Bal no. 7

Pendelend tussen Spanje en Nederland pik ik zoveel mogelijk het beste van twee werelden mee, dus ook van de mores rondom ‘een glaasje en een hapje doen met vrienden.’
Para compartir – zoiets als ‘een vorkje meeprikken’ – is een van mijn Spaanse favorieten. Ik ben gek op de vanzelfsprekendheid waarmee het voedsel dat op tafel komt wordt gedeeld met alle disgenoten. Iedereen prikt, pikt en proeft en als het op is bestel je gewoon een volgende schaal.
En het extra ‘vorkje’ hoef je er zelden bij te vragen.
Is er een betere manier om saamhorigheid te kweken dan de avond beginnen met delen?
Onverslaanbaar in Nederland daarentegen is het fenomeen ‘bier en bitterballen’, elementair bindmiddel tijdens een bijbep met vrienden en vriendinnen. Die goudbruin gefrituurde jongens, het krakend korstje en het onvermijdelijk verbranden van het inwendig spreekgedeelte, geblust met een slok ijskoud, bitter bier: het doet je beseffen dat je leeft. En voor de por op bal en babbel een flinke lik Dijonmosterd natuurlijk.
Hoe zaligmakend kan het zijn als deze twee werelden samenkomen?

Sinds een tijdje zijn bitterballen, albóndigas Holandesas, in Málaga verkrijgbaar. Gewoon, op het terras of in het café mét de befaamde mosterd én het schuimende bier.
Bitterballen para compartir, het klinkt als een gouden huwelijk, ware het niet dat een Nederlands probleem er als een emotioneel rugzakje in is meegeslopen.

bitterballen
Zeven ballen tel ik wanneer het bordje voor ons wordt neergezet, de lullige zeven stuks waardoor er in Nederland altijd weer het moment opdoet wie er met de laatste bal vandoor gaat. De gelukkige is dan tevens egoïst en de achterblijver de pineut: kortom, niet bevorderlijk voor een gezellig samenzijn.
Natuurlijk kan de laatste bal worden verdeeld, maar voor het geval je met drie personen bent rest er voor ieder slechts een klodder prut.
Je kan natuurlijk een tweede portie bestellen, maar in het geval van een derde overblijver is deze dan dubbel de pineut, waardoor de sfeer slechts gerepareerd kan worden met drie porties. En bij vier personen vier porties, enzovoort und so weiter.
Hier moet een sadistisch marketingconcept aan ten grondslag liggen. De beruchte koopmansgeest indachtig zal het beslist een Nederlands idee zijn om een portie bitterballen uit zeven stuks te laten bestaan.
Zeven, een priemgetal! Slechts deelbaar door een of het getal zelf, herinner ik me vaag uit een ver verleden. Hoe vernuftig, hoe frustrerend.
En nu blijkt dit Nederlands dilemma ook nog geëxporteerd naar de Malagueño tafel; naar onze tafel!
Zeven bitterballen op mijn eentje nuttigen is teveel van het goede, zeven vrienden krijg ik in Spanje niet een, twee, drie bij elkaar en terwijl ik nadenk hoe dit probleem te tackelen zonder als pineut dan wel egoïst uit de bus te komen, worden de ballen langzaam koud.
Eigenaar Carlos loopt langs ons tafeltje en vraagt of er iets scheelt. Niet veel later is het halve café betrokken bij dit netelige vraagstuk.
De porties worden zo aangeleverd, volgens Carlos, en het is onmogelijk de ene klant zes ballen en de ander er acht te serveren. Trouwens: wat maakt het eigenlijk uit?
Geen idee, maar ik zit er wel mee.
Carlos wordt weggeroepen, er ontrolt zich een nieuw koninklijk drama op de televisie en het leven gaat verder.
‘Ik weet het ook niet,’ zegt het wiskundig meesterbrein naast me. Voor ik het besef gooit hij de vermaledijde zevende bal in zijn keelgat. ‘Nu hebben we er ieder drie, probleem opgelost.’

Twee weken later stappen we onze stamkroeg weer binnen. Het is vrijdagmiddag, het café afgeladen en de stemming uitbundig.
Toch komt Carlos direct op ons afgestapt.
‘¿Cerveza?’
Hij zet twee schuimige cañas voor onze neus.
‘Een hapje? Ik heb een verrassing voor jullie.’
We beginnen net aan ons tweede welverdiend biertje als hij een schaal voor ons neerzet. Het is opeens muisstil in de stampvolle kroeg en de gewoonlijk aan de bar gelijmde stamgasten blijken zich rond ons verzameld te hebben.
Ieder houdt zijn adem in.
Op de schaal liggen stokbroodjes: acht stuks, met daarop geplette en keurig verdeelde bitterballen. En mosterd.
Ik neem een hap, verslind de rest van het broodje en smul. Een collectieve zucht van opluchting verspreid zich door de menigte en vijf seconden later is iedereen teruggekeerd tot de luidruchtige orde van de dag.
‘Deze jefe kan toveren,’ verklaart Carlos en glundert: ‘siete albóndigas Holandeses. Spaanse stijl.’
Een broodje kroket heeft nog nooit zo goed gesmaakt.

1b53dd91644c5a6c474ee4bcdd9d3aba

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

5 reacties op Bal no. 7

  1. Mattijs schreef:

    Heel herkenbaar dit probleem, voor anderen dan, want ik offer me altijd graag op om die extra bal te nemen :)

  2. Maike schreef:

    Hahahaha – het oudbekende dilemma perfect op Spaanse manier opgelost, zo kan het ook!

  3. Pieter schreef:

    Het is juist charmant om er zeven te serveren. Je voorkomt immers hiermee dat iemand gaat tellen om er maar net zoveel te krijgen als de ander( als je tenminste met een even aantal bent). En belangrijkere reden is: je bent eerder genegen nog een portie te bestellen. En daar gaat het om.

    • Renata schreef:

      Zeven dwergen zijn charmant.
      Tellende disgenoten (of zij die door hoge alcoholinname reeds zijn uitgeteld) zijn dit m.i. niet. Evenmin is mijn bikiniklaarheid na regelmatige inname van zeven ballen – lees: de verdeelsleutel – nog charmant te noemen.
      Maar gelukkig weet jij dit probleem op charmante wijze op te lossen :)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *