¿Dónde está Maria Conejo?

Een huiveringwekkende hoestaanval laat de veertiger dubbelklappen, zijn gezicht loopt rood aan en even lijkt het erop dat hij erin zal blijven. Dan komt er een enorme rochel gevolgd door een fluim. Reutelend zuigt de man een teug verse lucht naar binnen en de kleur komt terug op zijn gezicht.
Niemand reageert op deze bijna-doodervaring, verwikkeld als iedereen is in eigen sores of werkzaamheden.
‘¿Maria Conejo?’
Een roze variant van de normaliter in het blauw gehulde verpleegkundigen steekt zijn hoofd om de hoek.

nijntjedickbruna
‘¿Maria Conejo?’
‘Toepasselijk,’ bromt José boven mijn hoofd, terwijl hij mijn rolstoel snel uit de baan van een aanstormend ziekenhuisbed draait. ‘We zitten hier inderdaad als konijnen op een kluitje.’
De wachtkamer is overvol en bij ons in het gangpad staan, zitten en liggen kreunende en steunende lotgenoten; het ontwijken van rondrennend personeel, rolstoelen en bedden, maar ook openslaande deuren begint een tweede natuur te worden.
Traag tikt de klok door naar het middaguur.
Een doordeweekse dag op de Urgencias, waar tijd – en urgentie – duidelijk aan andere wetten voldoen: het beroemde Spaanse tempo, al zou ik dat liever op een zonnig strand ervaren.
En ik ben niet de enige. Er zijn hier wachtenden die de hele trukendoos overhoop halen om er wat vaart in te krijgen.
Een boom van een kerel is in geanimeerd gesprek verwikkeld met twee mooie jongedames, tot zijn blik op een naderend verpleegkundige valt. Dan verschrompelt hij zichtbaar, grist een van de dames de kruk uit handen en kreunt en snikt een Oscar waardig.
Niet dat het veel uithaalt, want er is buiten mijzelf zo te zien geen mens die van dit staaltje acteurskunst opkijkt, laat staan de verpleegkundige.
De familie van een met het hoofd in handen zittende twintiger volgt de strategie van doorlopend aandacht vragen. Afwisselend stormt een van de acht meegekomen familieleden de gangen door om beklag te doen bij elke arts, verpleger of andersoortig personeelslid die voorhanden is.
Deze laatste methode blijkt beter te werken, want na een uur is hij ineens vertrokken; met zijn hele familiemeute uiteraard.
‘¿Maria Conejo?’
Weer verschijnt de roze verpleger in ons midden. Maar naast wat gekerm en een enkele zucht komt er geen reactie.
‘Alle verpleegkundigen hebben blauwe pakjes. Waarom zou deze een roze hebben?’ mijmer ik. Zonder leesmap of variabel uitzicht gaan me de gekste dingen opvallen.
‘Geen idee,’ zucht José, ‘misschien is hij van een andere afdeling.’
‘Vast van de gesloten afdeling,’ fantaseer ik verder, ‘Maria Conejo is daar weggelopen en verschuilt zich hier ergens tussen de mensen…’
Meer tijd om me het lot van Maria Conejo aan te trekken is er niet. Een kordate verpleegster grijpt plots mijn rolstoel, ramt hem dwars door het lethargisch publiek, knalt met het vehikel een deur open en parkeert me in een spreekkamer.
José is vijf tellen later net op tijd om de drie vragen van de dame achter het bureau voor me te vertalen: hoe heet u, wat is er gebeurd en waar doet het pijn. Vervolgens werpt diezelfde dame een blik op mijn voet en stuurt me door naar een andere, eveneens afgeladen wachtkamer.
Hoewel mijn rolstoel eerst in de knoop raakt met die van een Marokkaanse lotgenoot en dan met die van een bejaarde dame, weet José me toch na wat geharrewar bij het open raam te parkeren. Krijg ik in elk geval een beetje lucht.
‘¿Maria Conejo? ¿Maria?’
Dit keer wurmt de roze verpleger zich een weg tussen de rolstoelen, het oudere echtpaar en de potentiële Oscarwinnaar die blijkbaar ook een level verder gekomen is. Rakelings scheert hij langs op de grond spelende kinderen en buigt zich uit het raam.
‘¿Maria Conejo?’ Het schalt over de binnentuin.
Ondanks de alomtegenwoordige aanwezigheid van heiligenbeelden blijft een Mariaverschijning uit.
Maar een ander wonder geschiedt er even later wel.
Wanneer de roze verpleger zonder ons een blik waardig te gunnen verdwenen is, herrijst de eerder kreupele Marokkaan uit zijn rolstoel en beent de gang op, gevolgd door vrouw en kinderschare. Overigens profiteert zijn buurman meteen van het wonder door razendsnel de vacante rolstoel in beslag te nemen.
Blijkbaar is deze wanhoopsactie effectief want een uur later, na een inspectie door de arts van dienst, ben ik ineens de laatste patiënt.
Het wordt stil in het gebouw.
De enkel zeurt en van het zitvlees resten slechts botjes. Hopelijk word ik zo meteen eindelijk doorgestuurd naar de röntgenafdeling.
‘¿Maria Conejo?’ klinkt het in de verte.
Zal ik net doen alsof ik Maria Conejo ben? Ook al wordt dit gelogenstraft door mijn met componentenlijm bevestigde identiteitsbandje?
Ik bijt op mijn tong om de verleiding te weerstaan in haar schoenen te springen.
Dan hoor ik de begintonen van een paso doble.
Ik slik. De associatie van stierenvechtersliederen met behandelkamers boezemt me niet bepaald vertrouwen in.
Juist als ik bedenk dat ik toch maar niet zo’n enorme haast heb, beslist iemand vaart achter mijn geval te zetten en voltrekken de handelingen van foto’s, doktersbezoek en gipskamer -waar ik me nog net de vege poot kan redden voor een binnenstormende collega – zich in een noodvaart.
Even later zit ik tegenover de uitgang te wachten op José die de auto is gaan halen.
Een ambulance stopt en de zijdeur schuift open.
Terwijl een creperende man met vreemd geknakt been zich naar buiten probeert te worstelen, is de ambulancier blijkbaar iets vergeten in de cabine en rolt de klaargezette rolstoel de verkeerde kant uit. De gehavende wankelt, dreigt te vallen en wordt gelukkig nog net op tijd opgevangen door een toegesnelde verpleegster.
De arme ziel, dit is nog maar het eerste level van de Urgencias.
Gelukkig waart de geest van Maria Conejo rond om hem gezelschap te houden.
¿Dónde está Maria Conejo?

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

8 reacties op ¿Dónde está Maria Conejo?

  1. Jan schreef:

    Wat een geweldig stuk weer! Ik zie het levendig voor me en kan mijn lachen niet inhouden! Bravo!

  2. Marry Emma Gerritsen schreef:

    Inderdaad, dit verhaal klinkt me helaas maar al te bekend in de oren….. heel leuk (!?) weergegeven !!!!!

  3. Ineke van de Ven schreef:

    jammer voor jou dat je onderdeel was van dit geweldige verhaal, heb het met een grote glimlach gelezen.
    Snel beter worden, kunnen we weer fladderen bij Carmen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *