Don Juan doet het op zijn Frans

De vele keren dat hij als leraar Engels en ik als guiri de uitspraak van het Engels dan wel het Spaans oefenden (een praatje met hem biedt iets meer variatie dan de gebruikelijke dorpsconversaties over geiten, olijfbomen en regenval, dan wel het ontbreken daarvan)…
de tiental keren dat we door de campo struinden en hij me de plekken aanwees waar wilde asperges groeien…
die ene keer dat zijn zwager vastzat in de modder en ik bijna verzoop toen we de auto eruit sleepten…
de ontelbare keren dat we elkaar toevallig tegen het lijf liepen en gewoon zin hadden in een potje leuteren, dan wel de stand van zaken in de bewoonde wereld bespreken…
telkens eindigde mijn ontmoeting met buurman Antonio met diens uitnodiging voor de zondagse familiepaella.

Gewapend met mijn door de jaren heen bij elkaar gesprokkelde mondje Spaans en een paar stoute schoenen besluit ik er nu gehoor aan te geven, voor zijn terugkerende uitnodiging pijnlijk of nietszeggend wordt. Hopelijk is mijn beheersing van het Spaans goed genoeg om mezelf voor zijn familieleden te werpen.
Maar spannend blijft het.
Eenmaal bij de casa de campo van de buren aangekomen valt het allemaal reuze mee.
Antonio’s vrouw, zussen, zwagers en de kinderen zijn vriendelijk, spreken rustig en articuleren duidelijk.
En nog belangrijker, telkens als ik het Spaans verhaspel, de gaten in mijn geheugen opspelen of ik de draad van het gesprek  kwijt ben, beschikken ze over engelengeduld.
Gerustgesteld leun ik achterover en geniet van het blikje bier dat in mijn handen gedrukt is. De geur van de enorme pan paella op het houtvuur in de tuin kringelt mijn neusgaten binnen en mijn maag knort tevreden.
‘Papa ¡A comer!’
De schreeuw van zus nummer twee doorbreekt mijn dagdromerij.
Uit het schuurtje komt een stokoude man tevoorschijn gestrompeld, krommer en met meer rimpels dan de eeuwenoude olijfbomen om hem heen.
Direct schiet de halve familie toe om hem in de stoel naast me te helpen.
‘¡Hola!’
Een knoestige vuist omklemt de mijne.
Dan wordt er een waterval aan vreemde klanken over me uitgestort.
‘¡Papa! Spreek Spááns! Niemand begrijpt dat Andalú van je.’
Een tweede woordenvloed volgt.
Ik kan er nog steeds geen Spaans van breien en wanneer ik de oude man in de fonkelende ogen kijk durf ik bijna te zeggen dat hij de draak met me steekt.
Bijna, met zo’n verweerd gezicht is het lastig te bepalen of ik nu lachrimpels of ouderdom zie.
Het grote bord paella dat voor iedereen wordt neergezet maakt korte metten met spraakverwarringen; om saamhorig te genieten is er geen taal nodig.
Antonio schuift strategisch tussen ons in en naast docent Engels blijkt hij ook de tolk-vertaler van de familie. En voor de familie, zelfs zijn zussen kunnen papa niet verstaan .
Ik kom te weten dat Juan, de pater familias, op de dag af zes maanden ouder is dan mijn vader – aardig richting de honderd dus – en net als hij verslingerd is aan werken in de tuin.
Dat verbaast me wel een beetje want naast me kijkend kan ik me de nu dommelende bejaarde moeilijk werkend in de ruige campo voor stellen.
Hoewel, dommelend, hij tilt net zijn hoofd even op.
Hé, was dat een vette knipoog? Of heb ik het me verbeeld? Zijn kin rust nu weer op zijn borstkas.
Even later doorbreekt een luidruchtig gesnurk de landerige uitbuikstilte van deze perfecte zondagmiddag.
De zussen van Antonio springen op en beginnen af te ruimen en ik besluit mijn steentje bij te dragen.

Wanneer ik over de afwas gebogen sta voel ik twee tikken op mijn schouder.
Het is Juan die met een hoofdbeweging aangeeft hem te volgen.
De paella en zijn dutje moeten hem nieuw leven hebben ingeblazen, want eenmaal in de campo kost het me moeite zijn kromme benen bij te houden.
Helaas heeft er geen miraculeuze verandering in zijn taalgebruik plaatsgevonden, de woordenvloed is nog steeds overweldigend en onverstaanbaar.
Ineens staan we bij een moestuin. Juan gebaart naar een grote zak mest en vervolgens naar het rijtje aardbeien. Het is duidelijk wat hij bedoelt: er moet bemest worden en de zak is voor hem te zwaar.
Terwijl ik daar gebukt mee bezig ben vertel ik hem in mijn beste Spaans hoe mijn vader vroeger in Frankrijk altijd op de aardbeien moest plassen omdat ze daar zo mooi rood van werden.
La France?’
Verbaasd kijk ik op. Komt er nu ineens Frans uit deze onversneden Andalusiër? Volgens zoon Antonio heeft hij niet eens de lagere school afgemaakt!

@grupochavezradio

@grupochavezradio

Oui…’ antwoord ik aarzelend.
Ai, ai, la Douce!’ grijnst hij en in eenzelfde tempo als waarin hij zijn onverstaanbaar Andalú bezigt rolt er opeens een verhaal in perfect Frans over zijn lippen.
Hij was een van de eerste Spaanse gastarbeiders in Frankrijk.
En een schelm bovendien. Als groot liefhebber van de jeunes filles danste deze Spaanse muis van huis lustig op tafel.
‘En in bed,’ vertrouwt hij me glunderend van oor tot oor toe. ‘De beste plek om een taal te leren.’
Ik moet toegeven dat hij goed heeft opgelet.
Mademoiselle, je t’aime. Que vous êtes belle. Voulez-vous coucher avec moi? Oui, oui, merci, merci.’
Het verhaal over de Franse escapades veroorzaken een ware metamorfose. De kromgebogen man voor me recht zijn schouders en rug, zijn borst steekt vooruit en hij lijkt te groeien.
Ik zie de jongeling voor me die al die Franse meisjesharten sneller deed kloppen, de ondeugende blik waar geen vrouw weerstand aan kon bieden en de blos en de levendigheid die het dorpse leven van verveelde Françaises moeten hebben gekleurd.
Het is twee uur verder als we de casa de campo naderen en Juan me bij mijn arm pakt.
Ik schrik, want hij hangt opeens kromgebogen aan mijn zij.
‘Wat is er?’ vraag ik in het Frans
‘Ssst,’ fluistert hij, ‘niet vertellen waar we het over gehad hebben. Dat is niet geschikt voor kinderoren.’
Bezorgd komen “de kinderen” aangesneld en nemen hun nu duidelijk hulpbehoevende vader van me over.
‘Wat zijn jullie lang weggebleven,’ zegt Antonio. ‘Waar hebben jullie het in hemelsnaam al die tijd over gehad?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Gewoon, over taal.’

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

6 reacties op Don Juan doet het op zijn Frans

  1. nicole schreef:

    Heerlijk! de paella kwam in mijn neusgaten en laat die spaanse schavuit maar schuiven:)

  2. pierre schreef:

    heerlijk verhaal.

    Andalucia puur 😉

  3. Karen Groeneveld schreef:

    Prachtig verhaal! Goed idee eigenlijk wel, zondagmiddag paella…

  4. Hans Zeegers schreef:

    weer een leuk verhaal 🙂

  5. marga otten schreef:

    Lekker verhaal , doet me denken aan mijn opa die is 101 jaar geworden en die had ook iets jongensachtig over zich.

  6. Maike schreef:

    Geweldig sfeerplaatje en echt een Spaans origineel 🙂

Laat een reactie achter op Karen Groeneveld Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *