde plannen die hij voor zijn toko in petto heeft. Concerten, feesten, het WK-voetbal op een groot scherm, noem het en hij organiseert het.
‘En wat vinden jullie van het thema van de kroeg?’
Nu pas valt me op dat het hier wel een pub-achtig geheel is, maar dat je tevens het gevoel krijgt met een tijdmachine naar het koloniale Afrika te zijn gezonden. De oude foto’s, kaarten en attributen lijken regelrecht uit het begin van het 20e eeuwse donkere, dan wel lichte Afrika te zijn gekomen en wanneer ik al rondkijkend dichter naar het podium dwaal beland ik zomaar in het Egypte van die oude Lawrence of.

2aceras-0246504‘Renata, kom eens!’ Een zeer enthousiaste kreet van José.
Ik tref hem in het achterste deel van de zaal aan bij een dartbord en een pooltafel.

poolJulio staat naast hem en de onderhandelingen zijn al begonnen.
‘Je zou hier perfect kunnen snookeren. Er is genoeg ruimte.’ Met zijn lange benen meet José de meters uit die voor een snookertafel noodzakelijk zijn. ‘Ik weet zeker dat je daar extra klanten mee trekt. Mij heb je in elk geval binnen.’
Julio lijkt het duidelijk geen slecht plan te vinden. Samen bekijken de mannen nog even de mogelijkheden van twee andere locaties om dan toch weer bij deze plek uit te komen.
Er vindt hier iets bijzonders plaats. Een mannending. Een snookerding. Twee paar ogen glimmen van pret bij het vooruitzicht: Julio ruikt de mogelijkheden, José eveneens.
En nu ik er beter over nadenk ontvouwen zich voor mij ook de nodige perspectieven. Nooit meer naar die ellenlange en saaie snookerkampioenschappen op televisie hoeven kijken en de beste wortel die er bestaat om mijn gade de deur uit te krijgen: zijn eigen snookertafel, omringd door fris schuimend bier.

 

 

Geplaatst in Blog | 5 Reacties