Een saaie maandagavond

Gewoontegetrouw zijn op de maandagavonden de straten in Málaga uitgestorven. Driekwart van de kroegen en restaurants houdt dan namelijk de deuren gesloten, omdat het leeuwendeel aan klanten en portemonnees toch herstellende is van het weekend.
Kortom: voor bruisend avondvertier is maandag beslist niet de aangewezen dag.
Maar wat als je net die dag iets te vieren hebt, lekker uit eten wil en geen dag langer kan wachten?
Aldus neem ik op deze doodgewone, oersaaie maandagavond mijn gade op sleeptouw naar Aborigen, een restaurantje dat me een paar dagen eerder opviel door een op aboriginal-kunst geïnspireerd schilderij en een paar nog meer inspirerende hapjestitels die buiten op een schoolbord gekalkt stonden.Ook in de gewoonlijk met avondleven gevulde Calle Beatas is het koud en verlaten, maar eenmaal in het restaurantje is alles warm en hartelijk en de oplaaiende vlammen uit de open keuken doen me al snel vergeten dat het een rillerige februariavond is.
Nippend van een niet verkeerd glaasje rode huiswijn bestudeer ik met frisse moed de kaart en kom na tien minuten tot de conclusie dat ik niet kan kiezen!
Vlees, vis en vegetarisch, salades, ceviches, quesedillas, nachos en burgers, en dat allemaal in bijzondere combinaties en met uitzonderlijke ingrediënten, het liefst neem ik alles.
Een blik naar José, een kort overleg met de keuken en we spreken af ons hapjesgewijs een eind door de kaart heen te gaan proeven. Meteen gaat onze gastheer in de startblokken, port de kok de vlammen nog wat hoger op en begint de hulp er lustig op los te hakken.
Saaie, stille maandagavonden hebben ook zo hun voordelen.
Om het gastronomische geheel te completeren besluiten we tevens ons wijntje op te waarderen naar een wat dubbeltjes duurdere soort. Proost.
Het gebakken broodje met fijn gekruide zeevruchten is zeer verrassend en de medaillons van palmharten op guacamole met half gepofte maiskorrels daarna ook.
Ik zit nog na te genieten met mijn wijntje als er opeens een forse man met baard en een jurk voorbij het raam drentelt.
‘Moet je daar kijken!’ Ik wijs naar buiten.
José draait zich om, maar de man-met-jurk is al weg.
Verbijsterd staar ik in mijn halflege glas heerlijke Ribera: zie ik ze nu al vliegen?
Ik schud de gedachte van me af en bestudeer de kaart nog maar eens.
Nachos met vis, geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen.
Tot ik de eerste hap proef.
Vergeet nachos met een sausje, kaas, tomatenprut of desnoods gehakt: nachos met op het vel gebakken dorade, tomatenblokjes en verse kruiden zijn niet te evenaren; en helemaal niet als je eronder op een romige laagje kaas, prei en nog meer heerlijks stuit.Terwijl ik weer een kleine pauze neem om van deze smaakexplosie te bekomen struikelt er een kale man in een paars-met-groen-ruitenpak binnen, een rolkoffer achter zich aanslepend.
Nog niet bekomen van deze verrassing hoor ik op staat rumoer. Als ik naar buiten kijk zie ik dat de tegenoverliggende kroeg vanuit het niets plots hele horden paars-met-groengeruite, schaarsharige mannen uitbraakt.Mannen die een tel later getooid zijn met kontlange dreads en stuk voor stuk met rolkoffers slepen, botsen en rollen.
Wat is dit nu weer?
Ineens gaat er me een licht op: volgende week is het carnaval. Is dit misschien een van de zanggroepen en gaan ze dit jaar het rolkoffertoerisme op de hak nemen?
Daar wil ik het mijne van weten.
Dus stuur ik José op onderzoek uit en neem zelf eerst nog een slokje wijn. Dan gaat mijn Spaans namelijk wat vloeibaarder.

Het blijkt inderdaad een van de carnavalszanggroepen, de comparsa “El Pasaje de los Milagros”.
En ze gaan geen spotlied over het door rolkoffertjes geteisterde Málaga zingen. Ze gebruiken die gewoon om hun dagelijkse kloffie in mee te slepen, hun comparsa komt namelijk niet uit de stad maar uit Arroyo de la Miel.
Zware onderwerpen als rolfkoffertoerisme bezingt deze groep sowieso niet in haar liedjes, krijgen we te horen. Wat hen betreft moet carnaval vooral leuk blijven. Een steek hier, een plaagstoot daar, vanzelfsprekend zal de burgemeester weer op de hak worden genomen, maar mensen aan het lachen maken staat bij hen voorop.
‘We noemen ons niet voor niets de passage van wonderen.’Weer aan tafel waar een nieuw glas wijn en een volgende, dampende, verrassing op ons ligt te wachten zien we door het raam hoe de geruite mannen een hoge hoed opzetten en omgeven door vrouwen, kinderen, opa’s, oma’s, buren, muziekinstrumenten onder het geratel van tientallen koffers in een grote stroom richting Teatro Echegaray vertrekken om het daar in een van de voorrondes tegen andere comparsas op te nemen.
Terwijl de heerlijke smaken van wijn en spijs door mijn keel glijden bedenk ik: zelfs een saaie maandagavond in Málaga kan zomaar heel bijzonder worden.

Aborigen
Calle Beatas 8
29008 Málaga

tel: +34.673.867.214
geopend: donderdag tot en met maandag 13.00 – 23.00

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

8 reacties op Een saaie maandagavond

  1. Ineke van de Ven schreef:

    Heerlijk om te lezen weer x

  2. Willem Spoor schreef:

    Erg goed geschreven. Heb zin om naar Malaga te gaan.

  3. Robin schreef:

    Haha. “Dan gaat mijn Spaans namelijk wat vloeibaarder.”
    Leuk geschreven. En mooi om zo wat mee te krijgen van het leven daar in het zuiden.

  4. Carmen schreef:

    Weer heel beeldend geschreven zussie. Ik zit er zo bij met n lekker wijntje!.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *