Sinterklaas

Ik had voor de terugweg naar Spanje beter bij Sinterklaas op zijn stoomboot kunnen aanmonsteren, bedenk ik me wanneer ik de zoveelste vruchteloze poging onderneem om mijn lange benen ergens tussen mijn stoel en die van mijn voorbuurman te proppen. Waarschijnlijk politiek incorrect met al dat gedonder rond Piet, maar beslist aangenamer dan bijna drie uur opgevouwen in een vliegtuig doorbrengen.
Ik ga diagonaal zitten met mijn benen richting gangpad. Dat is een stuk beter maar bij iedere voorbij schuifelende medepassagier ben ik wel gedwongen mijn knieën zo’n beetje tegen de borst te vouwen.
‘Mag ik er even langs? Ik zit op stoel A, bij het raam.’
Een kolossale man wurmt zich met moeite tussen de stoelen door en weet zich met zijn zitvlak nog net op anderhalve stoel te nestelen.
Ben ik even blij dat er nog een stoel tussen ons in zit.
De vrouw die achter hem bijna in slaap is gevallen kijkt verschrikt op als de rugleuning voor haar ineens minstens 10 centimeter dichterbij komt.
Kreunend en steunend probeert de man zijn rugzak op zijn schoot te proppen.
‘U kunt die k daar nog kwijt, hoor,’ wijs ik naar het bagagerek.
‘Nee, nee, die heb ik onderweg nodig, die hou ik vast.’
‘¿Disculpe, puedo pasar?
Door alle commotie heb ik niet in de gaten dat er een slanke, chique geklede dame van onbestemde leeftijd naast me is komen staan.
Natuurlijk mag ze er langs.
Verbaasd kijk ik toe hoe ze moeiteloos op haar gehalveerde plaats glijdt.
Als ik zelf ook weer zit krijg ik een vriendelijk knikje waarna ze een dikke pil uit haar tas haalt, een bril opzet en begint te lezen.
Met een slinks oog probeer ik erachter te komen wát ze aan het lezen is. Zo te zien is het iets geschiedkundig, maar de letters dansen over mijn netvlies. Dus leun ik maar achterover en probeer wat te slapen.
Mijn gedachten fladderen weg en net op het moment dat ik helemaal wegzak klinkt er een gekraak en geknars van jewelste.
Als ik mijn ogen open doe en mijn hoofd richting het geluid draai zie ik hoe de man aan het raam een handvol pepernoten uit de rugzak schept, die in zijn mond propt en ze ritmisch en constant aan gruzelementen maalt.
Als het kraken ophoudt slikt hij alles met een pijnlijk gezicht door. Vervolgens verdwijnt zijn hand weer in zijn rugzak en begint alles weer van voor af aan.
Omdat mijn buurvrouw verbijsterd oogt wil ik het oer-Nederlandse snoepfenomeen aan haar uitleggen maar realiseer me ineens dat ik geen idee heb hoe pepernoten in het Spaans heten. Dus kom ik niet verder dan: ‘Pepernoten, San Nicolás.’
Si, si, peppernoten ¿Hablas español?’
Peppernoten? Zei ze dat nou echt?
Even helemaal confuus kan ik alleen maar knikken op haar vraag.
Que bien,’ lacht ze, ‘ik was bij de intocht van Sint-Nicolaas in Scheveningen. Op bezoek bij mijn nietas in Den Haag. Ik weet nu álles van peppernoten!’
Voor ik het weet zitten we kleindochterfoto’s met elkaar te vergelijken.
‘Toch wel een heel aparte traditie van jullie Nederlanders,’ vervolgt ze nadat we onze mobieltjes weer hebben opgeborgen. ‘Komt er per schip een man aan, gekleed in een rood gewaad met een mijter op zijn hoofd en een staf in zijn hand, en zeggen jullie dat het Sint-Nicolaas uit Spánje is!’
Haar perfect rood gestifte lippen krijgen een vermakelijke grijns. ‘Maar Sint-Nicolaas is nooit in Spanje geweest, die kwam uit Myra, en dat lag in Turkije, ik ben daar geweest. En die kleren… de man leefde in de 4e eeuw na Christus dus die heeft er echt niet bijgelopen als een bisschop van 1000 jaar later.’
De historische dikke pil op haar schoot indachtig geloof ik haar op haar prachtige bruine ogen.
‘En dan die zwarte pieten, waar in Nederland zoveel over te doen is. Zoals ze erbij lopen! Die muts, die kraag, dat hesje en die pofbroek, precies een Spaans tafereel uit de 16e eeuw. U moet het schilderij waarop de hertog van Alva met zijn mannen staat afgebeeld maar eens bekijken, dan weet u precies wat ik bedoel. Trouwens, die mannen van Alva werden vroeger als boeman voor stoute kinderen gebruikt en nu zijn het degene die peppernoten uitdelen. En cadeautjes natuurlijk! Jullie Nederlanders hebben van het Sint-Nicolaasfeest een aardig historisch rommeltje gemaakt.’
Haar lach overstemt met gemak het geluid van onze krakende buurman.
‘Trouwens, ook geografisch is het heel grappig. Op het schip stond met grote letters “MADRID”. Weet u hoe je van Madrid, dat midden in Spanje ligt en geen haven heeft, met een boot naar Scheveningen kan komen? Nou, ik niet. Maar dat heb ik maar niet tegen mijn kleindochters gezegd.’‘Ach,’ antwoord ik, ‘dat maakt voor kinderen helemaal niets uit. Als ze maar cadeautjes krijgen, dat is het belangrijkste.’
Ze knikt. ‘Daar heeft u gelijk in. De meisjes vonden het allemaal prachtig.’
‘U heeft geen zoons?’
‘Nee, ik heb twee dochters. En mijn drie kleindochters natuurlijk. We hebben echt een vrouwenfamilie; tenminste, nu nog wel. Mijn jongste dochter verwacht een zoontje. En u gelooft nooit hoe ze hem gaan noemen.’
¿Por que?
‘Mijn dochter is helemaal gek van de boeken van René Goscinny en dan vooral van het boek over dat stoute jongetje.’
 
‘U bedoelt Le Petit Nicolas?’
‘Ja, dat boek. En zo gaat hij ook heten: Nicolas. Dat wordt nog wat bij de intocht van Sinterklaas volgend jaar!’

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

9 reacties op Sinterklaas

  1. Mattijs schreef:

    Mooi… 🙂

  2. nicole schreef:

    Heerlijk stukje. Overigens ook genoten van je tips mbt Malaga in de Volkskrant Renata. xxx

  3. Robert Strengers schreef:

    Het blijft een geweldig kinderfeest.
    Ik was groot fan van Sinterklaas. Toen ik werd gevormd (5e klas RK basisschool), koos ik Sint Nicolaas als beschermheilige. Laat hij nou op een later concilie worden afgeschaft door de Kerk; hij is nu geen heilige meer. Ook dat nog!

    leuk stukje in de Volkskrant. Onderhand toch maar eens Malaga gaan ontdekken…..

  4. carla schreef:

    Heel leuk geschreven, maar ook alles zo waar. Groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *