Groen licht

Ik hou van Spaanse taxi’s.
Het verschijnen van een witte auto met groen licht op het dak kan mijn hart tot in de tenen verwarmen, in het bijzonder wanneer mijn voeten er na een dag van onvermoeibaar struinen plots de brui aan geven, de overvolle nachtbus de halte voorbij dendert, of het glaasje die avond net iets te diep blijkt te zijn.
Ik weet me dan namelijk slechts een stap naar de stoeprand en een vinger in de lucht verwijderd van de verlossing uit mijn benarde situatie tegen een tarief waarvoor je in Nederland amper de deurkruk mag vasthouden.
Maar meer nog dan het gemak en de aangename ritprijs zijn het de chauffeurs die iedere taxirit tot een aangename belevenis maken.
Soms tref ik het slecht – een-verkeerd-been-uit-bed-chauffeur, een sombermans met huwelijkse problemen of een gereïncarneerde Ayrton Senna die van de binnenstad een Formule-1 circuit probeert te maken – maar over het algemeen zijn het mannen en vrouwen die genieten van hun werk, trots zijn op hun stad en… graag een praatje maken.
Voor een Spaanse-taal-leergierige Nederlander zijn er onderwerpen in overvloed.
Voetbal is een inkoppertje.
Ik moet de eerste taxista nog tegenkomen die geen fan is van F.C. Málaga en een simpel een-tweetje volstaat om bij Joris Mathijsen of Ruud van Nistelrooij uit te komen. Wekelijks even in de krant of roddelbladen kijken wat het lokale elftal heeft gepresteerd/uitgevreten levert ook voldoende gespreksstof op voor de duur van een gemiddelde rit.
Ben je een voetbalibeet? Geen probleem, puur het feit dat je Nederlander bent is genoeg voor een eenrichtingspraatje (voor Vlamingen is het lastiger, al kan dat met de opkomst van de Rode Duivels veranderd zijn).
Een onverslaanbaar tweede onderwerp is het weer.
De hele wereld weet dat het in Nederland meestal regent. Wie is er geen Spanjaard tegengekomen die glunderend vertelt over zijn fantastische bezoek aan Amsterdam, die schitterende stad met zijn grachten, musea en koffieshops, en er ook nog even tussen neus en lippen door bij vermeldt dat het enige jammere de regen was?
Niemand toch?
Zet daar tegenover de droogte die Andalucia dit jaar teistert en de stuwmeren historisch laag doet staan – iedereen maakt zich zorgen of er wel genoeg water is om de zomer door te komen – en wederom is er genoeg stof om een taxirit mee te doen opwaaien.
Oftewel: gewoon beginnen met kletsen, negen van de tien chauffeurs zullen gretig inhaken, al is het maar om de monotonie van een lange dienst te doorbreken.
En dan opeens kan het gebeuren dat je een “klik” hebt met de taxista.

Zwaar in de buik, maar licht in het hoofd van die ene ron y miel chupito die ik misschien beter had kunnen weigeren, liep ik een paar jaar geleden naar de dichtstbijzijnde stoeprand van de Calle Carreteria na een heerlijke avond in mijn favoriete restaurantje, La casa del Perro. (Voor de liefhebbers kan ik melden dat dit restaurant binnenkort op een nog geheim te blijven locatie heropent, maar dit even terzijde.)
@facua
Het verlossende groene licht dook al snel op en even later stond ik oog-in-oog met een afgeleefde taxi die perfect mijn staat van zijn van dat moment weerspiegelde.
Nog voor ik een openingszin uit mijn benevelde hersenen kon opduikelen, brandde de chauffeur los.
‘Waar kom je vandaan?’
‘Wat vind je van Málaga?’
‘Mijn naam is Juan, tussen twee haakjes…’
‘José Antonio? Je neemt me in de maling! Dat is een Spáánse naam…’
Vervolgens racete alles voorbij, de crisis, de werkeloosheid, het ijzeren geloof in F.C. Málaga ondanks de recente nederlagen, de familie, de gezondheid, het weer, en op de valreep het feit dat Rajoy ongeacht de opstapelende schandalen nog steeds aan de macht is.
Dat we ondertussen al lang en breed bij mij voor de deur stonden maakte niets uit.
We namen afscheid alsof we elkaar al jaren kenden en het is dat ik mijn portemonnee al in mijn hand had anders zouden we allebei vergeten zijn dat er ook nog betaald moest worden.
Bij het uitstappen drukte hij me snel zijn visitekaartje in de hand.
‘Bel me maar wanneer je me nodig hebt.’

Midden in de nacht of bij het krieken van dag voor een ochtendvlucht, vanaf dat moment haal ik met regelmaat dat kaartje tevoorschijn.
En nog steeds zitten we niet om gesprekstof verlegen, al komen we uiteindelijk toch elke keer uit bij onze gemeenschappelijke passie: de huerta, onze moestuin.
Juan als de oude rot – wat zeg ik: zijn ganse familie moestuiniert sinds mensenheugenis – en ik als de enthousiaste leek. Altijd geduldig, altijd goedgeluimd geeft hij me raad en vertelt me hoe de mensen uit de streek het al eeuwen doen.
Na iedere rit ben ik een beetje wijzer en groeit mijn tuin nog groener.

Met een enorm vloerkleed sta ik radeloos op de stoep bij El Corte Inglés.
Een impulsaankoop, zo’n ondoordachte oprisping waar gewoonlijk alleen Renata mee te kampen heeft: te groot, te zwaar, onhandelbaar, geen auto bij de hand en met de verkeersinfarcten rond de plek weinig kans er een voor de deur te parkeren.
Duwende voetgangers, toeterend verkeer, het wordt licht in mijn hoofd en deze keer is er echt geen ron y miel chupito aan te pas gekomen.
Tot me te binnen schiet dat ik de vorige keer Juans telefoonnummer in mijn mobiel heb opgeslagen.
‘Ik zit nu te eten, maar over een minuut of twintig zie je me wel verschijnen.’
Vertwijfeld kijk ik naar het pakket aan mijn voeten en vraag me af hoe we dat in hemelsnaam in een taxi moeten proppen.
‘Maar het is een kolossaal ding, hoor Juan.’
‘Maak je geen zorgen, je zult zien dat het prima gaat,’ antwoord hij lachend.
Een kwartier later kijk ik lijdzaam toe hoe een fonkelnieuwe MPV-taxi het enige overgebleven parkeerplekje voor de Corte Inglés inpikt.
Daar gaat de enige stopmogelijkheid voor mijn redder in nood, dacht ik.
Maar dan gaat de portier open, stapt een lachende Juan uit, en blijkt even later een uit de kluiten gewassen vloerkleed natuurlijk geen enkel probleem voor een zevenpersoonsauto.
Op weg naar mijn piso vertelt Juan me dat hij twee maanden geleden het besluit nam nog één keer een grote investering te doen voor hij zich definitief bezig gaat houden met zijn moestuin.
‘Nu kan ik tenminste hele gezinnen met stapels koffers naar het vliegveld brengen.’
Betalen mocht ik dit keer niet, hoe ik er ook op aandrong.
‘Koop daar maar wat goede mest voor volgend jaar voor. Dan kom ik straks kijken hoe het erbij bijstaat. Maar alleen als jij eerst bij mij in de campo langskomt. Maak ik een heerlijke paella.’

Juan taxista
Tel. 667556112

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

6 reacties op Groen licht

  1. Robert Strengers schreef:

    Dit soort taximannen kom je bij ons niet snel tegen; gaaf om dat mee te maken en leuk om het zo te lezen!

  2. nicole schreef:

    Heerlijk om te lezen, heerlijk ook dat er zulke taxichauffeures zijn!

  3. Maike schreef:

    Leuk verhaal en heel fijn om je persoonlijke taxichauffeur te hebben, toch? :-)

  4. Niels schreef:

    Leuk verhaal pa! Ik ken hem volgens mij niet

  5. Carmen Gatsonides schreef:

    hartverwarmend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *