Trammelant in El Torcal

In het schemerduister El Torcal binnenrijden is een surrealistische ervaring. De door de goden of de tand des tijds neergesmeten stenen zuilen lijken te ademen in een spel van schaduw en gezichtsbedrog.Net een decor van een science-fiction film, denk ik, en ik wacht op de bak licht van het ruimteschip boven mijn hoofd.
Dan springt er in het licht van de koplampen een vos op en besef ik dat ik nog steeds op aarde ben.
Op steenworp afstand van het toeristengewoel in Málaga om precies te zijn.
Niet ver van het pad parkeert José de auto en pak ik de tas van de achterbank. Het plan is na de wandeling op de uitkijkpost waar je de gieren spectaculair kunt zien uitzwermen een ontbijtje te doen.
Zachtjes stappen we uit en gaan op onze tenen sluipend op weg; in deze onaardse rust lijkt ieder menselijk geluid een soort heiligschennis.
Het dichtgooien van autoportieren een paar tellen later bezorgt me dan ook bijna een rolberoerte.
Harde stemmen doorbreken de stilte. Een man en vrouw van middelbare leeftijd komen dichterbij, allebei onmiskenbaar met het verkeerde been uit bed gestapt, en allebei volledig in beslag genomen door wat ze met elkaar te bespreken hebben.
We versnellen onze pas om ze voor te blijven.
Op eerdere tochten hebben we ontdekt dat de berggeiten zich tegen de klok in bewegen, dus lopen we in plaats van naar de ingang naar de uitgang van het wandelpad. Op deze manier hebben we de grootste kans de dieren tegen het lijf te lopen en waarschijnlijk schudden we zo ook het luidruchtige stel van ons af.
Tevergeefs, al ruziënd blijven de twee in ons kielzog hangen.
‘Waar hebben ze het eigenlijk over?’ vraag ik. Andalu en rappe tongval zijn niet mijn sterkste punten.
‘De arme kerel heeft blijkbaar te veel aandacht besteedt aan een andere dame. Een jongere, zo te horen. Ze scheldt hem in ieder geval uit voor “ouwe viezerik” en dat het meisje “zijn dochter kon zijn”. De rest kan ik niet zo volgen, maar het zal wel van eenzelfde strekking zijn.’
Een luide vloek en we kijken achterom. De man heeft een uitglijder gemaakt en is op zijn gat terechtgekomen.
Even is er een adempauze en is het stil. Dan ratelt de vrouw onverstoorbaar verder.
José kijkt me aan.
‘Zeg, gaan we deze ruzie de hele tocht meebeleven of zullen we de goede mensen even laten passeren?’
Dat laatste vind ik een uitstekend idee.
Verderop het veld in zie ik een paar verdwaalde rotsblokken.
‘Kijk, een ontbijtplek,’ wijs ik en ik stap van het pad af. ‘Als we daar een tijdje bivakkeren kunnen de dieren ondertussen een beetje bekomen van al dat lawaai. Misschien zien we er dan toch nog een paar.’
Krakende takken, vallende stenen, het heeft nog steeds iets van een woeste olifant die door het gebladerte komt zetten, maar het gekijf daalt tenminste even tot fluisterniveau als de mensen ons op een tiental meters passeren.
Ons vriendelijk bedoelde buenos dias wordt met een vinnig hoofdknikje beantwoord. Daarna verdwijnen ze om de hoek van een heuveltje.
Nog minutenlang valt hun positie te bepalen door opvliegende vogels en het gemopper wat door de rotsen trekt. In gedachten zie ik berggeiten, everzwijnen, konijnen en vossen het hazenpad kiezen bij de komst van het twistzieke duo.
Ik schud mijn hoofd.
‘Wat zoek je in hemelsnaam in El Torcal als je mot met elkaar hebt?’
‘Nou ja, je weet hoe gehorig het in de stad is. Of misschien kregen ze onderweg pas ruzie, slecht geslapen… een overdreven geval van ochtendhumeur…’ José kijkt om zich heen. ‘Het is hier overigens wel een perfecte locatie om van je vrouw af te komen. Een klein ongelukje en het is gepiept.’
Mannen, ze blijven altijd zo verrekte praktisch. Toch bezorgt het idee me de kriebels en neem ik me voor om straks goed buiten de gebaande paden te kijken of die vrouw van daarnet niet ergens ligt te zieltogen.
Ik neem een slok bittere koffie om het beeld van mijn netvlies te jagen.De rust is ondertussen weergekeerd en tot mijn stomme verbazing zie ik een eerste berggeit schoorvoetend opdagen. En nog een, en nog een, tot een hele kudde de rotswand voor ons vult.Ze zijn waarschijnlijk zo geschrokken van het eerdere kabaal dat onze aanwezigheid hen totaal niet lijkt op te vallen. In ieder geval zien de verkenners er geen been in dat de jonge geitjes argeloos en onbezonnen de meest uitgelaten capriolen vertonen. Terwijl hun kroost aan het spelen is knabbelen moedergeiten en ouwe bokken doodgemoedereerd van het struikgewas.
Wanneer de laatste blaadjes zijn verorberd, klimt en klautert de kudde verder en besluiten wij ook weer op pad te gaan.
Zo geruisloos mogelijk prop ik de etensresten en thermosfles terug in de rugzak in de hoop onderweg nog meer wilde dieren tegen te komen. Al is die kans niet zo groot, de eerste zonnestralen vallen inmiddels in het dal.
En inderdaad, naast een paar laagvliegende roofvogels en een groepje geschrokken distelvinken zal ik het vandaag zonder genetkat, das of ander wild moeten doen.
En hopelijk ook zonder ‘verongelukte’ partners: onbewust scannen mijn ogen onderweg de greppels en geulen af en ontleden iedere ongerijmdheid  tot ik hem terug kan voeren tot rotsblok of boomstam. Daarnaast speur ik de hemel af naar cirkelende gieren (een overdaad aan westerns in mijn jonge jaren, ik weet het).
Pas wanneer ik het eind van het pad in de verte zie opdoemen ben ik overtuigd dat beide echtelieden hun ochtendwandeling zonder kleerscheuren zijn doorgekomen.
Wanneer ik de ingang uitstap draai ik me om en schrik.
‘Hij is er nog! Hoe kan dit nou?’
Voor de ingang van het wandelpad leunt de verschrompelde gedaante van een hele oude bok, bewegingloos als het rotsblok onder hem. Zeven jaar geleden stond ie daar ook en dacht ik dat het een standbeeld was, of een opgezette gems; tot er na tien minuten een minuscule rimpeling over de snuit trok.Ik ben verbijsterd! Hoe kan een beest al die jaren op dezelfde plek blijven staan? Zijn er parkwachters die het beest iedere ochtend in alle vroegte op deze rots hijsen?
‘Dit kan toch niet hetzelfde dier zijn? Zeven jaar terug was hij al stokoud. Hoe oud worden berggeiten eigenlijk?’
José schiet in de lach. ‘Tja, je weet nu hoe het zit met oude bokken: zolang je ze af en toe  een jong blaadje voert…’

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

6 reacties op Trammelant in El Torcal

  1. Eric schreef:

    In september daar een rondleiding van José gehad. Prachtig. Elke keer weer een ervaring blijkt weer uit dit blog.

  2. Niels schreef:

    Jonge blaadjes…hmmm… Daarom ben ik vegetariër geworden

  3. Maike schreef:

    Maar … dat beest stond er al nog langer terug toen ik nog in NL woonde en we een keer op vsite waren … gek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *