Spiegeltje, spiegeltje

Een goede verstandhouding met je kapper valt qua belangrijkheid in dezelfde categorie als die met je tandarts: jouw welbehagen bevindt zich, voor een korte maar wel zeer bepalende periode, in hun handen.
Dat het ook verschrikkelijk verkeerd kan uitpakken weet iedere vrouw, maar vertrouwen herstelt zich meestal zo snel, dat er van die zwarte bladzijdes in het geheugen niets anders rest dan smeuïge anekdotes op verjaarspartijen.

Het was de tijd dat de haren overeind stonden van punk en new wave. Van iedereen, behalve van mij. Mijn fijne, dunne, lange haar gaf zich na het minste of geringste regenbuitje over aan de zwaartekracht.
Daarom toog ik na mijn eindexamen met bij familieleden bijeen geschraapt ‘diplomageld’ naar een ‘echte’ kapper. Voor grof geschut, een paar slagen aan de wortels fixeren en mijn kapsel zou zich kunnen meten met dat van de jongens van ‘The Cure’. Herinner je je deze tachtiger-jaren-band niet meer? Google dan de naam maar even, dan weet je wat ik bedoel.
Een verschroeiende belevenis onder een droogkap volgde.
Het resultaat? Een poedel op mijn hoofd.
Na me een miserabele vierentwintig uren met een ingevette kop en een sjaaltje erom in huis verschanst te hebben stapte ik bij een andere kapper binnen en liet het ongewenste huisdier van mijn hoofd knippen.
Dat dus nooit meer.

Enige decennia later stond ik voor een spiegel die me vertelde dat deze ‘bad-hair-day’ zonder ingrijpen ging uitmonden in een ‘worser-hair-week’ en zo verder.
Het hoofd dat terugblikte had nog het meest weg van een strooien vogelverschrikker: ik zag het verleppend effect van de zon op mijn eerder fris getinte lokken en een onmiskenbare uitgroei.
Een ramp.
Over twee dagen zouden we met de auto via een korte Frankrijk-vakantie naar Nederland reizen en er was nog geen kapper in Spanje waar ik een intieme relatie mee had opgebouwd. Ook was het te kort dag daar nu mee te beginnen.
Dan maar de komende veertien dagen met dit hoofd rondlopen?
Echt niet. Alleen al bij het idee brak het angstzweet me uit.
Ineens herinnerde ik me in het winkelcentrum een Malagueño variant van een Brainwash-keten gezien te hebben; zo’n instant knip- en kleurfabriek waar je geholpen wordt zonder afspraak. Aan een knipbeurt ging ik me niet wagen, maar wat kon er in godsnaam mis gaan aan egaal donkerbruin verven? Draaide niet de helft van het Spaanse kappersgilde op het donkerbruin c.q. zwart verven van de ouder wordende Spanjaard?
En hoe vaak in mijn leven had ik mezelf niet aan de verfkwast gewaagd?
Eitje.

il_340x270.595451761_14k0

Het is een dameskapper ontdek ik wanneer ik over de drempel stap. Op verschillende strategische punten staan vier kapsters en in het midden zit een nagelstyliste met een vaste klant dan wel vriendin. Het gekakel overstemt de herrie van de batterij apparaten, het is net alsof de verschillende conversatielijnen in een verwoede strijd gewikkeld zijn wie er in volume de boventoon voert.
Ik voel me bijna een indringster, ieder gesprek lijkt van dusdanig levensbelang dat ik me geneer iemand met een onbenullige verzoek als haren verven te storen. Een onterechte beschroomdheid blijkt, de uit de kluiten gewassen dame die me meetroont tot in een stoel onderbreekt haar betoog niet eens; zelfs niet voor een simpel goedemiddag.
Nadat ze mijn luchtpijp met een kapmantel afgeklemd heeft zie ik in de spiegel dat haar aandacht nu volledig gevangen is door de collega vijf meter verderop. Voorzichtig peuter ik de mantel een stukje losser en wacht af, gelijk een konijn in een koplamp. Eigenaardig hoe overgeleverd ik me voel, het is dezelfde machteloosheid als in een tandartsstoel.
Onverwachts onderbreekt mijn kapster haar relaas over een bezoek aan haar gynaecoloog en vraagt of mijn haar een kachelzwarte, haar keus, dan wel chocoladebruine, mijn prangende wens, make-over zal ondergaan.
Welke kleur het pleit wint, weet ik niet maar een minuut later stampt ze, haar aandacht weer helemaal bij die maricón en wat hij tussen haar benen heeft uitgespookt, naar haar toverkollenhoekje en begint daar een of ander brouwsel in elkaar te flansen.
Wanneer ze terugkomt en in een keer een bak zwarte smurrie op mijn hoofd mikt (hoezo stapsgewijze uitgroeibehandeling?) krimp ik ineen en probeer ik haar aandacht van de genitale wratten en schimmelinfecties af te leiden.

GsGo01D
Tevergeefs, mijn krakkemikkige Spaanse protesten blijken tot dovemans oren gericht. Als ze haar nog na druipende kwasten in het bakje smijt en haar rug naar me toekeert heb ik zwarte oren, vegen tot een halve decimeter buiten de haarlijn en spetters op mijn wangen. Ik wurm me omzichtig naar een keukenrol een kleine twee meter verderop om de ergste klieders van mijn gezicht af te vegen.
Pas bij het uitspoelen lijkt de kapster zich er opeens weer van bewust dat er een levend wezen in haar stoel zit. Ze stelt voor mijn haar te föhnen en verdomd, ze doet het niet eens slecht.
Toch voel ik me, wanneer ik weer buiten sta, even bevrijd als na een tandartsbezoek.

Nu, tien dagen later sta ik oog in oog met een Pippi-Langkous-op-leeftijd.
Geschrokken controleer ik nog of het niet aan de karige verlichting van het Normandische toilet ligt of aan de tint van de spiegel, maar kom er dan achter dat mijn haarkleur echt naar peentjesoranje verschoten is. Doorrijden naar Nederland is geen optie en na een half uur overreding door een Franse kapselfluisteraar besluit ik mijn lot wederom in onbekende handen te leggen.
Dit keer gaat het goed.
Maar de Zuid-Spaanse ervaring staat in mijn geheugen gebrand.

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

15 Responses to Spiegeltje, spiegeltje

  1. Jenny schreef:

    Er zit een nederlands sprekende kleurspecialist / kapster in de haven van Fuengirola

  2. Maike schreef:

    Hahahahahahaha!
    Wederom een leuk stukje. En heel herkenbaar.
    Ik heb nu, na drie jaar hier in Spanje, voor het eerst een kapster gevonden, die niet (aan de Spaanse lokkenpracht gewend), zo grove laagjes (nou, zeg maar lagen) uit mijn karig dekhaar knipt, dat de verblijvende treurig hangende en eenzaam bungelende plukken niet eens de illusie van een kapsel meer toelaten.

  3. Carmen Gatsonides schreef:

    Haha geweldig stukje! Dat met die poedel herinner ik me ook nog wel ja. Maar euh, ook voor mij nooooit een kapper in Spanje. Hoe afschrikwekkend kan het wezen.

  4. gerard adan schreef:

    Ik begin , je verfhistorie lezende, steeds meer berusting te krijgen in mijn van nul tot 25 mm ingekorte haren met een niet nader te definiëren kleur. Ook niet meer belangrijk nu mijn trouwe levensgezel er zeer tevreden mee is.
    Hoe zit dat met José, die kan toch ook wel met de verfkwast omgaan?
    Gerard en Wilma.
    P.s. stukjes zijn plezierig om te lezen.

  5. Robert Strengers schreef:

    Hééél leuk!!!
    Ik sta te kijken van de reacties van andere vrouwen. Ze gaan er nog serieus op door ook. Niet te geloven, hahaha!
    Mannen kunnen ook “meuten” hoor. Ik baal ook altijd van het “kappershoofd” dat je de 1e 2 weken hebt na een knipbeurt. Na wit, word ik nu ook steeds kaler en vind dat verschrikkelijk. Als oude hippie zou ik het liefst nog een bos lange haren willen hebben, grijs, wit of wat dan ook. Ach…..: als je haar maar goed zit!

  6. Helen Saija schreef:

    Geweldige blog!
    Heel herkenbaar heb ooit mijn haar laten permanenten door een huiskapster.
    En dat nog wel de dag voor Oudjaar.
    Je kan je wel voorstellen hoe ik me toen voelde.
    Leek wel of mijn fohn ontploft was.
    In paniek naar kapper Jan in de Scheldestraat gegaan.
    Wonder boven wonder kreeg hij mijn kapsel weer glad.
    Ben nog nooit zo opgelucht geweest als toen.
    Het is inderdaad waar Als je haar maar goed zit.
    Helen Xxx

  7. Maurice schreef:

    Ja, wat moet ik hier op zeggen…………

  8. Anne Pennekamp schreef:

    *Gnuif*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *