Een beetje minder vlees

Spanje is hét land van carnes y embutidos.
Over het hele land arriveren dagelijks miljoenen bestelwagentjes bij cafés en restaurantes, gevuld met kant-en-klare vleesproducten voor de lunchhap: flamenquines, hamburguesas en sanjacobos worden in groothandelsverpakkingen afgeleverd.
Daarnaast wordt om klokslag vijf uur nog eens het mes geslepen om enkele honderden kilo’s worst en gerookte ham in tapas om te zetten. Wie kent niet de pata negra, serrano, morcilla en chorizo? Spanje, en zeker Andalusië, is het luilekkerland van de vleesliefhebber.
En dan sla ik de krant open.
La OMS advierte de que los embutidos y fiambres son cancerígenos, la carne “probablemente”
Oei, een wel heel urgent klinkend vleeswarenalarm van de World Health Organisation.

Het is tijd om een bezoekje aan de markt te brengen.
‘Iedereen weet toch dat het Mediterrane dieet het gezondste van de wereld is. Het zit zo: Spaanse eetgewoonten zorgen er bij 20% van de mensen voor dat ze langer en gezonder leven. ¿Entiende? Nu zou eten van bewerkt vlees de kans op kanker 18% doen toenemen. ¡Tonterías! Zelfs wanneer je het een van het ander aftrekt dan leven we nog bovengemiddeld gezond. En langer.’
¡Claro! Neem mijn grootvader en mijn vader: de een is vijfennegentig, de ander zeventig, en ze werken nog steeds in de vleeswaren. En eten iedere dag onze eigen producten. Dat is het grote verschil met al die rapporten: daar gaat het om eenheidsworst! Wij weten precies wat er in onze worsten gaat: alleen vlees en kruiden en niet van die chemicaliën waar de Americanos zo gek op zijn.’
‘Zo is het.’
‘Lekker stukje morcilla dit. Jij ook?’
‘Nee dank je, voor mij niet: moeder de vrouw zegt dat ik een te dikke pens krijg.’
‘Ik ook niet. De churros liggen nog zwaar op mijn maag.’
‘Ik zeg het je: het is een samenzwering om onze economie weer naar de verdommenis te helpen!’
‘Maar denken jullie nu niet: laat ik eens vaker een stukje vis eten?’
‘Vissen? Dat zijn lijkenvreters! Ik heb jaren in Tarifa gewoond en je wilt niet weten wat daar allemaal op het strand aanspoelt. Voor mij geen vis uit de Middellandse Zee.’
‘…’
‘En vis is toch veel te duur, zeker met een groot gezin, guapa. Probeer maar eens vijf zoons met boquerones te voeden.’
‘En dan die zware metalen in vis. Dat is ook al niet goed voor de gezondheid.’
‘Ach, al die bangmakerij. Wij Malagueños, wij doen alles a su aire. Geen stress, dat is wat mensen gezond houdt. En familie, vrienden, en goed leven en lekker eten…’
‘Wil iemand deze chorizo proberen?’

De klanten van de worstenkraam zijn duidelijk niet onder de indruk van de vleeswarenwaarschuwing. Toch zegt volgens enquêtes meer dan 50% van de Spanjaarden dat ze minder vlees eten omdat het beter is voor het milieu. Ik zou het niet weten, maar ik besluit op zoek naar alternatieven te gaan.
En de woorden van de oude Malagueño indachtig: geen stress en het moet lekker zijn.
Via de tamtam krijg ik een adresje binnen en de eerstvolgende keer rond lunchtijd slaan we de standaard menu-del-dia-toko’s over en gaan op zoek naar het vegetarische eethuis ‘El Piano.’

In Japan ontdekten we dat je het lekkerst eet in een zogenaamde piss-alley, een steegje in het uitgaansgebied, verscholen tussen de grote trekpleisters, en Calle San Juan de Létran doet daar in veel opzichten aan denken. Het is een donker straatje die La Merced met Cervantes verbindt, vol clubs en cafés, en waar overdag slechts dweilsporen verraden dat het er ’s nachts levendig aan toe moet gaan. Nu is het er uitgestorven, op een verdwaalde kakkerlak na die de beschaduwde steeg besluit te verruilen voor een zonniger terras op Merced.
‘Volgens het meisje bij de herboristería moet het toch echt hier zijn.’ We hebben het straatje vanaf Merced al voor driekwart afgezocht en naderen het plein voor Cervantes.

P1020729
Dan valt onze blik op een fris ogend eethuisje. “El Piano” staat er in kleurige letters boven de deur.
Alle tafeltjes buiten zijn bezet; op eentje na. Snel gaan we zitten.
“Comida vegana, sin gluten” lezen we op een schoolbord; tapas kunnen per twee stuks apart worden besteld. Maar een hongerig gevoel dringt aan om voor het menu te gaan: sopa, 4 tapas, postre y bebida, voor nog geen tientje.

P1020717
Terwijl José nog even door zijn mobiel in beslag wordt genomen, laat ik me alvast meetronen door een goedlachse uitbaatster om een keuze te maken uit de hapjes.
Het zijn er een heleboel ontdek ik wanneer ik binnen voor de vitrine sta.
‘Wat is veganistisch, wat is glutenvrij?’
¡Todo! Alles is vegetarisch, veganistisch én glutenvrij.
Tot zover mijn streven het aanbod in te dammen. Ik zie salades, stoofpotjes, chili, gebakken, gestoofde en gemarineerde groenten, quinoa- en rijstschotels en merk dat ik sta te watertanden. Dat wordt kiezen, niet een van mijn sterke kanten, zeker niet omdat alles er zo lekker uitziet dat mijn maag weer eens last heeft van grootheidswaan.
‘Ik wil alles, alles, alles!’ kraakt en kreunt het onder mijn middenrif.
‘De andere soep is al op. Alleen deze is nog over,’ spoort la Mama me aan.
‘¡Vale! Doe mij die dan maar en… de setas, de chili, de estofado en de falafel.’
Nadat ook José zijn keus heeft gemaakt kijken we om ons heen: schuin tegenover het eethuis zit een minitheater en daarnaast een galerie. In tegenstelling tot het nachtbrakersgedeelte richting Merced is het hier een aangenaam en opgeruimd stukje en vast geen plek voor ritselende zespotige jongens.
Dan wordt de soep gebracht, lauwwarm zodat de smaak beter tot zijn recht komt.
En smaken doet ie. Ondanks dat het een crèmesoep is proef ik duidelijk wortelen, prei, broccoli en verse kruiden. Maar welke kruiden? Is de keuken nu Noord-Afrikaans of toch Spaans? Of Arabisch? West-Aziatisch misschien? De bijgeleverde taco-achtige knabbels hebben iets weg van papadums…
Het interesseert mijn maag geen lor, want die spint inmiddels tevreden.

tapas
Onze volledig schoongeveegde kommen worden vervangen door de bestelde tapas, geserveerd in royaal gevulde bakjes. Het is duidelijk een voordeel om met een lange, slanke vent uit eten te gaan waar moederlijke types de scepter zwaaien; of misschien is la Mama gewoon van nature een gulle vrouw.
Mij hoor je niet klagen in elk geval, zeker niet wanneer ik een hap van de estofado neem: diverse soorten grof gesneden groente, lang genoeg gestoofd om het aroma van kruiden op te zuigen terwijl de groenten zelf nog steeds een bite hebben. Er zit ook een vleesvervanger in de stoofpot, met dezelfde vezelstructuur als seitan. Maar dat strookt niet met glutenvrij, dus zal het wel iets anders zijn.
Vervolgens door naar het tweede en derde bakje, de chili en gebakken champignons, die ik gecombineerd eet. De setas piepen nog en dat is de manier waarop ik ze het liefst heb, de kruiding is minimaal zodat je ze goed proeft. De chili is lekker pittig, bonen gecombineerd met fijngehakte tofu.
De falafel is een beetje flauw en mijn postgevatte idee met een Noord-Afrikaanse kokkin van doen te hebben begint te wankelen. Gelukkig compenseren de bijgeleverde dipsauzen dit minpuntje: een tomaten-knoflookdip waarbij ik me later in de bus van ruim baan verzekerd weet en een groene romige saus, waarin ik naast korianderblad kardemon meen te proeven.
Ik lik mijn vingers er letterlijk bij af.

postres
Even later zijn we blij dat la Mama ons afgeraden heeft beiden hetzelfde toetje te nemen. Zowel de brownie als de worteltaart is echt snoepen, vooral de laatste is een explosieve smaakbom.
Ondertussen zijn we wel heel nieuwsgierig geworden naar de herkomst van onze gastvrouw en haar inspiratie voor koken, dus verdwijnt José in het eethuis.Even later is hij terug.
‘Ze komt uit Peru…’
Het land van wereldchefs, lekkerbekken en mijn favoriete gerecht…
‘… en de volgende keer maakt ze ceviche voor ons van tofu, waarbij je volgens haar zweert dat het vis is.’
Dat de twee het niet alleen over ceviche gehad hebben blijkt even later wanneer la Mama naar buiten komt en me de ingrediënten van José’s favorieten inprent: ‘Dat groene sausje waar je man zo gek op is? Dat is zo romig door de vloeibare tofu. En een beetje cilantro y limon, niet vergeten, en dan…’
Ik werp een blik op mijn grijnzende disgenoot en zie hem denken: dit smaakt naar meer.

Of het nu goed is voor de gezondheid, de dieren, het milieu, of simpelweg omdat het zo lekker is: met zaken als “El Piano” betekent minder vlees beslist geen straf.
El Piano
Calle San Juan de Letrán 13, Málaga
Openingstijden:
dinsdag – zondag 12:00 – 16:30 en 20:30 – 0:00
maandag gesloten

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

9 Responses to Een beetje minder vlees

  1. Karen Groeneveld schreef:

    Hoor graag de recensie van de ceviche van tofu! En dat recept van die groene dipsaus lijkt me ook niet te versmaden. Kijken of Ari die kikkererwtenballetjes dan wel te pruimen vindt 🙂

  2. Robert Strengers schreef:

    Ik kreeg al honger door het lezen! Voorlopig komen we nog niet in Malaga maar ik zal het adresje noteren. Zojuist zelf vegetarische roti gemaakt met kousenband, pompoen en groenteballetjes. Alleen die geur al; heerlijk! We zijn geen vegetariërs maar zo’n 2x per week alleen maar groente is gewoon lekker als afwisseling.

  3. hans zeegers schreef:

    gaan wij snel proberen en genieten!

  4. Maike schreef:

    Kan niet wachten om daar met jullie de volgende keer lekker te gaan happen! Zoals altijd was ik eigenlijk te snel klaar met het verhaal en had ik graag nog een literaire cortado genoten 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *