Schaduweconomie

Málaga is niet alleen zon, zee en zuipen en alle industrie die daar mee samenhangt, zoals elke grote toeristenstad heeft ze ook haar eigen contingent zwervers, bedelaars en straatverkopers.
Een oude bekende van me is de bedelaar met baard en krukken, de broekspijp opgekruld zodat eenieder een goed zicht heeft op het geraamte van metalen pinnen en schroeven die door en rond zijn knie steken. Knarsend en piepend beweegt hij zich al meer dan vijftien jaar voort door de straten van Málaga gelijk een cyborg avant la lettre. Een medische reden voor de constructie heb ik nooit kunnen ontdekken, maar misschien is de functie eerder financieel van aard; het is behoorlijk indrukwekkend een woeste, halfmechanische bedelaar tegenover je te hebben.
Het zet mij aan het denken.
Zou hij zich ’s avonds na zijn werkdag ergens in Málaga de trap opslepen? Zou hij dan de moeren, schroeven, pennen en scharnieren smeren of zou hij de vervaarlijke, soms fondueprikkerlange staken eruit peuteren om ze te ontsmetten in een potje alcohol? Het idee dat de goede man met die dingen in zijn knie slaapt en zich plotseling omdraait doet me namelijk rillen, helemaal wanneer ik me verbeeld dat er misschien een mevrouw cyborg is.
Ik opteer voor het potje alcohol. En nu ik toch aan het fantaseren sla: laat er dan ook een goede borrel naast staan.
Aan de andere kant, het kan een act zijn; de metalen kooi van plastic, de satépennen inschuifbaar en de geklitte haardos een pruik. Misschien verkleedt hij zich wel bij thuiskomst en gaat hij chic uit eten van het gebedelde geld.
Het maakt niet uit.
Net zoals Romeinse ruïnes voor toeristen iets toevoegen aan een stad, zo doet hij dat ook, zij het op zijn eigen manier. Gelijk het opaatje met zijn hoed en stok die je vragend maar ook brutaal aankijkt – en je ondertussen opmerkzaam maakt op passerend vrouwelijk schoon – en verwacht dat je zijn carajillo (koffie met een cognacje erin) zal bekostigen. Of de imposante straatverkoopster uit Afrika, een slapend kindje op haar rug, gehuld in wervelende kleuren en met een stralende glimlach; nooit opdringerig en altijd dolblij als iemand iets van haar koopt.

0b492abfc3150ec54eff94be930f7500
Mijn favoriete straatventer is echter de Afrikaan die je afwisselend op een kruispunt bij de haven en aan de uitvalsweg naar Granada kunt aantreffen. Zijn huid is zo donker dat hij bijna blauwzwart lijkt en de kleuren van zijn sjaals en flamencojurk zo fel dat ze haast pijn doen aan de ogen. Tussen de voor het rode stoplicht wachtende auto’s doordansend pleegt hij daar zijn handel, zijn bewegingen sierlijk en gracieus.
Maar het mooiste aan hem vind ik zijn lach. De helwitte glimlach die zijn ogen doet oplichten en geen moment van zijn gezicht verdwijnt. Een lach die zelfs mijn somberste gedachten doet verdwijnen. Alleen daardoor trek ik steeds weer mijn portemonnee en vertoont de aanblik van de achterbank van mijn auto inmiddels een opeenstapeling van papieren zakdoekjes, luchtverfrissers, sleutelhangers en andere overtollige waar.

Terwijl ik een van de straatjes in Soho uitloop valt mijn oog op een prachtige zilverkleurige BMW uit de 7-serie. Een donkere man in tweedelig pak hangt voorover gebogen in de kofferbak en is zich op een omslachtige manier aan het omkleden.
Geamuseerd kijk ik toe.
Pas als hij een wel zeer bekende, rode flamencojurk over zijn hoofd gooit en een even vertrouwde leren cowboyhoed opzet, herken ik… mijn favoriete straatventer!
Ik ben verbijsterd. En een beetje kwaad zelfs.
Een paar uur later, met een glas wijn op een terras, kan ik er nog niet over uit.
‘Je krijgt toch altijd goede zin van hem?’ onderbreekt Renata mijn woordenstroom. Haar schouders ophalend over mijn verontwaardiging leunt ze ontspannen achterover.
Inderdaad. Mijn fleurige flamenco-man bezorgt me altijd goede zin. En wanneer ik wat van zijn prullaria koop is het voornamelijk om die reden. Net zoals ik grif bereid ben een paar euro neer te leggen voor het glas wijn voor me en dit aangename plekje in de zon.
‘Misschien was de BMW wel van zijn baas,’ mijmer ik. We weten beiden dat veel van de Afrikanen die in bootjes, tussen automotoren en opgevouwen in koffers in Spanje belanden zo goed als vogelvrij zijn en worden uitgebuit.
‘Of misschien is het gewoon een goede zakenman,’ antwoordt Renata.
Daar heeft ze een punt. Tijdens onze kletspraatjes heeft de man nooit een zielig verhaal opgehangen en zijn presentatie, de manier waarop hij zijn waar aan de man brengt, verraadt de flair van een ware entertainer. Niks mis mee als hij zo zijn boterham verdient.
‘Dan zijn de gezusters zeker ook doorgewinterde straatartiesten,’ merk ik plagend op.
Zoals verwacht schiet Renata bij het horen van de benaming die ze aan het kerkgenootschap van bedelende zigeunerinnen heeft gegeven overeind: sinds verwanten van deze dames door middel van de rozemarijntruc haar zoonlief en een vriend de spaarcenten lichter hebben gemaakt is haar afkeer van deze beroepsgroep bijna tastbaar. En de ironie wil dat ze haar nu juist altijd als vliegen naar de stroop lijken te achtervolgen.
‘Daar krijg je niets positiefs van terug. Die bedelen gewoon.’

Ziehier meteen het dilemma dat deze schaduweconomie oproept: wanneer geef of koop je wel wat en wanneer doe je dat niet? Voor vandaag zijn de bezwaren opgeruimd, maar ik weet nu al dat die innerlijke tweestrijd bij een volgende bedelaar/muzikant/straatverkoper weer in volle hevigheid los zal barsten.

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 Responses to Schaduweconomie

  1. Robert Strengers schreef:

    Wie kent het gevoel niet?!
    Maar, ach de een verdient zijn brood met woorden, de ander met verkleden. Weer een ander met muziek maken of door ambtenaar te zijn.
    Oplichters maken meestal geen vrolijke indruk. Als dat onbewust bij iemand gevoeld wordt, mogen we misschien best wel even achterdochtig zijn.
    Voor de rest; we proberen allemaal te overleven en als iemand door zijn “werk” mensen vrolijk kan maken, is dat alleen maar mooi, toch?
    Als je twijfelt in (straat)situaties; een belangrijk werkwoord in het leven is “gunnen”!

    Heerlijk beschreven José!

  2. Maike schreef:

    Door het leuke verhaal wartoe die man je heeft geinspireerd en door je manier het te beschrijven, zit ik hier dus nu met een glimlach – koop volgende keer maar een pakje zakdoekjes voor me 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *