Het onzichtbare

De rij wachtenden is uitgesmeerd over de trappen en de bomvolle hal en loopt door tot buiten op straat, maar niemand stoort zich aan de twee bijna identieke meisjes die zich verontschuldigend een weg naar boven banen. Er heerst hier geen ongeduld, integendeel, de geanimeerde sfeer lijkt eerder onderdeel van het programma.
Een overjarige hippie met grijze paardenstaart en wandelstok luistert naar de wederwaardigheden van een jongen met paarse dreadlocks, drie jonge vrouwen in feesttenue beelden de roddels van de week uit begeleid door rookeffecten van de dikke joint van hun buurman, een dame twee meter voor me in een opzichtige rode jurk en met exotische oorbellen weet zich verzekerd van een tiental toehoorders die zomaar haar kleinkinderen zouden kunnen zijn en niemand kijkt op van de zakenman die nog even zijn laatste handeltje afrond met zijn mobiel.
En ik?
Ik voel me zeldzaam op mijn gemak in dit bonte en gevarieerde gezelschap en het interesseert me geen bal dat de voorstelling eigenlijk al een half uur geleden had moeten beginnen.
Er komt schot in de zaak wanneer een jongen met een schoenendoos en een meisje in zijn kielzog zich langs de wachtenden de trap op wringen.
De schoenendoos blijkt de kassa wordt me duidelijk wanneer ik tien minuten later boven beland ben, en de entreeprijs bedraagt een sympathieke vijf euro’s.
Experimentele flamenco stond er op de aankondiging, ik heb geen idee wat me vanavond te wachten staat.
Vijf minuten later word ik een grote, hoge, rechthoekige kamer binnen geloodst. De muren zijn kaal en een nieuw behangetje en een verfbeurt zouden geen overbodige luxe zijn. Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat de vrijwilligers die dit voormalige kraakpand aan het opknappen zijn denken: eerst de buitenkant, de binnenkant kan altijd nog.
‘Zou iedereen zo vriendelijk willen zijn om langs de muren te gaan staan zodat er in het midden een ruimte vrijkomt?’
Gehoorzaam doen we wat er gevraagd wordt. Een afwachtende stilte vult de schaars verlichte ruimte.

Twee meisjes vallen met de deur in huis. Ik herken de Penélope Cruz-trekken van daarstraks, maar nu, met hun lakenachtige gewaden en serene gezichten, is er niets over van de bakvissen die me eerder op de trap passeerden. Ze schrijden naar het midden van de vloer en blijven daar bevroren staan tot men werkelijk een speld kan horen vallen.
Ik schrik me een rolberoerte wanneer de langste van de twee drie keer met haar hakken op de houten vloer stampt.
Dan begint ze te zingen. Er kruipt kippenvel over mijn rug.
Vanuit het niets klappen haar handen ineens een ritme, ze zuigt ieders aandacht naar zich toe.
Het tweede meisje verroert zich niet, ze lijkt als versteend.
Als er weer drie keer op de vloer wordt gestampt gaan haar ogen echter langzaam open. Heel traag beweegt ze haar hoofd naar de zangeres naast haar.
Wanneer hun blikken elkaar treffen slaat de bliksem bij haar in. Ze springt op en begint verleidelijk om de zangeres heen te wervelen haar meedogenloos met het witte gewaad omwikkelend.
De zang stopt. Op het bonzen van mijn hart na is alles weer doodstil. Als een schaduw glijdt de danseres van de ander af, laat zich op de vloer vallen en rolt zich op.
Haar schouders gerecht loopt het andere meisje naar de deur en verdwijnt uit de kamer.
Een minuut lang gebeurt er niets.
Is dit het nu?
Ik herken de vragende blik bij mijn medebezoekers.
We schrikken collectief op wanneer de zangeres plotseling weer naar binnen stormt. Woede spuit uit haar ogen als ze half zingend half schreeuwend voor de roerloze gestalte op de vloer gaat staan stampen en haar dwingt op te staan.
Drie tellen later zijn de meisjes samengeklonterd tot een wit geheel, hun gezichten tegen elkaar, hun voeten in een ritmisch staccato.
Een uur lang gaat de achtbaan zo door, en hoewel ik maar weinig van de gezongen tekst versta vertelt de dans me dat ik hier naar een liefdesverhaal sta te kijken, een verhaal van amor y dolor, van aantrekking en afwijzing.
Als de meisjes eindelijk in elkaars armen ineen zijgen en hun hoofd laten hangen voel ik me bijna net zo uitgeput als zij.
Experimentele flamenco. Het zag er niet uit als de flamenco zoals ik die ken, maar het gevoel was er overduidelijk.
Ik heb zojuist de ziel van flamenco beleefd.
Waar anders dan in La Invisible kan het onzichtbare zo treffend worden verbeeld?

@tripadvisor

casa invisible @tripadvisor

Het monumentale gebouw en voormalig kraakpand van La Casa Invisible bevindt zich tussen Calle Nosquera en Calle Andrés Pérez, in hartje centrum.
Het sociaal-cultureel centrum is een trefpunt voor maatschappij-bewuste jongeren, alternatievelingen, artiesten en kunstenaars, maar ook buurtbewoners, buitenlanders en nieuwsgierigen zijn welkom.

In en rond het gebouw worden cursussen, lezingen, markten, optredens en voorstellingen georganiseerd en in de tuin wordt een goed dagmenu (ook vegetarisch) voor een vriendelijke prijs geserveerd. Wie ervan houdt kan naast het gewone bieraanbod ook het lokaal gebrouwen bier proberen.

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Het onzichtbare

  1. Robert Strengers schreef:

    Ik ben vroeger niet veel naar theater of concerten geweest. Het was voor m’n ouders al moeilijk genoeg om met een gezin van 7 kinderen rond te komen. Om de een of andere reden vonden mij ouders de flamenco wel interessant. In de jaren 60 en 70 organiseerde een zekere “Da Silva” een reeks uitvoeringen onder de naam “Fiesta Gitana”. Ik ben daar een paar keer met hen naar toe geweest. Ik kan me niet herinneren dat andere broers en zussen meegingen. Waarschijnlijk mocht ik omdat ik gitaar speelde en mijn ouders dat misschien extra wilden stimuleren. De dramatische (“oosterse”), zang, het gitaar- en schoenen-vuurwerk vond ik indrukwekkend. Het is mooi dat de Spanjaarden blijven experimenteren met hun flamenco-cultuur!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *