Roze olifant

‘Het junglefeest is op het strand van Benalmádena,’ luidde het bericht vrij vertaald vanuit het Spanglish. ‘Voorbij de roze olifant.’

18921968_10155333658782482_4141547782529449494_nHet is 23 juni, de avond van San Juan.
Zoon Jahua, uit Nederland overgewaaid, zal als dj om acht uur het feest openen en wij zijn mee. Wij, als in José, een trotse moeder en twee vrienden uit Alicante.
Een eitje om te vinden, zei ik nog voor vertrek.
Een onmogelijke opgaaf, denk ik nu we bij achtendertig graden van strandtent naar strandtent sloffen. Wel heel veel strand maar nergens een roze olifant te bekennen.
De zon doet ieder sprankje logisch nadenken verdampen. Het zand is zo heet dat we niets anders kunnen dan doorlopen naar een volgende mogelijke feestlocatie, achter een nieuwe suggestie van een willekeurige San Juan-ganger aan gaan, of op het geluid af van het zoveelste van huis meegesleept geluidssysteem. Want het is de avond der avonden: het grootste feest langs de Spaanse kust.
Google-maps levert een stip tussen twee strandtenten op die slechts ruimte biedt aan een kinderdisco, een coverband van Spaanse smartlappen en een megabarbecue voor gezinnen. Beslist niet de goede stek.
Dan komt Jahua op het lumineuze idee om op Facebook de foto’s van de vorige editie van het feest te bestuderen.
We zien nergens een roze olifant, maar wel een torentje en een rots. En een trap die lijkt op een trap in de verte.
Even later bevestigt een Afrikaanse verkoper dat we op de goede weg zitten: aan het eind van het kronkelpaadje, om de hoek van de klif ligt, echt, heus waar, nog een klein strandje.
En een roze olifant?
De man kijkt me aan alsof ik gek ben.

Zeven uur, een uur voor aanvang.
Het enige wat we op het strandje aantreffen is een groepje hippies met een bierbus, een spierbundel die met gymnastische oefeningen zijn peroxydeblonde, buitenproportionele metgezellin aan het imponeren is en twee knullen die wanhopig een partytent van de grond proberen te krijgen.
De hippies bevestigen dat we op de goede plek zitten maar hebben het bier nog niet koud staan en de tentbouwers geven toe voor het feest aan het worstelen te zijn.
Wanneer de organisatoren komen? Geen idee.
De geluidsinstallatie? Een schouderophalen.
We besluiten maar een hapje te gaan eten in de strandtent anderhalve kilometer terug.

Half negen.
De partytent staat. Een tafel eveneens.
De tentbouwers zijn aan het voetballen en over het strand verspreid staan, zitten, liggen wat partygangers in uiteenlopende uitdossing en van diverse leeftijden.
En honden, merk ik wanneer ik bijna mijn nek breek over een troep rennende beesten.
De organisatie is onderweg, krijgen we te horen.

Tien uur.
De eerste onderdelen van het geluidsysteem worden het strand op gesjouwd.
Vrienden worden begroet, flesjes bier opengetrokken en niemand heeft haast.
Ook wij niet. Het bier is koud, de wietlucht sfeer verhogend, en het strand begint vol te lopen met mooie meisjes en exotische types.
Nu de zon achter de rotsen verscholen zit lijkt er aan de verhitte lamlendigheid een eind te komen.

Elf uur.
Zowel het sfeer- als het podiumlicht is naar tevredenheid opgesteld, maar met woofers, tweeters en monitoren lijkt het niet zo te lukken. Er wordt eindeloos gehannest met opstelling, snoertjes en koptelefoons. Schuif hier, draai daar en weer opnieuw.
De zon is inmiddels helemaal verdwenen en het is behoorlijk druk geworden op het strand. Er worden lampjes opgehangen en vuurtjes aangestoken en iedereen lijkt elkaar te kennen: het gekwebbel is oorverdovend.

sanjuan-1

Half twaalf.
Nog steeds stromen er mensen toe, bepakt met eten, drinken, kleedjes, tenten, honden, brandhout.
Een met lampjes jonglerende feestvierder is al dusdanig in de gloria dat omstanders regelmatig aan de kant moeten springen om zijn onbehouwen capriolen te ontwijken; we slaken een collectieve zucht van verlichting wanneer het spelen met vuurbollen hem geweigerd wordt.
Het ziet ernaar uit dat de dj-booth klaar is en met al het omringend gekwetter snakken mijn oren nu onderhand naar muziek.

Kwart voor twaalf.
Jahua begint te draaien.
Maar de mensen blijven praten. Het volume van stemmen gaat omhoog en iedere arriverende nieuwkomer wordt van de laatste roddels voorzien. Alleen een enkeling lijkt in de gaten te hebben dat er nu muziek is en er gedanst kan worden.

Klokslag twaalf uur.
Zover ik kan kijken ontploft de kustlijn in vuurwerk. En alsof hiermee het startschot voor het feest is gegeven ontploft de menigte op het strand eveneens. Van het ene op het andere moment schieten een paar duizend mensen van babbel- naar dansmodus en deint het strandje op en neer.
De versterkers gaan op tien en ik zie Jahua losgaan. Het feest is aan.
Als na een uur zijn draaitijd om is, is er niemand die op zijn horloge begint te wijzen. Dus gooit hij er nog een uur muziek tegen aan. Dan neemt de volgende dj het over.
‘Tot hoelang gaat het feestje hier door?’ vraag ik aan een van de jongens van de bierbus. Op de flyer stond negen uur ’s ochtends maar met nog dertien dj’s te gaan, waag ik dit te betwijfelen.

‘Vorig jaar liep het eerst uit tot twaalf uur ’s middags,’ lacht hij. ‘Maar daarna nam een ander soundsystem het over. En toen nog een. Uiteindelijk heeft het 72 uur geduurd. Vandaar dat we hier al zo vroeg waren: even de beste plek te pakken krijgen, hé.’
Hun bier stroomt rijkelijk, een kruidige hasjwalm hangt in de lucht en aan twinkelende oogjes om me heen te zien circuleert er nog wel het een en ander. Toch is de sfeer buitengewoon relaxt en vrolijk.
Ook dit is San Juan, het feestje van het jaar.

Het wordt al licht als we een trap opklauteren richting boulevard en auto.
Plots sta ik oog in oog met een kudde olifanten. Van steen gelukkig, en onmiskenbaar grijs. Dan valt het muntje.
De roze olifant betrof geen letterlijke maar een sferische omschrijving!
Want de feestplek ontdek je pas na het bereiken van een zekere partycorrecte geestesgesteldheid.
Gerustgesteld en voldaan stap ik in de auto.
In ieder geval weet ik nu waar volgend jaar het feestje is. Tenzij we dan op zoek moeten naar zeven dwergen.
Roze, dat dan weer wel. De wereld ziet er zoveel beter uit door een roze bril.

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

10 reacties op Roze olifant

  1. Ria Schraverus schreef:

    Mooi verhaal, zo maak je nog eens iets mee!

  2. Maike schreef:

    Onvergetelijk! Erg mooi om het nog eens terug te lezen en zo de herinnering weer helemaal op te laten leven.

  3. Robert Strengers schreef:

    Ja, het klimaat doet wat met de mens! De Mediterrane mensen zijn daardoor zoveel meer relaxed vergeleken met ons haastige Noorderlingen. Hoewel, als het altijd zo is, gaat dat ook weer vervelen of geeft het ergernis. Juist de afwisseling van beide is zo fijn. Daarom proberen we in ieder geval 1x per jaar naar het zuiden te gaan als het lukt…..
    Leuk beschreven Renata!

  4. Hans Zeegers schreef:

    een volgende keer gaan wij mee! Leuk verhaal weer.

  5. Ineke van de Ven schreef:

    Love it !! 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *