Van vissers en vakjesgeesten

Zoals wel vaker vertoont de inhoud van mijn hoofd vandaag overeenkomsten met een gemiddeld damestasje. Alles, maar dan ook werkelijk álles zit er in: verdwaald, verstrengeld, verloren, vergeten, in de knoop of op enige andere wijze door elkaar gehusseld. Belangrijke en onbelangrijke dingen zijn onnavolgbaar in de grote hoop verdwenen en rollen meestal onverwacht en niet ter zake doend weer naar buiten.
Het is de dag na mijn verjaardagsfeestje, familie op bezoek, een laat etentje, teveel wijntjes en te weinig slaap.
Geen excuus maar wel de reden dat ik me dit keer echt minstens een jaar ouder voel.
Ik open de gordijnen en het zware wolkendek vertelt me dat ik daar geen opklaring hoef te verwachten.
Het is de hoogste tijd om uit te gaan waaien op het strand.

Op het strand van Benejarafe zijn geen badgasten te bekennen. Ik zie slechts een paar wandelaars, een enkele hondenbezitter en wat verwante zielen die net als ik hun zaterdagavondkater de vrije loop laten.
En… de plaatselijk hengelsportvereniging: langs de waterlijn staan op iedere vijf meter een of twee hengels, een klapstoel en een koelbox. In de gauwigheid tel ik zo’n twintig vissers op een rijtje. Allemaal mannen, geen vrouw te bekennen.
In de berm, onder de rook van het doorgaande verkeer, probeert een enthousiaste pyromaan met draconische middelen een barbecue in de hens te steken en iets verder het strand op zijn drie tonronde mannen in de weer met het opzetten van een partytent terwijl twee puberjongens af en aan lopen met de ene na de andere gevulde plastic tas.
Ik hoor een paar zeemeeuwen, het gekraak van klapstoelen, een vloek wanneer de partytent dreigt in te storten en het verwaaide geluid van een blaffende hond.
Verder doet iedereen er het zwijgen toe.
‘Laten we even gaan zitten tot ze iets vangen,’ stelt José voor.
Ik herken een visverleden in zijn voorstel en mijn brakke staat van zijn vindt neerploffen op het zand een uitstekend idee.
‘Heeft u al wat gevangen,’ vraag ik aan de man op het stoeltje twee meter voor ons.
‘Neuh… nou ja, eentje.’ Zijn vingers duiden een formaatje goudvis aan.
José gebaart naar de eindeloze opstelling van hengelend volk. ‘Toch moet er hier veel vis zitten… het hele strand staat vol hengelaars.’
De man kijkt hem verbijsterd aan: ‘Hier? Dit is een rotstek. Er zwemt hier amper vis!’
Hoofdschuddend draait hij zijn hoofd terug richting de zee, de blik wederom op oneindig.
Ik begrijp er niks van. Een rotstek? Amper vis? Wat doen al die hengelaars dan hier?
José snapt het blijkbaar wel, want als ik me naar hem toedraai zie ik de blik van niksigheid van de visser op zijn gezicht weerspiegelt.
Hoe doen mannen dat toch?

De situatie doet me denken aan een filmpje met Mark Gungor waarin hij het verschil uitlegt tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein.
Wat hij zegt komt kortweg hierop neer: mannen bergen alle onderwerpen des levens keurig op in aparte ‘boxes’. Een doosje voor het werk, een doosje voor de echtgenote, weer een andere voor de auto, een voor geld enzovoort, enzovoort.
De belangrijkste regel om dit mannelijke dozensysteem te laten werken is dat die dozen elkaar nooit of te nimmer mogen raken.
En er is een heel speciale doos. Het is de favoriete van elke man, want hij is namelijk… leeg, totaal leeg. Hij heet heel toepasselijk The nothingbox.
Wanneer een man in zijn ‘nothingbox’ zit denkt hij aan … helemaal niks!
Onbegrijpelijk voor ons vrouwen omdat volgens meneer Gungor het vrouwenbrein altijd “aan” staat en alle onderwerpen met elkaar verbonden zijn door een elektrisch circuit van gevoelens, hormonen en emotie.
Gelijk een statisch bord spaghetti. Of een overvol damestasje.
En nu ik om me heen kijk zie ik dat Mark Gungor niet liegt. De “nothingbox” voor mannen bestaat echt, het bewijs staat op de twintig-plus-een gezichten om me heen geschreven.

Een klein kwartier later, zonder dat er een aanleiding voor is, staan de hengelaars op uit hun klapstoeltjes, sjorren hun afgezakte broeken op heuphoogte, inspecteren hun hengel en begeven zich simultaan richting partytent.

sobremalagaDaar aangekomen pakt ieder een biertje en iets te eten van de nu uitgestalde waar.
Een van de pubers wordt eropuit gestuurd om twee jonge, blijkbaar nog fanatieke vissers bij hun hengel vandaan te sleuren om ook aan het ritueel deel te nemen.
Drinkend en kauwend kijkt even later heel de zondagse hengelsportvereniging met eendere lege blik naar de zee.
Als de lege bierblikjes en etensresten in een afvalzak gegooid zijn en de broeken nogmaals opgehesen keren de mannen terug naar hun stek.
Opnieuw volgt er eerst een hengelinspectie voor men terugkeert naar de klapstoelpositie en het luchtledige.
Hoewel, voor de dichtstbijzijnde hengelaars blijkt er een probleem te zijn ontstaan: hun lijnen zijn met elkaar verstrikt geraakt.
Een grom. Een boer.
Met engelengeduld proberen de twee mannen de lijnen te ontwarren.
Een schreeuw.
De lijn van een derde hengelaar iets verderop zit ook verstrengeld in de kluwen.
De lege blikken maken nu plaats voor zichtbare frustratie: drie ‘nothingboxes’ die met elkaar in de knoop liggen, dat moet zoiets zijn als een man die in een vrouwenbrein verstrikt is geraakt! In mijn brein bijvoorbeeld, waar gedachten, plannen en problemen nog steeds chaotische buitelingen maken.
Ik concentreer me op het drietal en kijk toe hoe ze met langzame en weloverwogen bewegingen de lijnen van elkaar los proberen te pulken.
Het is net of daarmee de rust in mijn eigen hoofd neerdaalt.
Eindelijk lukt het en kunnen de mannen terug naar hun stoeltjes, zwijgend.
En ook mijn vrouwenbrein is eindelijk stil.
Ik leun achterover en geniet. De niksigheid van het vissen is zo verkeerd nog niet.

Wanneer we het strand verlaten hebben de mannen zich al voor een vierde of vijfde keer in de partytent verzameld. Drinkend, kauwend en peinzend, en zo te zien innig tevreden.
De pyromaan is nog steeds druk met het vuur, in afwachting van gevangen vis die waarschijnlijk nooit zal komen. Ook hij heeft een uitdrukking van absolute niksige tevredenheid.
Mannen en hun nothingboxes: het wordt tijd dat ze er een voor vrouwen uitvinden.

Dit bericht is geplaatst in Blog. Bookmark de permalink.

14 reacties op Van vissers en vakjesgeesten

  1. Ineke van de Ven schreef:

    Heerlijk weer genoten van je schrijverijen.
    Zo’n nothing box zou een uitkomst zijn, ben het helemaal met je eens x

  2. Robert Strengers schreef:

    hahahaha, heerlijk. Ach mannen zijn lekker simpel. Niet te veel nadenken en kletsen, gewoon beetje genieten. Leuk stukje; goed te begrijpen voor ons mannen en fijn dat een vrouw ons een beetje doorheeft. M’n weekend kan niet meer stuk!

  3. Carmen Gatsonides schreef:

    Het is dan wel weer jouw vrouwenbrein, die van n niksige situatie, een humoristisch stukje schrijven maakt! Knap hoor, dat chaotische vrouwenbrein.

  4. Maike schreef:

    Hahahaha – en zo is dat net! Genoten van jouw blog! Ook al ben ik soms best wel jalours op de mannelijke nothingbox, zou ik zoch niet willen ruilen 😉

  5. jolanda van boven schreef:

    mooi stukje renate,
    een omschrijving van een mannengeest die erg duidelijk is
    en trouwens het verschil met een vrouwengeest , is voor mij ook heeeeel duidelijk
    ik heb ook geen uit knopje

  6. nicole schreef:

    Inlijsten dit stukje! Prachtig.

  7. Lieve schreef:

    Gewoonweg heerlijk leesbare proza.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *