Rust roest

‘Wat een relaxt land is Spanje toch,’ verzucht Jan, die bleekneuzig, stijf van de stress en compleet uitgewoond op de campo aankwam en nu, na een week haperend internet, zon, rust en goede zorgen weer volledig opgeladen terug naar het noorden gaat.
‘Spanjaarden weten tenminste hoe ze moeten leven! Alles tranquilo. En dan die siësta, dat moeten ze in Nederland ook invoeren,’ mijmert Astrid, die in de hangmat ligt te soezen met een mojito binnen handbereik.
‘Geweldig toch, dat mañana-gevoel,’ zwijmelt Wim aan het ontbijt, wanneer onze arbanil voor de derde dag op rij niet op komt dagen. ‘Nooit haast, gewoon komen wanneer je er zin in hebt …’
‘Echt waar? Hebben kinderen hier twéé maanden zomervakantie?’ vraagt Ineke fluisterend, bang dat haar kinderen het horen en niet meer terug naar Nederland willen .
‘Moet je kijken, aan de overkant, die lui daar in pak!’ Vol ongeloof schudt Sjors met zijn derde biertje voor zijn neus zijn hoofd. ‘Zitten al zeker anderhalf uur uitgebreid te lunchen. Moeten ze niet eens terug naar kantoor? Dat hoef ik bij mijn baas niet te flikken: ik krijg net genoeg tijd om een paar boterhammen achter de computer weg te schrokken.’

Spanje is luilekkerland.
En het zijn niet alleen de vakantiegangers die daarvan overtuigd zijn, ook in de media duikt deze mening om de haverklap op: een ontspannen levensstijl in combinatie met een Mediterraan dieet zorgt ervoor dat Spanjaarden langer en gezonder leven dan de gemiddelde wereldburger.
Rust is dus goed voor een mens.

Als de eerste nazomerse zonnestralen over de bergrug kruipen hoor ik de auto van Roberto aankomen; het gehijg en gepuf van de motor is onmiskenbaar.
Roberto onderhoudt ons terrein. Hij maait het onkruid, snoeit de bomen en plukt de olijven en amandelen. Als betaling houdt hij de oogst.
De hele dag zie ik hem zich rondom in het zweet werken en net als ik even voor zonsondergang besluit dat het niet te gek moet worden, pakt hij zijn biezen en racet naar huis om nog boodschappen te kunnen halen met moeders de vrouw.
De volgende dag voltrekt zich volgens hetzelfde schema.
En de dagen daarop ook.
Tot de zondag, want die staat in het teken van de schoonfamilie.
Zes dagen per week elf tot twaalf uur werken – oké, eerlijk is eerlijk, met inderdaad een onderbreking van anderhalf uur voor een middaghap/siësta – en op zondag de familie afschuimen: het klinkt niet als luilekkerland.
En uit ervaring met andere harde werkers zoals onze arbanil en fontanero weet ik dat het ritme van Roberto geen uitzondering is.
De beroemde ontspannen Spaanse levensstijl moet dus in de overige twaalf uren van de dag verborgen zitten.
Na aftrek van reistijd, huishouden, kinderen en boodschappen doen stel ik me half Spanje voor met een pot bier voor de buis.
En dan op tijd naar bed om er de volgende dag weer tegenaan te kunnen.
Zoiets moet het zijn. Het kan niet anders.
Waar haalt de Spanjaard anders de rust vandaan om aan het Mediterrane plaatje te beantwoorden?

Mijn zelfbeeld vertelt me dat ik over een redelijke conditie van nachtbraker/feestbeest beschik: dansfeestjes van tien uur ’s avonds tot in de kleine uurtjes of thuiskomen bij het eerste krieken van de zon, ik draai er mijn hand niet voor om.
In Nederland, tenminste.
Maar hier in Málaga ligt het allemaal net even anders.
Ik ben er al weken niet in geslaagd om die ene muziekkroeg op dinsdag te checken en moet schoorvoetend bekennen dat dit komt omdat ik rond hun openingstijd al half in slaap ben gesukkeld.
Vandaag ben ik er echter van overtuigd dat het me gaat lukken. Zoon Jahua komt laat in Málaga aan, met eeuwige honger dus moet eerst gevoederd worden en zo vullen de uren zich als vanzelf.
Een eind na middernacht vallen we bij de jamsessie binnen.
Alleen, het café is bijna leeg, de boel wordt nog opgebouwd.
Twee uur en een paar peperdure drankjes later komen we tot de slotsom dat je voor leven in de brouwerij hier toch echt pas na drieën binnen moet vallen.
Omdat de portemonnee inmiddels leeg is en mijn accu ook (mijn zelfbeeld als nachtbraker is daarentegen een deuk rijker) druipen we af naar huis.
En dat terwijl er in het weekend een dansfeest aan zit te komen…

Ik hang over het balkon van de Casa del Perro, mijn favoriete restaurantje, en leg Ana mijn nachtbrakersprobleem voor.
‘Zaterdag willen we naar een 24-urig dansfeest en de deuren gaan om één uur ’s nachts open. Maar eer zo’n feestje een beetje op gang komt is het al gauw drie, vier uur… hoe blijven Malagueños in godsnaam wakker en fris tot die tijd?’
‘Niet thuis zitten! Gewoon de stad in gaan. Een terrasje, een hapje eten, maar nooit thuis gaan zitten, dat is mortal.’
Dat is duidelijk. En Ana heeft genoeg ervaring, weet ik.
Dan valt mijn blik op de eeuwig gesloten deuren van de kroeg naast het restaurant.
‘Een ander vraagje: gaat het café hiernaast wel eens open? Ik heb er nog nooit iemand gezien.’
‘Natuurlijk wel. Maar pas om zes uur in de morgen. Het is een café voor mensen die aan het eind van de nacht nog een afzakkertje willen. Als wij hier om elf uur ’s ochtends aankomen om de lunch voor te bereiden rollen die vaak als halve zombies naar buiten. Die hebben er dan een aardig nachtje op zitten.’

Zaterdagavond half elf.

Er is een kinderdisco op straat. Naast groepjes giechelende tienermeisjes en stoere puisterige tienerjongens zijn er ouders met peuters en kinderwagens. Ook oma doet een dansje.

termica-01377
Half twaalf.
Een grote tafel twintigers maakt zich op voor de maaltijd, de meiden fris in de make-up, de jongens keurig in pak.
Achter hen rollen een vijftal Engelse dames reeds dronken over de straat.
Half een.
De straten zijn nog steeds gevuld met flanerende en voor het weekend opgedofte mensen. Onder de passanten herken ik mijn tachtigjarige overbuurvrouw, mét echtgenoot en een koppel vrienden dat haar zo te zien in leeftijd nog overtreft.
De normaal enigszins kromgebogen en vermoeide vrouw oogt midden in de nacht vief en fit, in ieder geval nog lang niet klaar voor een nacht achter de gebreide broek.
Het valt me nu pas op: er lopen opvallend veel oudere mensen tussen het flierefluitende uitgaanspubliek.
Dat moet dat mediterrane dieet zijn.
Half twee.
We zijn ondertussen een café ingedoken, het is er stampvol.
Ondanks het kabaal van rinkelende glazen, schreeuwende mensen en muziek weet ik een enorme geeuw niet te onderdrukken.
Even later begin ik te knikkebollen en hang/sta halverwege de bar en een barkruk.
‘Kom op, ma, we gaan naar huis,’ oppert zoon kordaat en sleept me mee de frisse buitenlucht in.
‘Misschien kan je beter ’s ochtends bij zo’n feestje inhaken,’ fluistert hij wanneer hij me even later instopt.
De volgende dag zet ik mijn zelfbeeld van nachtbraker bij het grofvuil.

c4eae1bbd7c56d2015591499318b8b6d-no-sleep-go-to-sleep
En die Spaanse ontspannen levensstijl? Het blijkt gewoon keihard werken onder het motto: rust roest en slapen doen we nog wel een keer.

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

8 reacties op Rust roest

  1. Robert Strengers schreef:

    Is zoon lief daarna nog wel teruggegaan? Zo niet, dan is dat een troost voor jouw zelfbeeld als nachtbraker. Het ligt dan misschien niet zo zeer aan de leeftijd, maar aan het “noorderling” zijn!
    Als hij wél terug is gegaan, is dat waarschijnlijk omdat hij even zonder moeder, de bloemetjes op Spaanse wijze heeft willen buitenzetten!

  2. Jenny schreef:

    Whahaha ja hoor ik herken mezelf hier helemaal in! Ik ben al een tijdje niet meer ongeveer de laatste die weggaat, wacht niet meer tot het leuk wordt, denk eerder ‘ik drink thuis nog wel wat’ etc. Laat staan dat ik om 11 uur nog eens naar een feestje ga. Misschien eens uitproberen of ik fris blijf als ik alvast op het terras in de stemming kom /blijf. Jammer alleen dat het in Nederland niet zo vaak terrasjesweer is! 😉

  3. Carmen Gatsonides schreef:

    Hihi, ik wed, dat je nog steeds n feestbeest bent!!! Gewoon in beweging komen en blijven, als je dreigt in te kakken en voordat je op pad gaat ff n kort tukkie doen. Broodje kroket wil ook wel eens helpen, vind zwaag. Al moet je daarvoor in Spanje n alternatief bedenken.
    We moeten t samen maar ns proberen!

  4. Huib schreef:

    Hahaha. Hoe herkenbaar. Ik moet goed afgeleid worden gedurende de nacht anders val ik ook om. leuk stuk weer, dank voor het delen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *