De januari-dip

Het is de eerste echte warme dag van januari en Juan Antonio, de sous-chef van het strandrestaurant, heeft het moeilijk.
Het is de januari-dip bedenkt hij wanneer hij nogmaals zijn beslagen brillenglazen oppoetst. Maar dan met nog wat extra complicaciónes.
Was het eerst de buitensporige drukte van de feestdagen die in Spanje tot 6 januari (Reyes) duren, daarna kwamen het slechte weer en de rukwinden waardoor de helft van het terrasmeubilair voor de zoveelste keer in zee dreigde te eindigen en er zelfs van een

photoopinionde-malagagoede nacht slaap weinig is terecht gekomen. En terwijl de helft van de horeca in Málaga de deuren heeft gesloten om te genieten van een welverdiende pauze, staat hij hier met de helft van het bedienend- en keukenpersoneel geveld door de nieuwjaarsgriep, een chef met een kater, stagiaires die denken dat het vakantie is en een keukenhulp die een langzaamaanactie voert.
En daar bovenop zit het terras bomvol uitgelaten families, echtparen, geliefden en opgeschoten vriendengroepjes en bestellen uitgerekend vandaag maar liefst zeven tafels de vis-in-zout!

bar_croute_de_sel_non_cuit_tEen trabajo de mierda om te serveren en normaal heeft hij hier een speciaal mannetje voor, maar ja … de griep … en iemand moet het doen.
Negen paar ogen kijken hem verwachtingsvol aan wanneer hij met de schaal de tafel nadert. Mobieltjes liggen binnen handbereik en twee dames komen al overeind als hij de vis-in-zout op de serveertafel plaatst.
Weten ze dan niet dat niemand het leuk vindt om op de vingers gekeken te worden?
Hij geeft een eerste tik op de zoutkorst.
¡Jodér! Hij valt in gruis uit elkaar. De keuken is vergeten eiwit door het zout te doen. Op deze manier krijgt hij dit visje nooit fatsoenlijk uit zijn jas.
Klik. Klik. Klik.
Er staan nu al drie dames met hun mobieltje in de aanslag om hem heen.
Hij kijkt op en haalt zijn beste grijns tevoorschijn in de hoop dat de dames het hierbij zullen laten. Verspilde moeite: zes ogen zijn gekluisterd aan de hoop zout in de verwachting dat daar bij toverslag een vis onder vandaan zal komen.
Nou, als ze een goochelaar willen, kunnen ze er een krijgen!
Met een nonchalant gebaar drapeert hij zijn servet over de zoutkorst en besluit dat het er professioneler uitziet als hij er afgemeten met zijn lepel op slaat – een tikje hier, een tikje daar – en onderwijl met zijn andere hand ongezien de zoutkorst probeert te decimeren.
¡Funciona! Hij voelt het onder zijn servet verder afbrokkelen. Er loopt een zweetdruppel in zijn ogen, maar hij kijkt wel uit die nu weg te gaan vegen.
Zo, dit moet genoeg zijn. Hij meet zich een ‘kijk-zo-doe-je-dat’-air aan en met een elegante zwier trekt hij het servet weg. Wonder boven wonder, de vis komt er onbeschadigd en perfect onder vandaan.
Eerste honk gehaald, nu de rest nog.
Terwijl camarera Ana een stapel gloeiendhete borden en de groentegarnituur naast hem neer zet, haalt hij voorzichtig aan een kant een stuk vel eraf.
¡Que suerte! De vis is gaar, en dat ondanks de slechte zoutkorst.

bar_croute_de_sel_cuit_tOpgelucht kijkt hij op.
Hé, waar is Ana nu opeens gebleven? Een tafel van negen personen, die kan hij toch niet alleen…
Dan ziet hij haar tien meter verder tussen de tafels flitsen. Hij roept haar, maar ze reageert niet.
¡Jodér! Wat een dag! Dan zelf maar. Hij legt een stuk vis op het bovenste bord, drapeert er wat van de zompig gekookte groenten naast en beent naar de verst wachtende gast.
Als hij het volgende stuk vis opschept en weg wil leggen stoot Jorge, een van de stagiaires, hem aan. De vis valt nog net op de rand van het bord maar ook de zijkant van zijn hand komt in aanraking met het hete porselein.
‘¡Jjjj..!’ Hij weet de vloek nog net in te slikken. Maar het doet wel verdomde pijn.
‘Deze biefstuk is te rauw zegt die mevrouw.’ Jorge gebaart met zijn hoofd naar een tafeltje achter hem en schokschoudert onnozel.
Madre mia, ook dat nog. Juan Antonio verbijt de pijn in zijn hand, zet zijn officiële sous-chef gezicht op en wendt zich tot de betreffende dame.
‘U wilt hem natuurlijk graag mas a su punto hebben señora?’
De dame knikt, duidelijk gecharmeerd dat ze serieus genomen wordt.
Hij wijst richting keuken. ‘De nuevo,’ zegt hij tegen Jorge, om de schijn op te houden. Want niks geen nieuwe biefstuk. Dezelfde lap vlees gaat terug de pan in en dan krijgt ze hem terug zoals ze hem hebben wil: de klant is immers koning. Wat extra bonenslierten en weer een probleem opgelost.
Na de hele vis uitgeserveerd te hebben – een paar klanten zeuren dat de eerste stukken door de hete borden droog zijn geworden, maar dan hadden ze maar niet op de rest moeten wachten met eten – wil hij net naar zijn speciale rustige plekje gaan om even snel een cigarillo te roken als hij ruw aan zijn mouw getrokken wordt.
‘The toilet is dirty, piss everywhere on the floor. And there are no paper towels anymore.’
De vetzak voor hem heeft een rode neus en een drankkegel die je achterover doet slaan.
‘Oké Sir, thanks,’ zegt hij in een ademteug. ‘I will deal with this.’
¡Que borracho! Te vet om over zijn pens te kijken, te bezopen om raak te mikken en wij kunnen de zooi schoonmaken.
Dan ziet hij Ana met de volgende vis-in-zout aankomen en slaakt een diepe zucht: zijn sigaretje kan hij wel vergeten.
Zeven zoute vissen (hoe zou Jesús die klus met de vissen ooit geklaard hebben?), een overdaad aan klachten zoals een niet helemaal goed schone tafel, een volle asbak en wat het-eten-is-te-flauw / het-eten-is-te-pikant / het-eten-is-te-gaar / het-eten-is-te-rauw klanten later heeft hij het wel gehad.
En helemaal als José, de bedrijfsleider die altijd zijn snor drukt, hem bij een stuk ik-zit-al-een-half-uur-te-wachten-ongeduld en passant toesist: ‘Hou de klant tevreden en geef hem altijd gelijk. Zeg hem dat het onvergeeflijk is dat hij een half uur op zijn eten heeft moeten wachten en biedt hem een toetje van het huis aan. Dat verreken ik straks wel met de fooienpot.’
Pas wanneer Juan Antonio bij de het-eten-is-te-flauw klant de gepeperde rekening op tafel kan leggen en diens verbijsterde gezicht ziet terwijl hij zijn portemonnee trekt, voelt hij zich weer wat beter.
Het mooiste terras aan zee van Málaga kent zijn goede en slechte dagen.
 
Aviso:
Alle personages en situaties in dit blog zijn ontsproten aan de hersenkronkels van de schrijvers, genietend van de zon en het uitzicht op het terras van een historisch strandpaviljoen op dinsdag 16 januari tussen 14.30 – 16.15 uur .

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

8 reacties op De januari-dip

  1. Mattijs schreef:

    Tja nu heb ik ook weer zin in vis in zout… Maar die meiden van mij natuurlijk weer niet. Kan het ook met vissticks? 🙂

  2. Renata y José schreef:

    Geen probleem, kan ook met vissticks 🙂

  3. Ria Schraverus schreef:

    Geweldig verhaal! Ik kreeg steeds meer medelijden met de arme man. Je zal maar in zijn schoenen staan.

  4. Ineke v.d. ven schreef:

    Haha.. heerlijk dit.
    Xx

  5. Huib schreef:

    Geweldig! Zie het zo voor me.

  6. Carmen schreef:

    Geweldig stukje! Goed om het een keer vanaf de andere kant te bekijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *