La Cucaracha

Nadat ik mijn schoenen heb uitgeschopt en de toilettassen op de wastafel gezet, laat ik me bezweet en uitgeput achterover op het grote bed vallen. Een ruime kamer, frisgewassen lakens en een airco die wel raad weet met mijn oververhitting: het leven is fantastisch.
José is in de badkamer verdwenen voor een sanitaire pauze.
Net als ik me afvraag waar hij blijft, hoor ik hem fluisteren: ‘Renaat, kom… snel.’
Allerlei doemscenario’s schieten door mijn hoofd; tot ik mijn hoofd de hoek om steek.
José zit gewoon op de pot, verder ziet alles er als in duizenden hotelbadkamers overal ter wereld uit.
Wat was er nou zo dringend en waarom fluisterde hij?
‘Haal die toilettassen daar weg.’
‘Huh? Maar ik heb ze daar net…’
‘Pak die dingen op, snel!’
Wanneer ik de tassen weggris en me vragend naar José wend, hoor ik een geluid.
Tik. Tik. Tiktiktik.
Wat komt daar in hemelsnaam uit de lucht vallen?
Mijn blik gaat omhoog, naar het rooster van de ventilatie, en de afschuw kruipt over mijn ruggengraat. Een kluwen kakkerlakken verdringt zich voor een gat in het gaas; de een na de andere chitinejongen klettert naar beneden, en nu precies daar waar zo net nog twee opengesperde tassen stonden!
Twee tellen later heb ik me met de toilettassen in het midden van het bed verschanst en weiger ook maar een centimeter te wijken.
Geef me ratten of muizen, slangen desnoods, maar kakkerlakken? Ik verzet geen teen meer tot iemand me komt vertellen dat ik het allemaal gedroomd heb.
De door José verwittigde hotelmedewerker trekt bleek weg bij de aanblik van de joekels van gebeeste. Maar zelfs de gestamelde excuses ‘de gemeente gast de rioleringen niet meer, nu moet ieder voor zich dat betalen en…’ schampen af op mijn catatonische staat van zijn.
Pas na een uur, in de kamer van een vervangend hotel, is het kippenvel van mijn armen verdwenen.

Ik heb het niet op kakkerlakken. Nooit gehad ook. Ik kan niets aaibaars of aantrekkelijks bespeuren aan hun slingerende gang, friemelende voelsprieten, weergaloze snelheid of affectie voor de mens. Toch zijn het mijn medebewoners op dit Iberisch schiereiland en vroeg of laat, maar zeker in de zomer, ben ik gedoemd ze zo nu en dan tegen te komen.
Wanneer vriendin M opbelt, is bovenstaand horrorverhaal dan ook het eerste wat in mijn herinnering opduikt.
‘Gatverdamme! Ik heb kákkerlakken. In mijn appartement zijn het van die kleintjes, maar in het portiek zitten hele grote.’
We rillen unisono aan weerskanten van de lijn.
‘Ik weet niet wat ik moet doen!’
Als het echt een plaag is zal de bestrijding door het hele gebouw moeten gebeuren en M’s buren zijn niet van het saamhorige soort.
‘Ik geef je even door aan José…’
Lafhartig? Zeker. Mijn daadkracht en doortastendheid verdwijnen als sneeuw voor de zon als het op kakkerlakken aankomt.

De Feria de Málaga loopt op zijn laatste pootjes; na dagen (en nachten) uitbundigheid stuiteren de diehardfeestgangers alleen nog voort op tandvlees, karakter en traditie. Donkere wallen schemeren door dikke lagen make-up, anderen doen niet eens hun best om de schijn op te houden, en de schoonmakers lijken het ook opgegeven te hebben.
Eerlijkheidshalve dien ik erbij te vertellen dat het niet zo’n briljant idee van me was om aan het eind van de dag de binnenstad in te willen. En zeker niet op teenslippers.
Ik hinkstapspring over de grootste plassen waarvan ik vermoed dat het bier is; over de andere opties wil ik niet te lang nadenken.
De Feria in de binnenstad is leuk, hét volksfeest numero uno, maar dan wel overdag en niet tegen het einde wanneer de feestvierders naar het festivalterrein worden verjaagd.
Er zit inderdaad meer dan een kern van waarheid in de klachten van de binnenstadsbewoners, gaat het door mijn hoofd terwijl ik een groot plakkaat kots omzeil, onbestemde etensresten negeer en voor een zoveelste keer mijn slippende slippers vervloek.
Waterlaarzen waren beter geweest.
Een knerpend geluid onder mijn voet doet me bevriezen. Het zal toch niet waar zijn?
Inspectie bevestigt dat ik zojuist een hardschalige bezoeker van de Feria verpletterd heb.
‘Word verpletterd en vermenigvuldig u’ is het credo van dit gebeeste; geheid dat er nu eitjes onder mijn voeten plakken. De moed zinkt me in de slippers.
Ik wil een neut, een borrel, een opkikker!
En vooral weg hier.
Een groep muzikanten moet mijn beteuterde gezicht hebben opgemerkt, want voor ik het weet krijg ik een arm om me heen en wordt er gevraagd wat er aan de hand is.
In stamelend Spaans gooi ik alle kakkerlakkenellende eruit.
De man schudt meewarig zijn hoofd en gebaart naar de anderen.
Een paar tellen later zet de groep de eerste maat van La cucaracha in.
La-Cucaracha_singing-bel
De man pakt mijn hand en begint te dansen.
Eerst nog onwennig, maar allengs enthousiaster dans ik mee.
Het is feest in Málaga.
Nooit geweten dat cucarachas sfeerverhogend kunnen zijn.

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

10 reacties op La Cucaracha

  1. Mattijs schreef:

    Ze geven ook een heel leuk ratelend geluid als ze in een ventilator vermalen worden…

  2. Corrie Reuvers schreef:

    Bah bah bah en nog eens bah!! De meest smeriger beesten vind ik kakkerlakken. Ik leef met jullie mee.

  3. Maike schreef:

    Aaaaaaaaaargh – dit verhaal is het leukste wat er van die beesten gamaakt kon worden!

  4. Robert Strengers schreef:

    soms is het fijn als je een vreemde taal niet kan verstaan. Dit heerlijk vrolijke nummer zal vanaf nu iets minder enthousiast worden meegezongen……! Heb je nog wel je tassen gecontroleerd?

  5. Ann McDunn schreef:

    Een heerlijk blog om te lezen, en dat heb ik nu met plezier gedaan, sterkte met die vieze kakkerlakken Renata 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *